Vordering van vervallenverklaring wegens niet normaal gebruik tegen het EU-beeldmerk ‘LAV’ van Gürok. Hoewel de Cancellation Division voldoende gebruik aannam voor glaswerk in klasse 21, vernietigde de Kamer van Beroep die beslissing wegens onvoldoende bewijskracht. Het Gerecht corrigeerde dit oordeel en vond dat de BoA een te strenge en tegenstrijdige bewijsmaatstaf had toegepast. Volgens vaste rechtspraak kan daadwerkelijk gebruik blijken uit een samenstel van bewijsmiddelen. De door Gürok overgelegde facturen en catalogi, in samenhang beoordeeld en logisch te koppelen, volstonden om continu en substantieel gebruik aan te tonen. De BoA-beslissing werd daarom vernietigd.
Vordering tot vervallenverklaring wegens niet normaal gebruik van het merk van Gürok (‘LAV’), geregistreerd in 2013 voor diverse waren en diensten. In 2022 verzocht Olav GmbH tot gedeeltelijke vervallenverklaring wegens niet-gebruik. De EUIPO’s Cancellation Division oordeelde dat Gürok voldoende bewijs van gebruik had voor bepaalde glaswerkgoederen in klasse 21. De daaropvolgende Kamer van Beroep (BoA) keurde dit echter af en vernietigde die beslissing, omdat het bewijs naar haar oordeel niet voldeed aan de vereiste bewijskracht: er ontbraken duidelijke kruis-verwijzingen tussen factuurregels en catalogusartikelen, geen bewijs van verkoop aan eindconsumenten in de EU en onduidelijke verspreiding van catalogi, waardoor de omvang van het gebruik niet kon worden vastgesteld.
Gürok stapte naar het Gerecht met als doel de BoA-beslissing te vernietigen. Het Gerecht handhaafde de vormvoorschriften van de procedure en verwierp een alternatieve vordering die Gürok pas tijdens de zitting had ingebracht als inadmissible.
Inhoudelijk oordeelde het Gerecht dat de BoA een te strenge en onredelijke bewijsstandaard heeft toegepast, in strijd met vaste rechtspraak over “genuine use”. Use moet worden bewezen met concrete en objectieve gegevens die aantonen dat het merk daadwerkelijk en effectief is gebruikt op de relevante markt; dit kan blijken uit een globale beoordeling van alle relevante omstandigheden, waarbij verschillende bewijsstukken samen worden bezien. Het is niet vereist dat elk afzonderlijk bewijsbestanddeel alle details geeft van plaats, tijd en omvang van gebruik; een cumulatie van bewijs kan voldoende zijn.
Het Gerecht formuleerde duidelijke kritiek op de BoA-motivering, omdat deze enerzijds stelde dat de documenten begrijpelijk en grotendeels eenduidig waren, maar anderzijds dat zij onvoldoende bewijswaarde hadden. De BoA had bovendien — onterecht volgens het Gerecht — een vereiste geïmplanteerd dat gebruik moest zijn gericht op eindgebruikers, terwijl in het merkenrecht ook gebruik richting gespecialiseerde klanten toereikend kan zijn.
Het Gerecht wees erop dat de door Gürok overgelegde 902 pagina’s facturen, gekoppeld aan twee uitgebreide catalogi uit 2014 en 2023, samen relevant bewijs vormden. Door de productcodes in de facturen te koppelen aan de in de catalogi opgenomen producten, was een rationele en logische beoordeling van de omvang van het gebruik mogelijk. Dit volstond om aan te tonen dat het merk in de relevante periode continu, substantieel en effectief was gebruikt. Ook vond het Gerecht dat de BoA onterecht Gürok verwijt dat het niet meer informatie had verstrekt, terwijl de BoA zelf geen aanvullende bewijsaanvragen had gedaan.
Het Gerecht vernietigde daarom de beslissing van de BoA en bevestigde dat het ingezette bewijs voldoende was om de vereiste “genuine use” van het merk aan te tonen, waarbij de bewijslast aldus was vervuld.