Behandeling wetsvoorstel vereenvoudiging en digitalisering procesrecht in Tweede Kamer
08-06-2015 Print this page
Behandeling wetsvoorstel vereenvoudiging en digitalisering procesrecht, Handelingen, 2014-2015, Vergaderingnummer 84, Datum vergadering 19 mei 2015, Gepubliceerd op 5 juni 2015.
Minister Van der Steur: [...] Ik denk dat mevrouw Helder heel goed heeft geschetst, zoals ik dat ook van haar gewend ben, waar het wetsvoorstel om gaat: digitalisering van procedures in het civiele recht en het bestuursrecht. Processtukken kunnen dus digitaal worden ingediend en partijen beschikken over een digitaal dossier. Dat dossier is dus ook altijd ter inzage en kan altijd weer worden geraadpleegd als men daaraan behoefte heeft. Tegelijk wordt het civiele procesrecht vergaand vereenvoudigd. Die vereenvoudiging en digitalisering brengen de rechtspraak bij de tijd. Digitaal procederen is voor rechtzoekenden goedkoper, maar ook vooral eenvoudiger omdat het een hoop papieren stukken scheelt. Partijen kunnen in het digitale dossier zelf zien wat hun tegenpartij heeft aangevoerd en wat de precieze stand van zaken is. Ze zijn daarvoor niet meer afhankelijk van derden, zoals een advocaat. Ze zullen dus ook niet meer geconfronteerd worden met de daarbij komende kosten. Tegelijkertijd wordt de zitting bij de rechter centraal gesteld. Digitalisering leidt dus niet tot minder, maar juist tot meer contact met de rechter daar waar dat nodig is. Digitalisering in het voorliggende wetsvoorstel leidt er dus toe dat het contact met de rechter en de toegang tot de rechter makkelijker en laagdrempeliger worden en op een veel eenvoudigere en directere manier kunnen plaatsvinden. Dat deel ik met de heer Van Nispen, die dat nog weer eens goed onder de aandacht heeft gebracht.โ
Aan de ene kant hebben we de voorbereiding van de wetgeving en aan de andere kant de voorbereiding van de uitvoering daarvan. De voorbereiding van de wetgeving ligt op koers. We bespreken vandaag het wetsvoorstel over de procedure in eerste aanleg. Het wetsvoorstel voor de procedure in hoger beroep en cassatie ligt ook aan de Kamer voor. De invoeringswet kan binnenkort worden ingediend. Anders dan de heer Oskam veronderstelt, is er dus geen sprake van vertraging. Wel is het van groot belang, voor zowel de rechtspraak als de regering, dat de wetsvoorstellen zo snel mogelijk door de Eerste en Tweede Kamer worden aangenomen. De lagere regelgeving die voor de implementatie van dit wetsvoorstel nodig is, is al bijna klaar of ligt al klaar. Op het moment dat het wetsvoorstel eenmaal is aangenomen, kan de wet dus ook worden ingevoerd.โ
Duidelijkheid over de regelgeving is nodig omdat het digitale systeem zoals de Raad voor de rechtspraak dat nu ontwikkeld heeft daar goed op moet aansluiten. Het is belangrijk dat duidelijk is of de wetgeving nog moet worden aangepast, zodat de rechtspraak er adequaat uitvoering aan kan geven. Het spreekt voor zich dat het digitale systeem goed en betrouwbaar moet zijn voordat het digitaal procederen van start gaat. Dat punt is door een aantal woordvoerders aan de orde gesteld. Zij vroegen: wat als het nou niet blijkt te werken? Vallen mensen dan tussen wal en schip? Loopt het hele zaakje dan in de war? Het antwoord daarop is nee. Als het stelsel niet betrouwbaar is, wordt het niet ingevoerd. Dat zal echter consequenties hebben. De heer Van Nispen en de heer Oskam wezen daar al op. Het zal betekenen dat er meer kosten gemaakt moeten worden gedurende een langere periode dan de bedoeling is, omdat twee systemen naast elkaar zullen moeten blijven bestaan. Dat is echter het minste probleem. Wat in onze samenleving niet kan gebeuren, is dat de rechtspraak niet bereikbaar is en dat het recht niet kan zegevieren waar dat nodig is. Die toezegging heeft mijn voorganger ook al gedaan en die herhaal ik hier dan ook: de invoering zal pas plaatsvinden op het moment dat het systeem daar ook daadwerkelijk klaar voor is.โ"
Lees hier meer.