Mediaforum 2017-2, p. 42-49, Nuria Deroeck, Sarah Van Leuven en Eva Lievens: “Het recht van antwoord maakt het mogelijk voor natuurlijke personen of rechtspersonen om zich te verweren tegen geschreven berichtgeving waarin zij expliciet of impliciet aangewezen worden, of wanneer hun rechtmatige belangen, namelijk aanzien en reputatie, zijn aangetast door een onjuiste bewering tijdens de uitzending van een televisie- of radioprogramma. De huidige wetgeving in België is echter verouderd: online media vallen namelijk niet binnen het toepassingsgebied. Verschillende wetsvoorstellen werden geïntroduceerd, maar geen enkel
werd uiteindelijk aangenomen.
De afwezigheid van ruimte- en tijdgebondenheid blijft een groot discussiepunt voor het bepalen van de termijn waarin een recht van antwoord moet kunnen aangevraagd worden en waar het gepubliceerd moet worden. Een belangrijke vaststelling is dat de plaats van het antwoord op de website een minder belangrijk criterium blijkt te zijn dan de impact van het oorspronkelijk artikel. Het argument ‘impact’ speelt ook een rol in de vorm van het antwoord: een respondent merkte op dat een video veel meer impact heeft dan een geschreven tekst. Een uitbreiding naar alle mediavormen vinden we ook terug in de literatuur. De nood aan een wettelijk kader als aanvulling op de bestaande praktijken en zelfregulering blijft voelbaar. Zowel de media als burgers zouden baat hebben bij een duidelijkere houvast. De elementen die door de respondenten werden belicht zouden in aanmerking moeten worden genomen bij het opstellen van wetsvoorstellen en/of charters in de, hopelijk nabije, toekomst.”