Franchiseovereenkomst

Print this page

Gerechtshoven

IEPT20180403, Hof Arnhem-Leeuwarden, Bruna
In artikel 6 franchiseovereenkomst (FO) opgenomen beperking van zakelijke mogelijkheden van [geïntimeerden] ziet op gebruik know how, reputatie en identiteit Bruna-formule in lokaliteiten [geïntimeerden]. Een franchising-formule kan uitsluitend worden geëxploiteerd indien de daarmee gemoeide know how, alsmede de identiteit en reputatie van de formule kunnen worden beschermd (zie bijvoorbeeld Pronuptia de Paris, HvJ EG 28 januari 1986, C 161/84, ECLI:EU:C:1986:41, NJ 1988/163). Het hof neemt in dit kort geding aan dat de noodzaak tot deze bescherming ook de achtergrond is van het tussen partijen overeengekomen concurrentiebeding als hiervoor onder 3.1 aangehaald en het zal dat beding tegen deze achtergrond uitleggen. Deze in artikel 6 FO opgenomen beperking van de zakelijke mogelijkheden van [geïntimeerden] na afloop van de franchisingovereenkomst ziet dan ook op het gebruik van de know how, de reputatie en de identiteit van de Bruna-formule in die lokaliteiten. .Artikel 6 FO overtreden door [geïntimeerden]. In winkelruimte waarin hij gedurende contractperiode werkzaam was onder de Bruna-vlag ingewerkt personeel aan The Read Shop beschikbaar gesteld. [geïntimeerden] heeft het voor The Read Shop mogelijk gemaakt om zich te vestigen in de winkelruimte, die pal daarvóór in gebruik was als Bruna-winkel. Vestiging van Music & Gifts (van [geïntimeerden]) achterin diezelfde winkelruimte trekt klanten voor The Read Shop en bevordert daarom exploitatie en omzet The Read Shop. Hof kan in kort geding niet beslissen over vraag of [geïntimeerden] zich voldoende van The Read Shop onderscheidt. Nadere bewijslevering nodig. Exploitatie Music & Gifts levert geen verboden concurrentie op. Deze activiteit van [geïntimeerden] is door beide partijen buiten franchising gehouden. Bruna heeft niet onderbouwd door Music & Gifts noemenswaardig nadeel te ondervinden, terwijl niet is weersproken dat [geïntimeerden] wel nadeel leidt.
 

IEPT20160112, Hof Den Haag, J&P Consultants v Olympia Nederland
J&P mocht begrip “kostprijs” opvatten als de werkelijke kosten die Olympia voor bij haar in dienst zijnde uitzendkracht heeft moeten maken. Ook indien J&P had moeten begrijpen dat bepaalde kosten bij wijze van voorziening in rekening werden gebracht mochten deze niet structureel hoger zijn dan werkelijke kostprijs. Schending franchiseovereenkomst door olympia: te hoge en dus geen reële voorzieningen voor bepaalde kostprijselementen in rekening gebracht, welke niet onder begrip kostprijs vallen.

 

IEPT20150203, Hof Amsterdam, Dam Spirit v Coffee Company

Coffee Company heeft spoedeisend belang: Dam Spirit is naam “Coffee Company” na einde licentieovereenkomst blijven gebruiken. Dam Spirit mag non-concurrentiebeding niet opschorten: voldoende aannemelijk dat Coffee Company alle relevante informatie ter beschikking heeft gesteld en niet op tijd geklaagd over gestelde tekortkomingen en afwezigheid van een franchisehandboek. Geen ontbinding licentieovereenkomst door Dam Spirit: geen tekortkomingen. Coffee Company heeft spoedeisend belang bij toewijzing boete: creëren van duidelijkheid met oog op haar andere franchisenemers.

