Kennelijk is in hoger beroep uitsluitend het Hof Den Haag bevoegd

09-12-2021 Print this page
IEPT20211116, Hof Amsterdam, Pink Ribbon v Charity Gifts

Het hof verklaart zich onbevoegd van de zaak kennis te nemen, voor zover die betrekking heeft op een gemeenschapsmodel en houdt iedere beslissing aan met betrekking tot de vorderingen die zien op het auteursrecht en slaafse nabootsing in afwachting van de beslissing van het hof Den Haag: artikel 3 van de Gemeenschapsmodellenverordening moet zo worden gelezen dat in hoger beroep uitsluitend het hof Den Haag bevoegd is.

IE-VERBINTENISSENRECHTMERKENRECHT - PROCESRECHT

Deze zaak betreft het geschil tussen het KWF (hierna: Pink Ribbon) en Charity gifts, [X] investments en geïntimeerde sub 3 (hierna: Charity Gifts c.s.). Pink Ribbon is in hoger beroep gegaan na het vonnis van de Rechtbank Amsterdam op 22 mei 2019. Er wordt ook incidenteel hoger beroep ingesteld door de wederpartij.

In 2014 zijn Pink Ribbon en Charity gifts c.s. een donatieovereenkomst aangegaan voor drie jaar, waarin staat dat Charity Gifts c.s. producten mag verkopen onder de naam van Pink Ribbon onder voorbehoud dat een deel van de opbrengst naar Pink Ribbon gaat. Richting de afloop van het contract blijkt uit mailcontact dat Charity Gifts c.s. graag nog een langere samenwerking zou willen, wegens afwikkeling van een restvoorraad. Pink Ribbon gaat hier echter niet in mee en beëindigd de samenwerking, zonder een afsluitend gesprek. Charity Gifts c.s. zijn het hier niet mee eens, omdat zij nu met een grote restvoorraad blijven zitten,  zonder de mogelijkheid tot verkoop.

Charity Gifts c.s. eisen daarom in eerste aanleg schadevergoeding, terwijl Pink Ribbon nog het openstaande bedrag van de donaties eist.  De advocaten van Charity Gifts c.s. sturen daarnaast naar Pink Ribbon dat zij een inbreuk hebben gemaakt hebben op het auteursrecht van presentatie- en informatiemateriaal van Charity Gifts c.s., omdat deze slaafs worden nagebootst. De rechtbank heeft in conventie de claims van Pink Ribbon afgewezen, omdat Pink Ribbon toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar uit de donatieovereenkomst voortvloeiende verplichting. Voor de inbreuk op het auteursrecht zijn Charity Gifts c.s. In een kort geding in het gelijk gesteld.  

In hoger beroep eist Pink Ribbon betalingen van de donaties en schadevergoeding. Zij wijst hierbij op het contract dat besprekingen van de voorraad pas nodig zijn “zodra de overeenkomst eindigt”.  Charity Gifts c.s. eisen verrekening en stellen dat overleg nodig is vóór dat het contract is beëindigd.

Het Hof honoreert deels de grieven van Charity Gifts c.s. De donatieovereenkomst tussen beide partijen moet gelezen worden in de trant van de Haviltex-norm. Er staat inderdaad opgenomen “zodra de overeenkomst eindigt”, maar ook is een overlegverplichting opgenomen. Vanuit deze overweging kan van beide partijen verwacht worden dat zij over en weer hebben mogen vernemen,  dat overleg nodig is over de producten vóór dat de overeenkomst eindigt. Pink Ribbon is dus tekort geschoten in haar nakoming. De schade die opgelopen is door Charity Gifts c.s. zal vergoed/verrekend moeten worden. Een deskundigenbericht is hiervoor nodig.

Ten aanzien van de grieven van inbreuk op het gemeenschapsmodelrecht en auteursrecht verklaart het hof Amsterdam zich niet-ontvankelijk en verwijst zij deze door naar het hof Den Haag. Kennelijk is niet alleen de rechtbank, maar ook het hof niet-ontvankelijk gekeken naar het artikel. Het hof Amsterdam zal daarom wachten op antwoord van het hof Den Haag. 

Concluderend wordt er een tussenarrest gewezen, waarin nog een deskundigenbericht nodig is voor een taxatie van de opgelopen schade bij Charity Gifts c.s. en waarbij enkele grieven doorgestuurd worden naar het hof Den Haag.

 

IEPT20211116, Hof Amsterdam, Pink Ribbon

 

ECLI:NL:GHAMS:2021:3557