2020 Octrooi

Print this page

IEPT20201211, HR, Asetek v Cooler Master

Klacht tegen oordeel van het hof dat Asetek het standpunt van Cooler Master onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken faalt: oordelen van het hof berusten op waarderingen van feitelijke aard en zijn, mede in het licht van het partijdebat en de foto's 1 en 2, niet onbegrijpelijk.

 

IEPT20200527, Rb Den Haag, Sisvel v BBK

Conclusie 8 EP 536 niet inventief: kenmerken 8.5, 8.6 en 8.7 geopenbaard in Eriksson, specifieke combinatie van MCS-en die wordt geclaimd in kenmerk 8.8 is verschilmaatregel, technisch effect is dat met specifiek geclaimde combinaties de facto nieuwe effectieve IR-modi worden toegevoegd, waardoor codesnelheid granulariteit wordt verhoogd ten opzichte van stand van de techniek en de beschikbare radioruimte van het systeem efficiënter wordt gebruikt, vakman komt wanneer hij aanwijzing uit Eriksson tot verkleining van de RLC-blokken bij herverzending om de codesnelheid granulariteit te verhogen, zonder enige inventieve denkarbeid uit op de twee enige mogelijke combinaties, geclaimd in kenmerk 8.8. Conclusie 4 niet inventief: claimt radiosysteem waarvan niet-inventieve radio-ontvanger uit conclusie 8 onderdeel uitmaakt. Vernietiging conclusie 4 en 8 toegewezen. Zaak verwezen naar de rol voor overlegging (nadere) proceskostenspecificaties.

 

IEPT20201209_Rb_Den_Haag_Tinnus_v_Koopman.pdf

Voorbijgaand aan voorlopige opinie in oppositieprocedure EOB verklaart de rechtbank Den Haag het waterballonvul-octrooi EP 948 nietig wegens gebrek aan inventiviteit ten opzichte van US 309 als meest nabije stand van de techniek. US 309 geschikt document om te dienen als meest nabije stand van de techniek, dat behuizing US 309 geen manifold-functie heeft niet relevant nu EP 948 beschrijft dat behuizing allerlei vormen kan hebben zo lang aan basiseis van een 'hollow space or chamber enclosed by a rigid or semi-rigid casing' is voldaan, US 309 openbaart kenmerk EP 948 dat ballonnen over uiteinden van buizen geplaatst moeten worden om ze te vullen, ook kenmerk dat ballonnen 'adjacent' zijn geopenbaard in US 309, kenmerk 1.5. niet geheel geopenbaard in US 309, gelijktijdig vullen duidelijk en ondubbelzinnig geopenbaard door US 309, gemakkelijker vullen en van de ballonvuller afhalen van ballonen zijn geen verschilkenrmerken en ook geen onderdeel van het technisch probleem, US 309 openbaart geen alternatieve oplossing voor technisch probleem door ballonnen met membraam-sluiting toe te passen, vraag hoe en wanneer elastische ring om ballon op de buis wordt geplaatst geen onderdeel van leer van het octrooi, EP 948 stelt aantal specifieke kenmerken van product van Tinnus niet onder beschermig, vorm van buizen vormt geen verschilkenmerk, conclusie 2 geanticipeerd door US 309, conclusies 3, 4, 5, 6 en 9 niet inventief nu Tinnus slechts verwijst naar verweren ten aanzien van conclusie 1, conclusie 7 en 8 niet  inventief nu ten aanzien van toepassing elastische ringen geen sprake is van technisch verschilkenmerk ten opzichte van US 309, vakman zou routinematig stuiten op de in conclusie 7 en 8 geclaimde ringen ook wanneer het gaat om een draagbare uitvoeringsvorm, conclusie 10 ook niet inventief gelet op van de hand wijzen verweer ten aanzien van conclusie 1, conclusie 11 verschaft octrooi ook geen inventiviteit. Gevraagde beperking van het octrooi tot waterballonnen kan het octrooi geen inventiviteit verlenen: US 309 openbaart waterballonvuller die bestemd is voor vullen van waterballonnen zodat dit geen aanvullend verschilkenmerk vormt. Andere hulpverzoeken ook van de hand gewezen: niet betoogd dat hulpverzoek tot hulp kan zijn indien EP 948 niet inventief zou zijn. 