 

Rechtbanken

2018

IEPT20180321, Rb Midden-Nederland, Hypotheekshop
Ondanks dat in strijd met verplichtingen franchiseovereenkomst is gehandeld geen boetes verbeurd. Hypotheekshop heeft niet krachtens franchiseovereenkomst vereiste sommatiebrief gestuurd. Door Hypotheekshop op grond van franchiseovereenkomst gevorderde bedrag van € 56.166 verkeerd berekend  € 9.567,47 in mindering gebracht. Gedaagde heeft nog recht op € 2.457,66 aan provisiegelden. Geldvordering Hypotheekshop toegewezen voor bedrag van € 44.140,87 (€ 56.166 - € 9.567,47 - € 2.457,66).

 

IEPT20180314, Rb Midden-Nederland, Size Zero
Beroep op dwaling bij aangaan franchiseovereenkomst verworpen. (vermeende) omzetprognose niet onjuist.  Vooropgesteld wordt dat uit het enkele feit dat [S] de (vermeende) omzetprognose van € 8000,00 per maand niet heeft behaald, niet kan volgen dat die omzetprognose onjuist was. Franchisenemer kon er niet gerechtvaardigd op vertrouwen deze omzet ongeacht openingstijden en verkoopvaardigheden te behalen. Een dergelijke mededeling vormt geen garantie. 
 

2016

IEPT20161116, Rb Noord-Holland, Albert Heijn Franchising
Principe van eerlijk delen is geen zelfstandige grondslag voor vorderingen Franchisenemers Albert Heijn: franchiserelatie is relatie tussen zelfstandige ondernemingen die voor eigen rekening en risico handelen.


IEPT20160909, Rb Gelderland, Franchise Garagebedrijf
Inbreuk op exclusiviteitsbeding franchiseovereenkomst door ook overeenkomst met [bedrijf] te sluiten die gevestigd is binnen straal van 5 km van eiseres. Ten aanzien van het exclusiviteitsbeding staat vast dat [bedrijf] hemelsbreed op een afstand van 4,65 kilometer van [eiseres] is gevestigd. Gedaagde moet franchiseovereenkomst met [bedrijf] staken. [gedaagde] heeft nog aangevoerd dat de overeenkomst met [bedrijf] per 30 april 2017 is opgezegd, maar [eiseres] hoeft met deze opzegging geen genoegen te nemen. [gedaagde] is vanwege de inbreuk op het exclusiviteitsbeding jegens [eiseres] verplicht geen uitvoering te geven aan de franchiseovereenkomst met [bedrijf].


IEPT20160622, Rb Overijssel, FBD
Door FBD onvoldoende onderbouwd dat sprake is van franchising. Evenmin onderbouwt FBD (met verwijzing naar het Pronuptia-arrest van 28 januari 1986 van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen) haar belang om de identiteit van FBD als franchisegever te beschermen, alsmede het de franchisenemers te beletten om concurrentievoordeel op te doen.

 

IEPT20160608, Rb Overijssel, Speeleiland Tholen v Otto Simon
Sprake van franchisingovereenkomst: Blijkens de duidelijke tekst van het contract heeft Otto Simon aan [X] c.s. tegen een geldelijke vergoeding het recht verleend om een onderneming te exploiteren onder de ‘Top 1 Toys’-formule voor de afzet van speelgoed. Otto Simon heeft daarbij know-how ter beschikking van haar franchisenemer [X] c.s. gesteld, krachtens artikel 2 lid 2 van de samenwerkingsovereenkomst, dat luidt als volgt: “De contractant erkent het eigendomsrecht van Otto Simon wat betreft de know-how van de samenwerking, de werkmethoden en de technieken die door Otto Simon ter beschikking worden gesteld in het kader van deze overeenkomst. Verstrekte documenten terecht als omzetprognoses aangemerkt. Deze stukken bevatten cijfermateriaal, dat de strekking heeft van een prognose van de omzet, die door de franchisenemer met de door hem of haar te exploiteren onderneming zou kunnen worden behaald. Onbetwist dat omzet [X] veel lager is uitgevallen dan prognoses Otto Simon. Dat hoeft echter niet te betekenen dat de door Otto Simon verstrekte prognoses ondeugdelijk waren. Het kan ook wijzen op gebreken in de wijze van exploitatie van de winkel door [X] c.s., zoals Otto Simon op grond van een aantal concrete voorbeelden (r.o. 4.5, 4.8 en 4.9) heeft gesteld, die [X] c.s. vervolgens hebben betwist. Daarnaast kunnen, aldus Otto Simon, ook onvoorzienbare conjuncturele effecten een negatieve invloed op de omzetten hebben gehad (r.o. 4.10). Partijen krijgen gelegenheid zich uit te laten over wenselijkheid deskundigenbericht over te behalen omzetten door [X].


