AMI 2013, p. 18-22. Opinie C.P.A. Holierhoek: "[...]. Aan het thans voorliggende wetsvoorstel vooraf gaat de vraag of het nodig was, en achteraf kan de vraag gesteld worden of het wetsvoorstel bewerkstelligt wat het wil bewerkstelligen: een versterking van de positie van de maker en de naburigrechthebbende.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er onder de critici personen zijn die het ontwijken via de Minister van OCW van mededingingsrechtelijke obstakels tot mislukken gedoemd achten. Ook de derdenwerking (dat een maker niet alleen zijn eigen exploitant, maar ook vervolg-exploitanten kan aanpakken) leidt soms tot ongeloof in het door de wetgever gewenste resultaat. Ook dat er zoveel open begrippen in het wetsvoorstel staan die allemaal tot een eigen soort invulling uitnodigen, geeft een aantal juristen weinig vertrouwen in de goede afloop. Er lopen ook tegenstanders rond die al een aantal jaren herhalen dat er geen goede reden te vinden is om auteurscontracten wettelijk op de schop te nemen. Zij wijzen op wat economen ervan vinden, en dat is in een aantal gevallen niet veel goeds. Ze laten rapporten van Duitse huize zien waar men met een iets ander systeem kennelijk niet erg succesvol is geweest.
Maar veel hoop van schrijvers, vertalers en andere makers blijft gericht op het nieuwe auteurscontractenrecht, in weerwil van het feit dat de financieel-economische omstandigheden waaronder auteurs en uitgevers thans gelijkelijk zuchten, niet erg gunstig zijn. En misschien is het ook wel zo dat juist in de huidige barre tijden de verwachting waarmee wordt uitgekeken naar verbeteringen, groeit."