 

IEPT20201209, Rb Den Haag, Barco v Delta

Nieuwheids- en inventiviteitsaanval Delta op het Nederlandse deel van EP 668 van Barco treft doel uitgaande van Japanse octrooiaanvrage 'Katsura': Katsura anticipeert het in conclusie 1 van EP 668 geclaimde vergadersysteem nu Katsura direct en ondubbelzinnig alle kenmerken van conclusie 1 van het octrooi openbaart, in Katsura wordt zowel het kenmerk 'from users' als 'communications network' geopenbaard, vakman zal in Katsura het kenmerk 'to screen scrape' geopenbaard zien en dat de term screen scrapen niet in Katsura terug te vinden is doet daar niet aan af, ook kenmerk input device direct en ondubbelzinnig in Katsura geopenbaard, zero footprint-kernmerk verleent geen inventiviteit aan afhankelijke conclusie 2, conclusies 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 16 ook niet nieuw/inventief. Modelrecht op uiterlijk ClickShare Button Barco geldig maar Launcherplus van Delta maakt geen inbreuk op Model: Model is niet technisch bepaald, totaalindruk van door Delta aangevoerde transmitter is anders dan die van het Model, totaalindruk Launcherplus van Delta is anders dan die van het Model van Barco. 

 

IEPT20200929, Rb Den Haag, Novartis v Mylan

Mylan verboden om inbreuk te maken op ABC van Novartis voor deferasirox: nu geen aanleiding bestaat om in dit kort geding aan te nemen dat Novartis geen recht had op de Pediatrische Verlenging voor deferasirox moet tot uitgangspunt worden genomen dat de beschermingsduur van het ABC tot en met 28 februari 2022 is verlengd.

 

IEPT20200818, Hof Den Haag, NPS v Accord

Vernietiging van het Nederlandse deel van EP 761 voor cinacalcet (voor het behandelen van aandoeningen die gepaard gaan met een verstoorde regulatie van het calciumgehalte) en nietigverklaring van het daarop gebaseerde ABC alsnog afgewezen:  de selectie van cinacalcet uit de op de aanvraagdatum voor de gemiddelde vakman bekende reeks lag niet voor de hand, deze verbinding vertoont in onverwachte mate verbeterde calcimimetische activiteit ten opzichte van de activiteit die voor de reeks bekend was uit de stand van de techniek.

 

IEPT20200415, Rb Den Haag, Biolitec v Tobrix

Biolitec handhaaft alleen hulpverzoeken 6 en 7. Hulpverzoek 6 niet inventief: in tussenvonnis (IEPT20191023) reeds geoordeeld dat laserstraling van 1470 nm niet inventief is ten opzichte van US 400, kap met afgerond distaal gedeelte reeds geopenbaard in US 400. Hulpverzoek 7 niet inventief op gelijke gronden als hulpverzoek 6. Afhankelijke conclusies 2 en 3 niet inventief ten opzichte van Heinze 1990: inventiviteitsaanval niet bestreden. Conclusie 7 niet inventief: vakman zal uitgaande van US 400 in combinatie met Heinze 1990 routinematig tot een optimale spreidingshoek van de ringvormige straal komen, niet gebleken dat spreidingshoek conclusie 7 onverwachtse voordelen biedt. Conclusie 12 is niet inventief alternatief voor in US 400 beschreven methoden. Conclusie 13 en 14 niet inventief ten opzichte van US 400. Conclusie 15 niet inventief: vakman zou vanuit US 400 routinematig uitkomen bij in conclusie 15 beschreven waarden. Afhankelijke conclusie 4-6 en 8-11 niet nieuw en inventief: niet onderbouwd, dat conclusies “non-searched” zijn betreft geen nietigheidsgrond.

 

IEPT20200626, HR, Sandoz v Astrazeneca

Principale beroep verworpen (artikel 81(1) RO): de Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 Wet RO). Klacht van Astrazeneca in incidentele beroep, dat het hof heeft miskend dat schade ook het gevolg kan zijn van andere inbreuken dan het op de markt brengen van een inbreukmakend product, slaag niet: voor schadevergoeding op te maken bij staat is het voldoende dat eiser aannemelijk maakt dat mogelijk is dat er schade is of zal worden geleden. AstraZeneca heeft dit onvoldoende aannemelijk gemaakt. Overige klachten in incidenteel beroep verworpen (artikel 81(1) RO).

