Auteursrecht en inbreuk zijn onvoldoende geconcretiseerd

20-12-2012 Print this page

B9 11982. Rechtbank Arnhem, 28 november 2012, LJN: BY6969, WK-Ontwerpers tegen Gedaagde.

Auteursrecht, althans auteursrechtcomponent in geschil over niet betaalde facturen. Eiser WK-Ontwerpers heeft in opdracht van gedaagde een website ontworpen en gebouwd. Naar mening van gedaagde vertoonde de opgeleverde website vertoonde echter ‘tal van gebreken en tekortkomingen’ en gedaagde heeft de overeenkomst ontbonden en heeft het bouwen van de website vervolgens in eigen hand genomen. Eiser vordert i.c. primair de betaling van diverse facturen (die vorderingen worden toegewezen) en stelt daarbij eveneens dat gedaagde inbreuk heeft genaakt op haar auteursrecht, doordat gedaagde voor haar website gebruik zou hebben gemaakt van, kort gezegd, de door eiser gerealiseerde website.

Die vordering wordt afgewezen. Eiser heeft niet voldaan aan haar stelplicht m.b.t. haar vermeende werken en de gestelde inbreuk daarop. Het enkele feit dat 27% van de website is gekopieerd en dat dit zoveel is dat toeval geheel is uitgesloten, betekent nog niet dat er sprake is van auteursrechtinbreuk, oordeel de rechtbank o.a. en “de in het geding gebrachte producties bieden geen soelaas, nu het slechts gaat om “een aantal voorbeelden”, die “ter illustratie” zijn overgelegd.”

4.34.  Met [gedaagde] is de rechtbank van oordeel dat WK-Ontwerpers met de hiervoor weergegeven onderbouwing niet heeft voldaan aan haar stelplicht. Zij heeft slechts in algemene bewoordingen gesteld dat zij auteursrecht heeft op de door haar voor [gedaagde] gemaakte werken en dat [gedaagde] daarop inbreuk heeft gemaakt. Niet duidelijk is evenwel geworden wat zij precies bedoelt. Het enkele feit dat 27% van de website is gekopieerd en dat dit zoveel is dat toeval geheel is uitgesloten, betekent nog niet dat er sprake is van auteursrechtinbreuk. WK-Ontwerpers heeft in de eerste plaats onvoldoende geconcretiseerd welke specifieke, door of namens haar ontwikkelde/ontworpen ‘zaken’ kunnen worden beschouwd als een werk in de zin van artikel 1 juncto artikel 10 Aw. Daarbij had WK-Ontwerpers per onderdeel (zoals onder meer filmpjes, animaties, foto’s, illustraties, teksten en vertalingen) dienen te stellen en te onderbouwen dat en waarom deze zaken een eigen, oorspronkelijk karakter hebben en het persoonlijk stempel van de maker dragen. Meer in het bijzonder had zij nader moeten concretiseren waarom die zaken het resultaat zijn van scheppende menselijke arbeid en dus van creatieve keuzes. Daarenboven heeft WK-Ontwerpers onvoldoende onderbouwd dat er sprake is van auteursrechtelijk relevante verveelvoudigingen/openbaarmakingen door [gedaagde]. In dit verband had het op de weg van WK-Ontwerpers gelegen om te stellen en te onderbouwen dat en waarom de beweerdelijk inbreukmakende werken van [gedaagde] in zodanige mate de auteursrechtelijk beschermde trekken van haar werken vertonen dat de totaalindrukken die de werken maken te weinig verschillen voor het oordeel dat de werken van [gedaagde] als zelfstandige werken kunnen worden aangemerkt. De in het geding gebrachte producties bieden geen soelaas, nu het slechts gaat om “een aantal voorbeelden”, die “ter illustratie” zijn overgelegd.

4.35.  Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vorderingen van WK-Ontwerpers met een auteursrechtelijke grondslag (onder 3.1 sub 1 en 8) zullen worden afgewezen.

Lees het vonnis hier.