A-G HvJEU over vrijheid van meningsuiting versus auteursrecht

Print this page 25-01-2019
B915628

Zaak C-516/17. Spiegel Online v Beck. Conclusie A-G Szpunar.

 

Auteursrecht. Volker Beck (“verweerder”) maakte van 1994 tot 2017 deel uit van de Duitse Bundestag en is auteur van een artikel over gevoelige en controversiële kwesties betreffende het strafrechtelijk beleid, dat in 1988 in een bundel is gepubliceerd. Bij die publicatie heeft de uitgever de titel van het manuscript gewijzigd en is een zin ervan ingekort. Verweerder heeft zich hierover bij de uitgever beklaagd en tevergeefs van hem geëist dat hij dit bij publicatie van de bundel als opmerking van de uitgever zou vermelden. Sinds 1993 of eerder al heeft verweerder zich volledig van de inhoud van dit artikel gedistantieerd. In 2013 is het manuscript van het betrokken artikel in archieven opgedoken en voorgelegd aan verweerder, die toen kandidaat was voor de parlementsverkiezingen die enkele dagen later zouden plaatsvinden. Verweerder heeft het document ter beschikking gesteld aan verschillende krantenredacties, als bewijs dat zijn manuscript in het in de bundel gepubliceerde artikel was gewijzigd. Hij heeft de media geen toestemming verleend voor publicatie van de teksten, maar heeft beide versies van het artikel op zijn eigen website gepubliceerd, waarbij hij op elke bladzijde de volgende vermelding aanbracht: “Ik distantieer mij van deze bijdrage. Volker Beck”. Op de in de bundel gepubliceerde bladzijden was bovendien aangegeven dat geen toestemming werd verleend voor publicatie.. Spiegel Online beheert het online informatieportaal Spiegel Online. Op 20 september 2013 heeft zij een artikel gepubliceerd waarin zij verklaarde dat verweerder het publiek jarenlang had misleid, aangezien de wezenlijke inhoud van zijn manuscript in de uitgave van 1988 niet was verdraaid. Behalve het artikel van Spiegel Online konden door middel van hyperlinks ook de originele versies van het manuscript en het in de bundel gepubliceerde artikel van verweerder worden gedownload. Volgens verweerder was sprake van inbreuk op zijn auteursrecht. Dit leidde uiteindelijk tot prejudiciële vragen over de uitleg van de uitzonderingen uit artikel 5 Auteursrechtrichtlijn.

 

A-G Szpunar geeft het Hof in overweging de prejudiciële vragen als volgt te beantwoorden:

 

„1) De lidstaten zijn verplicht in hun nationale recht de bescherming te waarborgen van de uitsluitende rechten zoals bedoeld in de artikelen 2 tot en met 4 van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij. Die rechten kunnen enkel worden beperkt door toepassing van de beperkingen en restricties die uitputtend zijn beschreven in artikel 5 van die richtlijn. De lidstaten blijven echter vrij in hun keuze van de middelen die zij passend achten om die verplichting na te komen.

 

2) Artikel 5, lid 3, onder c), van richtlijn 2001/29 moet aldus worden uitgelegd dat het gebruik van een werk van letterkunde in het kader van een verslag over een actuele gebeurtenis niet valt onder de beperking waarin dit artikel voorziet indien het met dit gebruik beoogde doel lezing van het gehele werk of een deel daarvan vereist.

 

3) Artikel 5, lid 3, onder d), van richtlijn 2001/29 moet aldus worden uitgelegd dat de in die bepaling bedoelde beperking voor citaten niet van toepassing is op situaties waarin een werk zonder toestemming van de auteur in zijn geheel op internet voor het publiek beschikbaar wordt gesteld als een bestand dat los kan worden ingezien en gedownload, zodat de gebruiker het origineel niet meer hoeft te raadplegen.

 

4) De in artikel 11 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie verankerde vrijheid van meningsuiting en van de media vormt geen begrenzing van de uitsluitende rechten van de auteur om de reproductie en de mededeling aan het publiek van zijn werk toe te staan of te verbieden, en biedt geen rechtvaardiging voor een beperking van of inbreuk op die rechten, naast de restricties en beperkingen zoals bedoeld in artikel 5, leden 2 en 3, van richtlijn 2001/29. Dit geldt eveneens in een situatie waarin de auteur van het betrokken werk een publieke functie uitoefent en dat werk zijn overtuiging openbaart ten aanzien van kwesties van algemeen belang, voor zover dat werk reeds voor het publiek beschikbaar is.”

 

Lees de conclusie hier.