 

IEPT20200513, Rb Den Haag, DTS v Samsung

Geen toepassing vertrouwelijkheidsregime artikel 1019ib Rv: artikel 1019ib Rv niet van toepassing, nu zaken niet zien op bescherming van bescherming bedrijfsgeheimen. Mededelingsverbod voor aantal producties en hetgeen achter gesloten deuren aan de orde is gekomen: Samsung heeft zwaarwegende belangen bij geheimhouding van gegevens die de architectuur van beveiligings-, authenticatie- en verificatiefuncties van Samsungproducten betreffen. Derde uitvoeringsvorm (bestuderingssysteem heeft toegang tot opslaglocaties) WO 752 is geen uitvoeringsvorm van uitvinding waarvoor octrooi is verleend in EP 099: in EP 099 wordt geclaimd dat besturingssysteem geen toegang tot opslaglocaties heeft. Deelkenmerk 1.5 conclusie 1 EP 099 bevat toegevoegde materie ten opzichte van aanvrage WO 752: door DTS aangehaalde passages zien op de derde uitvoeringsvorm die niet onder beschermingsomvang verleende conclusies valt, uit WO 752 af te leiden dat de beveiliging van transacties wordt bereikt door de authenticatiegegevens op te slaan op een opslaglocatie in het BIOS of afgeschermd van het besturingssysteem door het BIOS, voor zover deelkenmerk 1.5 claimt dat authenticatiegegevens ook opgeslagen kunnen zijn in “any other secure location” is sprake van ontoelaatbare toegevoegde materie. Structureel samenhangende maatregelen uit een uitvoeringsvorm mogen niet verruimd worden door toevoeging van een facultatieve maatregel, afkomstig uit een uitvoeringsvorm waarin die maatregel niet samenhangt met de overige structurele maatregelen. Deelkenmerk 1.12 conclusie 1 EP 099 bevat toegevoegde materie: vakman zal op grond van aanvrage WO 752 "a secure memory location inaccessible to an operating system" zo opvatten dat zowel authenticatiesoftware als de opslaglocatie daarvan ontoegankelijk is voor het besturingssysteem, vakman zou begrijpen dat dit het geval is als authenticatiesoftware zich in of achter het BIOS bevindt (wat niet wordt geclaimd), waardoor sprake is van toegevoegde materie. Onafhankelijke conclusies 23 en 24 bevatten (vrijwel gelijkluidende) deelkenmerken, waardoor ook sprake is van toegevoegde materie. Afhankelijke volgconclusies ook nietig. Onafhankelijke conclusies EP 140 bevatten toegevoegde materie. Afhankelijke volgconclusies ook nietig. Zaken aangehouden met betrekking tot buitenlandse delen EP 099 en EP 140 totdat vaststaat of die delen al dan niet geldig zijn.

 