IEPT20160329, Rb Midden-Nederland, WGTF v DGTF
WGTF niet aangetoond rechthebbende te zijn op EU-depot WGTF-naam en -logo. Tussen [B] (van WGTF) en [V] (van DGTF) gesloten franchiseovereenkomst niet geëindigd. DGTF c.s. heeft gemotiveerd betoogd dat de onmiddellijke beëindiging van de overeenkomst door [B] bij e-mail van 22 december 2015 ongegrond en niet rechtsgeldig is, onder meer omdat er geen sprake is van omstandigheden of tekortkomingen die tussentijdse opzegging c.q. onmiddellijke ontbinding rechtvaardigen. Verbod WGTF om namen ‘World/Dutch Golf Teachers Federation’ te gebruiken in Benelux zolang franchiseovereenkomst niet rechtsgeldig is geëindigd.
Verbod WGTF Benelux en [H] om NAW-gegevens DGTF te gebruiken.

 

IEPT20160316, Rb Noord-Holland, Top1Toys Weert v Otto Simon
Otto Simon niet aansprakelijk wegens verstrekte exploitatiebegrotingen. Samenwerkingsovereenkomsten tussen [eisers] en Otto Simon te kwalificeren als franchiseovereenkomsten. De rechtbank verwijst naar de onder 2.3. geciteerde artikelen 1, 2, 5, 6 en 7 van de samenwerkingsovereenkomsten en artikel 2 van de algemene bepalingen en stelt vast dat aan alle onderdelen die in de gegeven definitie van een franchiseovereenkomst zijn opgenomen, is voldaan. Otto Simon niet aansprakelijk wegens verstrekte exploitatiebegrotingen. Geen verplichting tot overlegging begrotingen en sprake van een voorbehoud bij de prognoses. Onvoldoende onderbouwd dat begrotingen ernstige fouten bevatten waarover Otto Simon eisers niet heeft geïnformeerd. Beroep op exoneratiebeding door Otto Simon niet in strijd met redelijkheid en billijkheid. Geen opzet, bewuste roekeloosheid of grove schuld. De rechtbank komt niet tot het oordeel dat Otto Simon c.s. dwaling heeft veroorzaakt, toerekenbaar tekortschoot of onrechtmatig handelde toen zij voorafgaand aan het sluiten van de franchiseovereenkomsten informatie verschafte aan de verschillende franchisenemers. Geen schending zorgplicht Otto Simon om advies en bijstand te verlenen: Van [eisers] had mogen worden verwacht dat hij concreet om hulp had gevraagd.


IEPT20160309, Rb Gelderland, ERA v Houvast
Beëindiging franchiseovereenkomst. Niet onderbouwd dat ook slagzinnen onder de te beschermen IE-rechten van ERA vallen. Handelsnaamgebruik “ERA” door Houvast na einde franchiseovereenkomst onvoldoende onderbouwd. Merkinbreuk door ERA merken na einde franchiseovereenkomst te blijven gebruiken t/m oktober 2014. Inbreukverbod voor de toekomst, ondanks dat thans geen gebruik van ERA merken lijkt te worden gemaakt: Gelet op moeizame houding Houvast in periode na beëindiging franchiseovereenkomst en omdat Houvast geen bezwaar tegen verbod heeft. Schadevergoeding van € 1.250 per maand aan gederfde licentievergoeding voor periode van 9 maanden: € 11.250.

