A-G HvJEU: “sampling” zonder toestemming fonogrammenproducent is inbreuk

Print this page 04-02-2019
B915631

Zaak C-476/17: Pelham. Conclusie A-G Szpunar.

 

Naburige rechten. In deze zaak zijn er door het Bundesgerichtshof prejudiciële vragen gesteld over “sampling”. In de woorden van de AG: “Sampling is een techniek waarbij met behulp van elektronische apparatuur fragmenten (monsters ofwel samples, waaraan de techniek haar naam ontleent) van een fonogram worden overgenomen om te worden gebruikt in een nieuwe compositie op een ander fonogram. Bij het hergebruik worden deze fragmenten vaak gemixt, gewijzigd en in een „loop” herhaald, zodat ze in het nieuwe werk meer of minder herkenbaar zijn. De fragmenten kunnen variëren in lengte, van minder dan een seconde tot enkele tientallen seconden. Sampling heeft derhalve verschillende verschijningsvormen, hetgeen de juridische kwalificatie ervan uiteraard niet vergemakkelijkt.” Volgens verweerders hebben verzoekers met behulp van sampling ongeveer twee seconden van een ritmische sequens van “Metall auf Metall” gekopieerd en deze in een doorlopende herhaling onder het nummer “Nur mir” gezet. Hierdoor zou inbreuk zijn gemaakt op het naburige recht waarvan zij als producenten van het betrokken fonogram houder zijn. Na een lange rechtsgang heeft het Bundesgerichtshof een aantal prejudiciële vragen gesteld. A-G Szpunar geeft het HvJEU in overweging de vragen als volgt te beantwoorden:

 

„1) Artikel 2, onder c), van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij moet aldus worden uitgelegd dat er sprake is van een inbreuk op het uitsluitende recht van een fonogramproducent om reproductie van zijn fonogram toe te staan of te verbieden in de zin van die bepaling wanneer zonder zijn toestemming een fragment van zijn fonogram wordt overgenomen voor gebruik in een ander fonogram (sampling).

 

2) Artikel 9, lid 1, onder b), van richtlijn 2006/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende het verhuurrecht, het uitleenrecht en bepaalde naburige rechten op het gebied van intellectuele eigendom moet aldus worden uitgelegd dat een fonogram waarop fragmenten van een ander fonogram zijn overgenomen (samples) geen kopie is van het andere fonogram in de zin van die bepaling.

 

3) Artikel 2, onder c), van richtlijn 2001/29 moet aldus worden uitgelegd dat het zich ertegen verzet dat op fonogrammen een bepaling van intern recht van een lidstaat, zoals § 24, lid 1, van het Gesetz über Urheberrecht und verwandte Schutzrechte – Urheberrechtsgesetz (Duitse wet betreffende het auteursrecht en naburige rechten) van 9 september 1965, wordt toegepast, volgens welke een zelfstandig werk mag worden gecreëerd met vrij gebruik van een ander werk zonder toestemming van de auteur ervan, aangezien een dergelijke bepaling verder gaat dan de in artikel 5, leden 2 en 3, van die richtlijn bedoelde beperkingen en restricties op uitsluitende rechten.

 

4) De in artikel 5, lid 3, onder d), van richtlijn 2001/29 bedoelde beperking voor citaten is niet van toepassing in een situatie waarin een fragment van een fonogram is opgenomen op een ander fonogram zonder klaarblijkelijke bedoeling tot interactie met het eerste fonogram en zodanig dat het niet van de rest van het nieuwe fonogram te onderscheiden is.

 

5) De lidstaten zijn verplicht in hun nationale recht de bescherming te waarborgen van de in de artikelen 2 tot en met 4 van richtlijn 2001/29 bedoelde uitsluitende rechten, die enkel kunnen worden beperkt door toepassing van de beperkingen en restricties die uitputtend zijn beschreven in artikel 5 van die richtlijn. De lidstaten blijven echter vrij in hun keuze van de middelen die zij passend achten om die verplichting na te komen.

 

6) Het uitsluitende recht van fonogramproducenten om op grond van artikel 2, onder c), van richtlijn 2001/29 de reproductie van een gedeelte van hun fonogrammen toe te staan of te verbieden in geval van gebruik ervan voor sampling, is niet in strijd met de in artikel 13 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie verankerde vrijheid van kunsten.”

 

Lees de conclusie hier.