Antwoord Kamervragen over nalevingsniveau reclameregels bij nascholing medici
24-01-2013 Print this page
Antwoorden van minister Schippers (VWS) op Kamervragen over haar reactie op het rapport van de Inspectie van de Gezondheidszorg (IGZ) 'Nalevingsniveau reclameregels bij nascholing medisch specialisten voldoende, betere borging nodig'
(…) Uit de bevindingen van de IGZ blijkt dat negen van de tien onderzochte nascholingen overwegend aan de reclameregels voldoen. Dat vind ik positief, zij het met mate, omdat er wel verbeteringen mogelijk zijn (bij twee nascholingen waren de vertegenwoordigers niet herkenbaar en de (eventuele) banden tussen sprekers en de farmaceutische industrie waren bij de meeste nascholingen niet vooraf bekend gemaakt). Vandaar de term ‘gematigd positief’. De term ‘binnen redelijke perken’ stamt uit de Beleidsregels gunstbetoon: om oneigenlijke beïnvloeding te voorkomen dient de geboden gastvrijheid binnen redelijke perken te blijven, dat is het leidende principe.
Bij bijeenkomsten als nascholingen moet het gaan om de inhoud, dat wordt geacht het hoofddoel te zijn van de bijeenkomst. Andere aspecten van de bijeenkomst dienen ondergeschikt te zijn aan het hoofddoel. Bezoekers van de bijeenkomst moeten zich bijvoorbeeld niet laten leiden door aspecten als de locatie van de bijeenkomst of de geboden gastvrijheid. Wat redelijk is verschilt echter per situatie en ik ben van mening dat die norm daarom niet teveel vooraf ingevuld moet worden. Tegelijkertijd heb ik in mijn standpunt1op het rapport “Nalevingsniveau reclameregels bij nascholing van medisch specialisten voldoende, betere borging nodig” aangegeven dat ik het belangrijk vind dat deze regels voldoende handzaam zijn voor de IGZ. In de Beleidsregels gunstbetoon is een grens voor gastvrijheid gesteld. De leden van de fractie van de SP hebben de indruk dat die grens bewust wordt opgezocht; dat is mogelijk. De IGZ pleit daarom voor differentiatie van de norm voor gastvrijheid. Ik heb aangegeven dat ik daarover met de IGZ in overleg ga.
(…) Laat ik vooropstellen dat ik het zorgelijk vind dat er bij de accreditering onvoldoende is gekeken naar mogelijke beïnvloeding vanuit de (farmaceutische) industrie. Ik ga er vanuit dat de wetenschappelijke verenigingen en de Stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR) straks onmiddellijk met het door de CGR ontwikkelde toetsingsinstrument aan de slag gaan. Met de IGZ heb ik afgesproken dat zij betrokken zal blijven bij het opstellen van het toetsingsinstrument en na de uitrol van het instrument zal nagaan of deze toetsing vooraf ook daadwerkelijk plaatsvindt. Daarnaast zal de IGZ onderzoeken in welke mate toetsing achteraf (door middel van monitoring door de wetenschappelijke verenigingen) van nascholingen op gunstbetoon plaatsvindt. Ook zal de IGZ wederom onaangekondigd een aantal gesponsorde nascholingen inspecteren, waarbij zij zal nagaan of de regels voor gunstbetoon worden nageleefd.
Lees alle vragen en antwoorden hier.