Conclusie A-G in ACI v Thuiskopie: vernietiging arrest hof, Hoge Raad kan de zaak zelf afdoen
08-11-2016 Print this page
(Met dank aan Thijs van Aerde en Rob Meijer (Houthoff Buruma), Dirk Visser en Paul Kreijger (Visser Schaap Kreijger)
Conclusie A-G van Peursem, 4 november 2016, ACI v Thuiskopie
Vervolg op arrest Hof van Justitie IEPT20140410 en IEPT20140921 (HR). Het Hof oordeelde dat strikte uitleg uitzonderingen zich verzet tegen verplichting voor auteursrechthebbenden om rechtsschendingen te gedogen waarmee vervaardiging van privékopieën gepaard kan gaan. Voorts oordeelde het Hof dat een nationale wettelijke regeling die geen onderscheid maakt tussen privékopieën uit geoorloofde en uit ongeoorloofde bronnen in strijd met doelstellingen van Auteursrechtrichtlijn is. Dergelijke regeling is geen correcte toepassing van thuiskopie-exceptie, ongeacht feit dat er geen technische voorzieningen bestaan om ongeoorloofde privékopieën te bestrijden. Het vergoedingsstelsel biedt volgens het Hof op grond van dergelijke regeling geen rechtvaardig evenwicht aan belangen van auteurs en van gebruikers van beschermd materiaal: het is zelfs een indirecte bestraffing van gebruikers. De Handhavingsrichtlijn is volgens het Hof niet van toepassing op procedure inzake billijke compensatie.
Gezien het voorgaande concludeert A-G van Peursem tot vernietiging van het bestreden arrest:
“3.8 Nu het incidentele cassatieberoep is ingetrokken (nadere s.t. zijdens Thuiskopie onder 3.5), behoeft dat geen inhoudelijke bespreking meer. Het heeft nog wel een kostenstaartje, dat aan de orde komt bij de bespreking van de art. 1019h Rv kwestie.
3.9 Nu het principale cassatieberoep in zoverre slaagt, dient de afgewezen verklaring voor recht (in hoger beroep na eisvermeerdering bij MvG onder II.A) dat bij de bepaling van de hoogte van de thuiskopievergoeding geen rekening dient te worden gehouden met de schade die het gevolg is van illegaal kopiëren uit een illegale bron, alsnog te worden toegewezen.
3.10 Uw Raad kan de zaak zelf afdoen. Het gaat hier om een zuiver rechtsoordeel, waarvoor geen feitelijke beoordeling meer nodig is. Daartoe behoeft het bestreden arrest alleen in zoverre te worden vernietigd, dat tevens wordt toegewezen de gevorderde verklaring voor recht in hoger beroep onder II.A "...dat bij de bepaling van de hoogte van de thuiskopievergoeding geen rekening dient te worden gehouden met de schade die het gevolg is van illegaal kopiëren (incl. downloaden) uit een illegale bron".
4.3 Nu een proceskostenveroordeling volgens art. 1019h Rv in deze cassatieprocedure niet aan de orde is, zijn de algemene regels van art. 237-245 Rv - middels de schakelbepaling van art. 418a Rv - van toepassing (liquidatietarief). In afwijking van deze regels laat art. 419 lid 4 Uw Raad de vrijheid te beslissen omtrent de proceskosten zoals hij vermeent te behoren. Van deze bevoegdheid maakt Uw Raad spaarzaam gebruik en toepassing is beperkt tot compensatie van kosten in cassatie. Uit Informatiebeheergroep/Groenhart volgt dat deze regeling geen vrijheid geeft om met betrekking tot de kostenveroordeling in lagere instanties van de gewone regels af te wijken. Compassie met de verUezende partij lijkt de drijfveer te zijn voor toepassing van art. 419 lid 4 Rv. Onze zaak geeft daar naar ik meen geen aanleiding toe. Thuiskopie heeft het incidentele cassatieberoep pas ingetrokken nadat uit het prejudiciële arrest bleek dat dit beroep geen kans van slagen had en er geen steekhoudend verweer mogelijk was tegen het principale beroep. Dan komt kostencompensatie niet aan de orde. Tot aan het Luxemburgse arrest heeft Thuiskopie verweer gevoerd en ACI c.s. hadden ook al gerespondeerd op het incidentele cassatieberoep van Thuiskopie. Zodoende dient Thuiskopie als verliezende partij te worden veroordeeld in de kosten van zowel het principale beroep (dat slaagt) als het incidentele cassatieberoep (dat faalt).
4.4 In geval van vernietiging van de uitspraak van de rechter in vorige instantie wordt de verliezende partij vaak ook veroordeeld in de kosten van die vorige instantie. Nu het bestreden arrest alleen behoeft te worden vernietigd voor zover de gevorderde verklaring voor recht met betrekking tot het kopiëren uit illegale bron is afgewezen, kan de kostenveroordeling van het Haagse hof naar ik meen in stand blijven, nu het dictum van het arrest a quo alsdan verder niet wordt vernietigd.”
Lees de volledige conclusie hier.