Commissie Auteursrecht: afzien van nieuw naburig recht tegen deepfakes

18-05-2026 Print this page
B916896

Advies over auteursrecht en naburig recht voor de problematiek van deepfakes van personen. Het advies is voor een initiatiefwetsvoorstel in wording. Het advies is van Commissie auteursrecht. Het (voorgenomen) wetsvoorstel is van het Kamerlid Dral (VVD) - (consultatie).

 

De Commissie adviseert dat het van belang is te verduidelijken dat het wetsvoorstel twee onderscheiden doelstellingen nastreeft: enerzijds het bieden van bescherming tegen ongewenst gebruik van deepfakes waardoor de persoonlijke levenssfeer en reputatie van natuurlijke personen kunnen worden geschaad en anderzijds het faciliteren van de commerciële exploitatie van stem en beeltenis met behulp van deepfake-technologie.


De Commissie adviseert om af te zien van het introduceren van een nieuw naburig recht, aangezien dit geen passend instrument is om bescherming van stem en beeltenis tegen deepfakes te realiseren. Een intellectueel eigendomsrecht is niet geëigend om misbruik van persoonskenmerken in een context van pornografie, fraude en misleiding te bestrijden. Het voorstel dient beter te motiveren waarom niet kan worden volstaan met aanpassing van bestaande regelingen op het terrein van privacy- en gegevensbescherming, in het bijzonder gelet op de mogelijkheden die de AVG laat aan lidstaten om bescherming uit te breiden tot na de dood van de betrokkene. Ook zou het portretrecht kunnen worden uitgebreid zodat het naast de afbeelding ook uitdrukkelijk de stem van personen beschermt.


Los van de vraag of een naburig recht een effectief middel is, brengt het voorstel ook het risico mee van conflicten met het Unierecht, in het bijzonder het gegevensbeschermingsrecht. Zo kunnen spanningen ontstaan tussen het voorgestelde naburige recht en de vereisten die de AVG stelt aan gegevensverwerking. Daarnaast blijkt uit de recente TRIS-kennisgeving van de Europese Commissie dat nationale regelingen die een afzonderlijk recht tegen deepfakes introduceren vragen kunnen oproepen over de verenigbaarheid met het geharmoniseerde kader op het gebied van het auteursrecht en de naburige rechten.


Advies - rapport 302647