B9 11811. Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23 oktober 2012, LJN: BY2074, Appellante sub 1 en Tilburgs Ambulatorium Neuropsychologie C.V. tegen Pontifix B.V. en Geintimeerde sub 2.
Handelsnaamrecht. Hoger beroep in executiegeschil na kort geding over de vraag wie van partijen na ontbinding van de maatschap is gerechtigd tot het voeren van de handelsnamen Tilburgs Ambulatorium Neuropsychologie en TAN (eerdere uitspraken (kort geding, executiegeschil en bodemprocedure hier).
In het onderhavige executiegeschil oordeelt het hof het verbod niet is overtreden. “Een redelijke uitleg van het verbod, tot het gebruik van handelsnamen, brengt mee dat het verbod zich beperkt tot het niet gebruiken van de handelsnamen. Het “archief schonen” van websites zoals Google valt daar niet onder. “Een dergelijke inspanningsverplichting verdraagt zich niet met het feit dat een ‘verbod’ is gevorderd en toegewezen. De uitleg die appellanten c.s. aan het verbod geeft, wijst veeleer in de richting van een ‘gebod’ tot het verrichten van de verlangde handelingen.”
In citaten:
4.11.Tussen partijen is niet in discussie dat het in dit geval gaat om een algemeen verbod. Zoals door de voorzieningenrechter terecht voorop gesteld, is op grond van de jurisprudentie van de Hoge Raad (o.a. HR 5 april 2002, NJ 2003, 356) van overtreding van een algemeen verbod pas dan sprake als een redelijke uitleg van het verbod meebrengt dat de draagwijdte van het verbod is beperkt tot handelingen “waarvan in ernst niet kan worden betwijfeld, dat zij, mede gelet op de gronden waarop het verbod werd gegeven, inbreuken, als door de rechter verboden, opleveren.” De voorzieningenrechter heeft voorts terecht overwogen dat als er reden is voor twijfel bij de veroordeelde, dat tot gevolg heeft dat er geen dwangsom is verbeurd.
4.12.De door [appellanten c.s.] voorgestane uitleg van het algemene verbod om ‘het gebruik van de handelsnamen door Pontifix c.s. voort te zetten’ ligt naar het oordeel van het hof bepaald niet voor de hand. Een dergelijke inspanningsverplichting verdraagt zich niet met het feit dat een ‘verbod’ is gevorderd en toegewezen. De uitleg die [appellanten c.s.] aan het verbod geeft, wijst veeleer in de richting van een ‘gebod’ tot het verrichten van de verlangde handelingen. Dat is echter niet door [appellanten c.s.] gevorderd.
4.13.Bij pleidooi is aan (de advocaat van) [appellante sub 1.]gevraagd of tijdens de eerste kortgedingprocedure - dus de procedure die heeft geleid tot het vonnis van 25 juni 2010 waarin het verbod is neergelegd - aan de orde is gekomen dat van Pontifix c.s. ook werd verlangd dat websites zoals Google zouden worden geschoond. [appellante sub 1.]heeft geantwoord dat daarover niet is gesproken. Vervolgens is aan geintimeerde sub 2. gevraagd of hij bij lezing van het vonnis van 25 juni 2010 dacht dat hij websites zoals Google actief moest benaderen.
[geintimeerde sub 2.] heeft geantwoord dat hij daar niet aan heeft gedacht. Eerst toen hij door [appellanten c.s.] erop is gewezen dat dit de bedoeling was, heeft hij, althans zijn dochter, actie ondernomen.
4.14.Het antwoord van [geintimeerde sub 2.] vindt steun in de overgelegde stukken. Daaruit blijkt immers dat eerst na ontvangst van het e-mailbericht van de advocaat van [appellanten c.s.] van 2 juli 2010 namens Pontifix c.s. Google is aangeschreven (zie r.o. 4.1 sub d en e). Anders dan [appellanten c.s.] betoogt, kan uit deze fax van 20 juli 2010 dan ook niet worden afgeleid dat [geintimeerde sub 2.] het verbod in de door [appellanten c.s.] gestelde zin heeft opgevat.
Het hof is van oordeel dat op de grond van de omstandigheden, dat
a) Pontifix en/of [geintimeerde sub 2.] enkel is verboden het gebruik van de handelsnamen voort te zetten,
b) [appellanten c.s.] tijdens de procedure, die leidde tot het verbod, niet aan de orde heeft gesteld dat onder het verbod ook moest worden begrepen het actief schonen van websites op het internet en
c) [geintimeerde sub 2.] het verbod ook niet in die zin heeft opgevat,
niet kan worden gezegd dat in ernst niet kan worden betwijfeld dat deze handelingen, het actief schonen van het internet, onder het opgelegde verbod zijn begrepen.
Een redelijke uitleg van het verbod brengt dan ook mee dat het verbod zich beperkt tot het niet gebruiken van de handelsnamen door Pontifix c.q. [geintimeerde sub 2.] zelf. Het actief schonen van websites zoals Google valt daar dus niet onder.
Dit leidt ertoe dat geen dwangsommen zijn verbeurd. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van Pontifix c.s. tot opheffing van de ten laste van [appellanten c.s.] gelegde beslagen op juiste en deugdelijke gronden opgeheven.
Lees het arrest hier.