 

IEPT20160106, Rb Oost-Brabant, Jumbo
Franchiseovereenkomsten rechtsgeldig opgezegd: prijsvergelijkende advertentie van Jumbo Bladel is een toerekenbare tekortkoming. Het plaatsen van de advertentie van 11 januari 2013 en het doen van de uitlatingen zoals die op 14 januari 2013 in DistriFood zijn gepubliceerd, zijn naar het oordeel van de rechtbank tekortkomingen als bedoeld in de artikelen 26.1c en 26.1h FO. Gelet op de onomkeerbaarheid van de tekortkomingen en de uitdrukkelijke schriftelijke waarschuwing van Jumbo van 4 december 2012 (prod.44 van Jumbo) kunnen [gedaagden in conventie] zich er naar het oordeel van de rechtbank in redelijkheid niet op beroepen dat een sommatie als bedoeld in artikel 26.2 FO (zoals vereist in artikel 26.1h FO) heeft ontbroken. De rechtbank acht het invoelbaar en begrijpelijk dat [gedaagden in conventie] niet tevreden waren met de situatie zoals die in Bladel was ontstaan en dat zij vreesden voor omzetverlies, maar ook indien het zo is geweest dat Jumbo haar zorgplicht ten aanzien van de herindeling van het verzorgingsgebied van JS Bladel heeft geschonden, dan rechtvaardigde dit nog niet de handelwijze van [gedaagden in conventie] om hun toevlucht te zoeken in een openlijke prijsconcurrentie met de vestiging in Hapert en het in de pers naar buiten brengen van interne problemen binnen de Jumbo organisatie, wat de reputatie van Jumbo zou schaden. Gedaagden hebben jarenlang zonder melding extra emballage opgenomen. Gedaagden hebben zich niet aan de regels voor vleesetikettering gehouden. Concurrentiebeding niet in strijd met redelijkheid en billijkheid ex artikel 2:248 lid 2 BW: niet aannemelijk dat gedaagden zich niet zouden hebben gerealiseerd waar zij voor tekenden.

 

2015

IEPT20151113, Rb Overijssel, Bruna

Niet aannemelijk geworden dat Bruna toerekenbaar is tekortgeschoten in de op haar rustende zorgplicht voor [gedaagden]. Rechtsgeldige opzegging franchiseovereenkomst: toerekenbare tekortkoming [gedaagden] wegens betalingsachterstand van € 208.889.`
 

IEPT20151021, Rb Noord-Holland, Tot Straks

Geen beroep op dwaling en geen ontbinding op grond van tekortkoming in nakoming verplichtingen franchiseovereenkomst: teksten in e-mails moeten worden gezien als promotionele activiteiten en niet als garantie of prognose voor behalen van bepaalde omzet. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de (standaard) teksten in de e-mails van Tot Straks zoals “Wil jij minimaal € 1.000,- extra omzet per week?” en “Wil jij € 60.000,- extra omzet minimaal per jaar erbij?, moeten worden gezien in het licht van promotionele activiteiten en het trekken van aandacht van potentiële franchisenemers en niet als een onvoorwaardelijke garantie of een prognose voor het behalen van een bepaalde omzet. Ook de term “omzetdoelstelling”, zoals geformuleerd in de artikelen 17.3 en 28.1 van de Overeenkomst, kan niet als een omzetgarantie worden uitgelegd. Bovendien staat in artikel 24.3 van de Overeenkomst vermeld dat franchisenemer erkent dat franchisegever geen enkele omzetgarantie kan geven en franchisenemer de franchisegever dan ook nimmer aansprakelijk zal houden voor eventueel tegenvallende bedrijfsresultaten. Met Tot Straks is de rechtbank van oordeel dat de in de artikel 28.1 van de Overeenkomst genoemde omzetdoelstelling van € 60.000,- niet anders kan worden gelezen dan als een nadere invulling op artikel 17.3 van de Overeenkomst, waarin een opzegmogelijkheid is opgenomen voor het geval de omzetdoelstelling na een jaar voor minder dan 80% zou zijn gehaald.

