Rabobank moet klantgegevens verstrekken van inbreukmaker

29-04-2021 Print this page
IEPT20210323, Rb Midden-Nederland, Brein v Rabobank
(Met dank aan Patty de Leeuwe en Dirk Visser , Visser Schaap & Kreijger)

Rabobank moet BREIN klantgegevens verstrekken van inbreukmaker. Toetsing aan de hand van Lycos-arrest. Lycos-arrest (IEPT20051125) ook van toepassing op bank: uit Coty Germany/ Stadtsparkasse (IEPT20150716) volgt dat van banken kan worden verlangd dat zij de identificerende gegevens aan een derde verstrekt: de mogelijke inbreuk is voldoende aannemelijk gebleken, BREIN heeft een reëel belang bij afgifte van de gegevens, er is geen minder ingrijpende mogelijkheid om deze gegevens te achterhalen en de belangenafweging valt in het voordeel van BREIN uit. Tot slot oordeelt de voorzieningenrechter dat de inbreuk op het auteursrecht aan BREINs zijde boven de inbreuk op de bescherming van de persoonsgegevens aan de zijde van Rabobank geldt. 

 

ONRECHTMATIGE DAAD - PRIVACY

 

Kort geding. NN (een anonieme derde) maakt op grote schaal inbreuk op de auteursrechten en naburige rechten van degene van wie stichting BREIN de belangen behartigt. NN verkoopt via een website IPTV-pakketten die toegang bieden tot ongeautoriseerde kopieën films, tv-series en (live)streams van (betaal)kanalen. BREIN heeft allerlei acties ondernomen en onderzoek gedaan om de identiteit van NN te achterhalen, maar dat is haar niet gelukt. 

 

NN heeft een rekening van de Rabobank gebruikt. Rabobank is op grond van wet- en regelgeving verplicht om klanten te identificeren en te verifiëren, voordat zij daarmee een zakelijke relatie aangaat. BREIN ziet Rabobank als minst bezwaarlijke en hoogstwaarschijnlijk laatste mogelijkheid om de identiteit van NN te achterhalen en de grootschalige inbreuk te stopen aangezien Rabobank de geverifieerde gegevens van NN heeft.. Rabobank wil deze gegevens uit privacyoverwegingen niet verstrekken. 

 

BREIN wordt door de voorzieningenrechter in het gelijk gesteld en de vorderingen tot afgeven van de gegevens worden toegewezen. 

 

De vordering van BREIN ligt primair ten grondslag aan art. 6:162 BW, subsidiair art. 28 lid 9 Aw en meer subsidiair art. 843a Rv. Rabobank vindt dat de zaak beoordeeld moet worden aan de hand van art. 843a Rv, waarbij zij dezelfde toetsingscriteria noemt als BREIN bij haar primaire grondslag. Volgens Rabobank staat de AVG aan toewijzing in de weg. 

 

De voorzieningenrechter oordeelt dat het toetsingskader ECLI:NL:HR:2005:AU4019, Lycos (IEPT20051125) hier moet worden overwogen. Dat Rabobank een bank is maakt dat niet anders. Haar bijzondere maatschappelijke positie zal, in haar voordeel, meegewogen moeten worden als onderdeel d, die hieronder wordt besproken. Het Europese Hof (ECLI:EU:C:2015:485 Coty Germany/Stadtsparkasse Magdeburg) (IEPT20150716) heeft geoordeeld dat ook een bank, die zich op landelijke regel van geheimhouding kan beroepen, in voorkomend geval kan worden verlangd dat zij identificerende gegevens aan derde verstrekt. 

 

De voorzieningenrechter oordeelt dat aan de voorwaarden van het Lycos-arrest (IEPT20051125) is voldaan: De mogelijke inbreuk is voldoende aannemelijk. Daarnaast wordt de inbreuk mede mogelijk gemaakt doordat NN over de Rabobankrekening beschikte, omdat de aangekochte IPTV-pakketten pas aan de klant werden geleverd na betaling op die rekening. BREIN heeft een reëel belang bij afgifte van de gegevens om zo de inbreuk te stoppen. Anders dan de Rabobank meent geldt dit belang ook wanneer de rekeninghouder niet NN maar een zogenaamde katvanger is; in dat laatste geval komt BREIN een stap dichterbij de ware identiteit van NN. Voor het achterhalen is geen minder ingrijpende manier mogelijkheid meer over. De belangenafweging tussen het belang van de eerbiediging van de privacy van rekeninghouder van Rabobank en het belang van BREIN om de inbreuk te stoppen, valt in het voordeel van BREIN uit. BREIN vordert enkel gegevens om de identiteit van de mogelijke inbreukmaker te achterhalen. Als de rekeninghouder een katvanger blijkt te zijn, zal BREIN die naar eigen zeggen ook zo, als betrokkene, behandelen. Mochten de gegevens wel van NN zelf zijn, is diens belang vanzelfsprekend ondergeschikt aan het belang van BREIN om door kennisneming van die gegevens de bedoelde inbreuk te stoppen en NN aansprakelijk te stellen. 

 

Rabobank voert nog aan dat de belangenafweging anders uitvalt in het kader van de AVG. In deze zaak staat een grondrecht, namelijk het auteursrecht, genoemd in de IE-verordening tegenover het grondrecht van bescherming van persoonsgegevens, opgenomen in de EU-verordening. Dit brengt met zich mee dat de rechter in verband met een geding wegens inbreuk op intellectuele eigendomsrechten op gerechtvaardigd en redelijk verzoek van de eiser kan gelaster dat informatie over, voor zover van belang, een bij inbreuk  betrokken persoon, zoals de in het geding zijnde rekeninghouder en mogelijk NN, wordt verstrekt aan de rechthebbende. 
 

IEPT20210423, Rb Midden-Nederland, BREIN v Rabobank

 

Kopie originele vonnis