Bjorn Schipper: Kleine juridische kroniek van het muziekrecht 2017

Print this page 15-05-2018
B915405

Bjorn Schipper, Schipper Legal: Kleine juridische kroniek van het muziekrecht. (Gepubliceerd in Muziekwereld 2018-1).

"Traditiegetrouw blikken we aan het begin van het jaar terug op het afgelopen muziekjaar. De streaming-markt zit stevig in de lift en blockchain-technologie wint steeds meer terrein. Ook zien we artificial intelligence (AI) toegepast worden in de muziekstudio, met als resultaat de eerste kunstmatige intelligentie-hitplaat van Taryn Southern en talloze interessante nieuwe rechtsvragen. Net als in 2012 t/m 2017 sta ik in deze eerste editie van Muziekwereld in 2018 in de vorm van een kleine juridische kroniek van het muziekrecht stil bij een aantal spraakmakende zaken uit 2017. De selectie van deze zaken is op basis van dezelfde uitgangspunten als voorgaande edities gemaakt.

[...]

Het Feestduo en de vertaling van een Duits liedje
De Rechtbank Oost-Brabant oordeelde op 1 maart 2017 dat het muziekauteursrecht en de mechanische reproductierechten van een Nederlandse muziekauteur op de Nederlandse vertaling van een Duitstalig liedje op grond van het exploitatiecontract met Buma/Stemra bij laatstgenoemde organisaties berusten. Bij het vragen om toestemming voor de vertaling hebben de oorspronkelijk rechthebbenden (o.a. Universal) bovendien bedongen dat de Nederlandse vertaler geen aandeel in het auteursrecht en de inkomsten zou verkrijgen.

[...]

Martin Garrix vs. Spinnin’ Records
Op 20 september 2017 wees de Rechtbank Midden-Nederland een (tussen)vonnis in het langlopende conflict tussen DJ en producer Martin Garrix en zijn voormalige management MusicAllstars Management (hierna: MAS) en platenlabel Spinnin’ Records. De Rechtbank overweegt dat de managementcontracten tussen Martin Garrix en MAS als overeenkomsten van opdracht ex. artikel 7:400 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) gekwalificeerd moeten worden, waarbij MAS zich jegens Martin Garrix verbonden heeft tegen een bepaalde vergoeding werkzaamheden op het gebied van artiestenmanagement te verrichten. Dit brengt voor MAS als opdrachtnemer een bijzondere zorgplicht met zich mee. Aan de hand van de feiten en door betrokkenen over en weer gedane uitlatingen oordeelt de Rechtbank dat Martin Garrix gedwaald heeft over de indruk die MAS en Spinnin’ Records bij hem hadden gewekt bij het aangaan van zijn management- en productiecontracten in 2012. De Rechtbank bevestigt op grond van deze dwaling de eerder door Martin Garrix ingeroepen vernietiging van genoemde overeenkomsten. Interessant is nog de overweging van de Rechtbank dat niet Spinnin’ Records maar Martin Garrix in de zin van het naburige recht als de fonogrammenproducent van zijn tracks moet worden gezien. De Rechtbank stoelt deze overweging op de feitelijke manier waarop ‘zolderkamerproducer’ Martin Garrix destijds zijn tracks bij Spinnin’ Records aanleverde en zijn wijze van samenwerking met Spinnin’ Records waarbij hij de facto het financiële risico droeg van de kosten gemoeid met de eerste vastlegging van zijn tracks.

[...]"

Lees de volledige kroniek hier