IEPT20200602, Rb Den Haag, Novartis v Teva 

Voorzieningenrechter (grensoverschrijdend) bevoegd: op grond van artikel 4 en 35 Brussel I bis-Vo aangezien Teva in Nederland is gevestigd. Verweer tegen bevoegdheid inzake overdracht handelsvergunningen en Oostenrijkse deel EP 246 niet gevolgd, aangezien dat niet afdoet aan bevoegdheid voor treffen voorlopige voorziening. Vermeerdering van eis toegestaan: verwijten uit dagvaarding feitelijk gelijk gebleven, betreft enkel de kwalificatie (directe inbreuk door die inbreuk te faciliteren in plaats van onrechtmatig handelen door dat faciliteren), octrooi inbreuk is species van onrechtmatige daad. Toepasselijk recht overdracht handelsvergunning is op grond van artikel 4 Rome I Oostenrijks recht: doordat verbintenis Ratiopharm niet enkel bestaat uit betaling geldsom aan Teva, maar ook uit nodige verplichtingen die in Oostenrijk moeten worden uitgevoerd, sprake van nauwere band met Oostenrijk. Overdracht naar Oostenrijks recht plaatsgevonden: pas in pleitaantekeningen aanvoeren dat overdracht niet heeft plaatsgevonden te laat, door Teva overgelegde bevestiging onderschrijft overdracht. Overeenkomst tot overdracht handelsvergunningen van Teva aan Ratiopharm (in wetenschap dat in Nederland kort geding was aangezegd) geldig: aanvankelijke overdracht aan Teva berust op fout, zelfs als dat niet zo is geen sprake van nietigheid, aangezien het Teva vrij staat om haar zaken (alsnog) zo te regelen dat die overeenstemmen met haar beleid, overdracht niet enkel verricht om procedure Novartis te frustreren. Vorderingen gegrond op indirecte inbreuk door Teva / onrechtmatig handelen Teva door handelsvergunning ter beschikking te stellen aan rechtspersoon die octrooi inbreuk maakt in Oostenrijk daarom afgewezen. Toepasselijk recht beweerdelijk onrechtmatig handelen / octrooi inbreuk is op grond van artikel 4, 6 en 8 Rome II Oostenrijks recht. Naar Oostenrijks recht geen onzorgvuldig handelen / directe octrooi inbreuk door mee te werken aan geneesmiddelenbewakingssysteem: Teva met oog op volksgezondheid gehouden om in kader van geneesmiddelenbewakingssysteem meldingen van patiënten/artsen met betrekking tot bijwerkingen van everolimus Ratiopharm door te geven aan Ratiopharm, zodat dit uiteindelijk bij bevoegde autoriteiten uitkomt.

 

IEPT20200421, Hof Den Haag, Digital Revolution v Samsung

Samsung, die onderhavige octrooien en modelrechten aan HP heeft overgedragen, ontvankelijk in hoger beroep: Samsung treedt op grond van lastgeving op voor HP. Dat EP 537 meerdere los van elkaar staande uitvindingen bevat strookt niet met artikel 82 EOV, maar is geen nietigheidsgrond en doet niet af aan duidelijkheid EP 537. “Middendeel” uit conclusies 1 en 2 niet onduidelijk. Uit omstandigheid dat EP 211 - dat DR c.s. stelt toe te passen - ophopingsprobleem niet openbaart zal vakman niet afleiden dat dit probleem zich niet zal voordoen, maar dat probleem niet is onderkend. Standpunt dat ophopingsprobleem en weglekken afvaltoner niet zou bestaan is inventiviteitsverweer: bewijslast rust op degene die nietigheid inroept. Dat probleem niet is onderkend in stand van de techniek maakt het bestaan daarvan niet onaannemelijk. Stelling dat vakman niet plausibel zou achten dat in beschrijving beschreven oplossing zou werken zonder transportorgaan (60) verworpen: EP 537 ziet op twee afzonderlijke problemen, namelijk ophoping en klontering die door dieper gelegen deel respectievelijk een transportorgaan worden opgelost, vakman zou uit beschrijving begrijpen dat de (druk van) nieuw aangevoerde afvaltoner samen met de kracht die daarop door draaiende fotogevoelige medium wordt uitgeoefend zorgt voor voortstuwen in reinigingsruimte (21) opgehoopte afvaltoner naar afvalcontainer (23), vakman begrijpt met “mind willing to understand” dat “fully fills the cleaning area” niet letterlijk bedoeld is. Onvoldoende onderbouwd dat klonterprobleem zich bij normaal gebruik van printer tijdens reguliere levensduur zal voordoen, zodat transportorgaan toch noodzakelijk is. EP 537 nawerkbaar. Geen misbruik van octrooirecht: octrooi heeft technische toepassing en is nawerkbaar, stelling dat dieper gelegen deel enkel dient omdat cartridge anders niet compatibel zou zijn met Samsung printers verworpen. Dat EP 537 en EP 538 overlappende conclusies hebben maakt niet dat EP 537 ongeldig zou zijn door dubbele octrooiering: conclusies 1 en 2 EP 537 hebben ruimere beschermingsomvang, omdat transportorgaan daar geen deel van uitmaakt. EP 537 nieuw ten opzichte van US 608: openbaart niet locatie fotogeleidend medium en dat dieper gelegen deel naar beneden naar de fotogeleider toe is verdiept. EP 537 inventief: objectieve technische probleem is het tegengaan van afvaltonerlekkage, uitgaande van dat probleem onvoldoende aangetoond waarom door DR c.s. aangedragen documenten gelden als meest nabije stand van de techniek, indien van door DR aangedragen documenten wordt uitgegaan zou vakman niet stuiten op en kennis nemen van een van de andere aangedragen documenten, waarin geen lekkageprobleem wordt opgelost of zelfs genoemd, beroep op algemene vakkennis faalt. Inbreuk op EP 537 aangenomen. EP 744 niet inventief ten opzichte van Samsungs CLP-600 cartridge: vóór de prioriteitsdatum op de markt gebracht, is meest nabije stand van de techniek, in CLP-600 niet voorkomende deelkenmerk 1.11, het ter voorkoming van expansieve deformatie bevestigen van reeds aanwezige draageenheden aan bovenste en onderste behuizing, is algemene vakkennis, geen partial problems benadering, nu geen sprake is van een combinatie-uitvinding. Modellen GM 687 en GM 551 nietig: alle door Samsung onderscheiden kenmerken die model eigen karakter zouden geven hebben technisch effect, deze kenmerken zijn conform Doceram/Ceramtec-arrest (IEPT20180308) uitsluitend technisch bepaald, niet voor de hand liggend dat andere factoren dan de met de vormgeving te vervullen technische functie een rol spelen. Beroep op slaafse nabootsing onvoldoende onderbouwd. Proceskosten eerste aanleg en hoger beroep gecompenseerd: aandeel EP 537 door hof op 50% van de kosten begroot.

