B9 10034. Vzr. Rechtbank ’s-Hertogenbosch, 15 augustus 2011, LJN: BR4974, Unie Van Katholieke Bonden Van Ouderen tegen Katholieke Bond Van Ouderen In Noord-Brabant.
IE-aspecten. Executiegeschil. Vervolg op vzr. Rechtbank ’s-Hertogenbosch, 6 december 2010, waarin de rechtbank oordeelde dat de IE-aspecten volgens partijen nog onvoldoende belicht waren en dat er, zolang het lidmaatschap van KBO Brabant nog voortduurde, op dit punt nog geen acuut probleem was. Alle vorderingen op het gebied van intellectuele eigendomsrechten (merkenrecht, handelsnaam) werden met instemming van beide partijen pro forma aangehouden tot 31 januari 2011, waarbij de rechtbank nog opmerkte: “Denkbaar is dat partijen meer gebaat zijn in een investering in een "nieuwe jas" dan in een kostbare procedure over de vraag wie de oude mag gebruiken.
In het daarop volgende vonnis (BR4964) kwamen de IE-recht niet meer letterlijk ter sprake, maar sprak de rechtbank wel een voorlopig ‘regioverbod’ uit: Ook bij verbroken relaties moeten regelmatig voorzieningen worden getroffen, waarbij het karakter van ordemaatregel veelal prevaleert boven de exacte onderliggende juridische positie van beide partijen. Dit biedt tevens aanknopingspunten voor een in het recht redelijk geachte termijn. (…) Ofwel: KBO Brabant krijgt de eerste zes maanden na de scheiding op 1 januari 2011 “haar” Noord-Brabant voor zich alleen en hoeft geen bemoeienis van haar “aanstaande ex” Unie KBO te dulden.
In het onderhavige executiegeschil oordeelt de rechtbank over de naleving van dit verbod dat dat van de tien vermeende overtredingen er acht onvoldoende hard zijn gemaakt, zodat KBO Brabant €80.000,- van de geïnde €100.000, - aan Unie KBO moet terugbetalen.
Lees het vonnis hier.