Correctiefactuur naar 40% opgetrokken vanwege verminderd technisch bereik DAB+ in 2022 en 2023

12-12-2025 Print this page
IEPT20241008, Geschillencommissie Auteursrechten zakelijk, Commerciële media-instelling niet landelijk via DAB+

Het onderwerp van geschil betreft de hoogte van de door de CBO in rekening gebrachte auteursrechtelijke vergoedingen van de jaren 2022 en 2023 bij de betalingsplichtige. In de kern komt het standpunt van de betalingsplichtige erop neer dat de door de CBO bij de betalingsplichtige in rekening gebrachte auteursrechtelijke vergoedingen voor de jaren 2022 en 2023 onbillijk zijn. CBO betoogt het tegenovergestelde. De ideale wijze van berekenen van de auteursrechtelijke vergoeding zou zijn op basis van het feitelijke gebruik van een betalingsplichtige.

 


In de onderhavige situatie is het echter feitelijk ondoenlijk om elk gebruik te registreren en af te rekenen, gelet op het feit dat er alleen al in het uitzendgebied van de betalingsplichtige 145 radiozenders zijn. De CBO heeft ter zitting erkend dat er sprake is van een verminderd technisch bereik van DAB+ en dat zij daarom een correctiefactor van 25% heeft toegepast op haar berekeningen van de auteursrechtelijke vergoeding van de jaren 2022 en 2023.

 


De commissie zal bepalen dat de CBO de auteursrechtelijke vergoedingen van de jaren 2022 en 2023 opnieuw dient te berekenen met een correctiefactor van 40% in plaats van de hiervoor gehanteerde 25%. Daarnaast zal zij bepalen dat de CBO de door de betalingsplichtige te veel betaalde auteursrechtelijke vergoeding dient terug te betalen.


De commissie oordeelt als volgt. De CBO heeft ter zitting erkend dat er sprake is van een verminderd technisch bereik van DAB+ en dat zij daarom een correctiefactor van 25% heeft toegepast op haar berekeningen van de auteursrechtelijke vergoeding van de jaren 2022 en 2023. De CBO heeft uitgelegd dat zij in onderhavig geval heeft gekozen voor een correctiefactor van 25%, omdat zij heeft gekeken naar het verspreidingsgebied van een omroep die via verschillende technieken meerdere verspreidingsgebieden bedient waarbij de abonnee gerelateerde vergoeding tot de hoogste uitkomst leidt. Zij heeft echter niet gemotiveerd waarom dit tot een billijke hoogte van de auteursrechtelijke vergoeding in de zin van artikel 2l lid 2 WTCBO zou leiden. Verder heeft zij onvoldoende ingebracht tegen de onderbouwde stelling van de betalingsplichtige dat door technische oorzaken 40% van de DAB+ ontvangers niet binnenshuis kan worden bereikt. Het lag op haar weg om aan de hand van stukken dit percentage te weerleggen, nu zij naar eigen zeggen heeft besloten een 25% correctiefactor in te voeren “na gedegen analyse en onderzoeken (…) vanwege aangepaste cijfers uit openbare bronnen”. Over die ‘gedegen analyse en onderzoeken’ heeft de CBO echter verder niets medegedeeld. Bovendien heeft zij op de zitting beweerd dat het ondoenlijk is dat een CBO in dit soort kleine zaken veel geld en tijd uittrekt voor uitgebreid onderzoek en analyse. Dit is niet goed te rijmen met het beroep dat zij heeft gedaan op ‘gedegen analyse en onderzoeken’. Al met al mist dat beroep van de CBO een toereikende onderbouwing. Als onvoldoende gemotiveerd betwist is dan ook komen vast te staan dat 40% van de DAB+ ontvangers niet binnenshuis kan worden bereikt. Gelet hierop acht de commissie de door de CBO gehanteerde 25% correctiefactor in haar berekeningen van de auteursrechtelijke vergoedingen van de jaren 2022 en 2023 onbillijk, gezien de reikwijdte van het gebruik van de betalingsplichtige (ex artikel 2l lid 2 WTCBO).


Geschillencommissie Auteursrechten zakelijk, 8 oktober 2024, Referentiecode: 232136/254103

 

Ontvankelijkheidsbesluit Referentiecode: 232136/254103