“Het einde van het nietigheidsverweer?” Clea Witteman over het verschil tussen nietigheid en vernietigbaarheid in de Rijksoctrooiwet

Print this page 09-09-2019
B915836

Zie bijgaand het artikel dat Clea Witteman (Juridisch Adviseur, Octrooicentrum Nederland) op persoonlijke titel heeft geschreven over het verschil tussen nietigheid en vernietigbaarheid in de Rijksoctrooiwet 1995. Witteman betoogt dat in het octrooirecht niet lijkt te worden erkend dat er een verschil bestaat tussen nietigheid en vernietigbaarheid. Dit leidt volgens haar tot juridisch onduidelijke situaties. Zo heeft de uitwisselbaarheid die er in de octrooirechtpraktijk lijkt te bestaan tussen nietigheid en vernietigbaarheid in de praktijk geleid tot de mogelijkheid van het nietigheidsverweer, terwijl het voeren van een dergelijk verweer volgens Witteman helemaal niet kan leiden tot de conclusie dat een octrooi nietig is. De door de wetgever gekozen bewoording van artikel 75 Row 1995 betekent volgens haar dat een vermeende inbreukmaker die ervan overtuigd is dat het octrooi niet geldt, een eis in reconventie moet instellen om de vernietiging van het octrooi te vorderen. Eerst dan kan de rechter dat uitspreken en zou door de terugwerkende kracht van die vernietiging geconcludeerd kunnen worden dat geen inbreuk mogelijk is. Tot die tijd is het octrooi van kracht en is inbreuk mogelijk, zo concludeert Witteman.

 

Lees het artikel hier.