 

IEPT20200214, HR, High Point v KPN

Nationale rechter mag verzoek om centrale beperking van octrooi (art. 68 en 105a-105c EOV) buiten beschouwing laten wegens strijd met de eisen van de goede procesorde. Hof heeft terecht onderzocht of beroep High Point op centrale beperking octrooi toelaatbaar was in licht van eisen van een goede procesorde: hof moet uitzondering op tweeconclusieregel steeds toetsen aan eisen van een goede procesorde. Oordeel hof om centrale beperking octrooi wegens strijd met goede procesorde buiten beschouwing te laten geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting / is begrijpelijk: hof kon in bijzonder betekenis hechten aan – in cassatie onbestreden – vaststelling dat het octrooi in beperkte vorm nagenoeg identiek is aan gewijzigde conclusies van High Point die hof in tussenarrest 3 november 2015 (IEPT20151103) heeft geweigerd en waartegen High Point tevergeefs in cassatie is opgekomen, High Point had in eerder stadium moeten bewerkstelligen dat rechtsstrijd zich op geldigheid van octrooi in beperkte vorm zou toespitsen. Oordeel hof dat bezwaren tegen beroep op octrooi in beperkte vorm niet gelden voor KPN geen onjuiste rechtsopvatting / is begrijpelijk: beroep KPN op centrale beperking heeft slechts tot gevolg dat octrooi in ruime vorm achterhaald is, terwijl beroep High Point op beperking zou dwingen tot nieuw debat. Hof mocht vonnis Rb (IEPT20100915), waarin octrooi in ruime zin is vernietigd, bekrachtigen: leidt er niet toe dat octrooi in beperkte vorm is vernietigd.

 

IEPT20201006, Rb Den Haag, CT v Profloating

ProFloating maakt geen inbreuk op basis van equivalentie op octrooi EP 447: gemiddeld vakkundig persoon zal na lezing van beschrijving en conclusies niet menen dat in het kader van het aannemen van equivalentie het kenmerk “drijven” van “elk” verbindingselement voor sommige verbindingselementen kan worden weggeïnterpreteerd. De bewoordingen van deelkenmerk laten daarvoor geen ruimte, gelezen in samenhang met de gedachte achter het voorschrift dat alle elementen moet drijven. Niet-drijvende elementen zitten niet op onbelangrijke plaatsen in het systeem. Aanname dat niet zelfstandige drijvende verbindingselementen bij wege van equivalentie nog onder kenmerk f vallen past niet binnen scope van de werkelijke uitvinding: uitvinding gaat uit van slechts twee elementen in het kader van eenvoudige productie, vervoer en assemblage. De voorgestelde equivalentie slaagt niet voor Function-way-result-toets: het resulteert voorts in een complexer systeem met niet twee maar drie modulaire elementen, dat (op plekken) minder goed zal drijven.