Zaak C-618/15: Concurrence v Samsung en Amazon. Prejudiciële vraag Cour de cassation, Frankrijk
IPR. Prejudiciële vraag in een geding tussen Concurrence SARL, gevestigd in Frankrijk, en de vennootschappen Samsung SAS, eveneens gevestigd in Frankrijk, en Amazon Services Europe Sàrl, gevestigd in Luxembourg, wegens vermeende schending van een verbod op doorverkoop buiten een selectief distributienetwerk en op een marktplaats, door middel van een online verkoopaanbod op meerdere websites die in verschillende lidstaten worden geëxploiteerd, te weten Amazon.fr, Amazon.de, Amazon.co.uk, Amazon.es en Amazon.it. De vraag betreft uitlegging van artikel 5, punt 3 van de Brussel I-Vo (nr. 44/2001). De prejudiciële vraag betreft de vraag wat als plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan moet worden aangemerkt.
A-G Wathelet geeft het Hof in overweging de prejudiciële vraag als volgt te beantwoorden:
„Artikel 5, punt 3, van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken moet aldus worden uitgelegd dat, in geval van schending van het verbod op verkoop buiten een exclusief distributienetwerk door middel van een online aanbod, op websites in verschillende lidstaten, van producten die onder het exclusieve recht vallen, als de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan moet worden aangemerkt: de plaats waar de houder van het exclusieve distributierecht te maken heeft met een verkoopdaling, welke plaats samenvalt met het grondgebied waarop zijn recht wordt beschermd. De oorsprong van de websites waar de betrokken producten op worden aangeboden, is niet relevant bij de vaststelling van de rechterlijke bevoegdheid.”
Lees de conclusie hier.