 

IEPT20151014, Rb Gelderland, Yarden v De Passage

Geen boetes verbeurd door [gedaagde] wegens schending niet-concurrentiebeding: [gedaagde] niet in persoon gebonden aan franchiseovereenkomst. [gedaagde] heeft wel onrechtmatig gehandeld door in strijd met franchiseovereenkomst te bewerkstelligen dat geen concurrentiebeding in haar arbeidsovereenkomst werd opgenomen en vervolgens met Yarden te concurreren. [gedaagde] heeft ook onrechtmatig gehandeld door in strijd met geheimhoudingsverplichting van Passage-vennootschappen te handelen. Passage-vennootschappen hebben € 123.000 boete verbeurd wegens schending franchiseovereenkomst en blijven gebruiken (handels)naam en beeldmerk Yarden na beëindigen franchiseovereenkomst.
 

IEPT20150909, Rb Noord-Nederland, Op is Op

Tekst van de franchiseovereenkomst brengt met zich dat marktconform moet worden geleverd. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de tekst van de artikelen 8 en 14 van de samenwerkingsovereenkomst niet dat Partijgroothandel geen opslagen zou mogen hanteren. Artikel 8 bepaalt niet meer dan dat uitgangspunt is dat elke leverancier (ook als dat Partijgroothandel zelf is) levert tegen marktconforme prijzen. De rechtbank concludeert dat Partijgroothandel zolang zij tegen marktconforme prijzen levert niet tekortschiet door het hanteren van opslagen.Onvoldoende gemotiveerd waarom gehanteerde prijzen niet marktconform waren.
 

IEPT20150624, Rb Noord-Nederland, Time Out

Opzegging franchiseovereenkomst door Time Out onrechtmatig: Geen redelijke opzegtermijn in acht genomen. De gehele bedrijfsvoering van de winkeliers was gebaseerd op/ingebed in de Time Out-formule. Als ondernemers kon van hen verwacht worden dat zij ook buiten het Time Out-verband een winkel zouden kunnen exploiteren; in ieder geval was Time Out niet gehouden haar eigen bestaan blijvend in te richten met inachtneming van de belangen van de winkeliers. Maar juist de totale inbedding van de bedrijfsvoering van de winkeliers in de Time Out-formule verplichtte Time Out om een redelijke opzegtermijn in acht te nemen. Die termijn had zodanig moeten zijn, dat de winkeliers een reële mogelijkheid hadden om hun bedrijf op een andere leest te schoeien. Het is nu niet aan de rechtbank reeds thans de exacte lengte van die termijn in dit geval aan te geven; dat zal aan de orde kunnen komen als in reconventie de vraag ter beantwoording voorligt welke schade voortijdige beëindiging van de franchiseovereenkomsten heeft veroorzaakt.
 

IEPT20150506, Rb Gelderland, DA v In de Gaper

DA kan geen rechten ontlenen aan non-concurrentiebeding na beëindiging overeenkomst: geen nawerking. Voorbereidende activiteiten voor voortzetting onderneming onder De Stadsdrogist/Perfumerie-formule niet in strijd met non-concurrentiebeding: geen concurrerende activiteiten. Inkoop bij derde-leverancier niet in strijd met non-concurrentiebeding: noodzakelijk ter voorkoming van schade nu DA leveranties aan In de Gaper had beperkt. Onvoldoende onderbouwd dat persbericht in strijd is met non-concurrentiebeding en afbreuk doet aan imago DA.

 

IEPT20150409, Rb Amsterdam, Luizenkliniek v Hoofdluisvrij

Verweer dat franchiseovereenkomst niet geldig is ontbonden doet niet af aan van kracht blijven non-concurrentiebeding. Non-concurrentiebeding niet in strijd met mededingingsrecht en Groepsvrijstelling: Groepsvrijstelling niet van toepassing. Gedaagde heeft concurrentiebeding geschonden door onderneming onder andere naam voort te zetten.

 

IEPT20150327, Rb Den Haag, Groei-en

Vorderingen tot nakoming franchiseovereenkomst afgewezen: partijen zijn niet langer voornemens uitvoering aan franchise overeenkomst te geven. Vorderingen op grond van concurrentiebeding afgewezen: nader onderzoek nodig waar in kort geding geen plaats voor is. Voldoende aannemelijk dat [A] geen gebruik meer maakt van IE-rechten van Impulsus.