Antwoorden TK over doorgave van klantinfo door webwinkeliers aan Brein

03-10-2013 Print this page
B912541

Antwoorden op vragen van het lid Oosenbrug (PvdA) aan de Minister van V&J over het bericht dat webwinkeliers zich verplichten om klantinformatie door te geven aan Stichting BREIN (ingezonden 20 augustus 2013). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 116. 

"Vraag 3: Mag met het oog op de wet- en regelgeving ten aanzien van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer een derde winkels dwingen om klantgegevens minimaal twee jaar te bewaren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 3: Webwinkels kunnen zelf belang hebben bij het bewaren van klantgegevens bijvoorbeeld ten behoeve van het optreden tegen distributie van e-boeken zonder toestemming van de rechthebbende. De gratis distributie van e-boeken kan ten koste gaan van hun verkoop. Zij kunnen in dat kader ook afspraken maken met derden. Indien winkels menen dat zij door het economisch overwicht door een derde worden gedwongen om bepaalde contractsvoorwaarden te accepteren, kunnen zij de Autoriteit Consument en Markt (hierna: ACM) vragen te beoordelen of er misbruik wordt gemaakt van een machtspositie. Als dat het geval is, dan kan de ACM daartegen optreden.

Vraag 4: Acht u de bestaande mogelijkheden om tegen verdenkingen ten aanzien van inbreuk van de auteurswet afdoende? Zo ja, hoe oordeelt u dan over de bepalingen met betrekking tot klantgegevens in de in het artikel genoemde overeenkomst «digitale distributie voor webwinkels»? Zo nee, waar zitten volgens u nog tekortkomingen?

Antwoord 4: Het uitgangspunt bij handhaving van intellectuele eigendomsrechten is dat handhaving in eerste instantie de verantwoordelijkheid is van de rechthebbende zelf. Hij dient zich daarbij te houden aan het wettelijk kader. In casu lijkt daarvoor doorslaggevend of een klant ondubbelzinnig en uit vrije wil ingestemd heeft met de gegevensverwerking met het oog op handhaving van de op e-boeken rustende intellectuele eigendomsrechten. Bij deze beoordeling zal – mede gelet op een vrije toegang tot informatie en cultuur – een rol spelen of een klant ook langs andere weg kennis kan nemen van het boek.

Vraag 5: Is het in Nederland toegestaan dat de oorspronkelijke koper van een e-book dit doorverkoopt? Zo ja, op welke wijze kan dan worden aangetoond dat met het doorverkopen van een e-book de auteursrechten niet worden geschonden? Zo nee, waarom is dit niet toegestaan en op grond van welke bepaling(en)?

Antwoord 5: Uit artikel 4 van de Auteursrechtrichtlijn 2001/29/EG volgt dat indien een exemplaar van een auteursrechtelijk beschermd werk voor de eerste maal in een van de lidstaten van de EU of de EER in het verkeer is gebracht door eigendomsoverdracht, het doorverkopen van dat fysieke exemplaar geen inbreuk vormt op het auteursrecht. Dit is de zogeheten communautaire uitputtingsleer. In overweging 29 van de preambule van de Auteursrechtrichtlijn is opgenomen dat die uitputting niet geldt in het geval van diensten, in het bijzonder online diensten, en evenmin geldt voor exemplaren van werken die door een gebruiker van een online dienst met toestemming van de rechthebbende worden vervaardigd. Of het doorverkopen van een e-boek indachtig de uitputtingsleer dan wel of juist niet door het distributierecht wordt bestreken, moet worden beantwoord tegen de achtergrond van artikel 4 en overweging 29 van de Auteursrechtrichtlijn. Het geven van een authentieke interpretatie dienaangaande is aan de rechtsprekende macht en daarbij uiteindelijk het Hof van Justitie van de Europese Unie voorbehouden. Het Hof van Justitie heeft ten aanzien van software geoordeeld dat onder omstandigheden een softwarelicentie zonder toestemming van de rechthebbende kan worden doorverkocht (HvJEU 3 juli 2012, zaak C-128/11 (UsedSoft/ Oracle International)."

Lees hier meer.