Conclusie A-G, Artiestenverloning v Artiestenverloningen

11-09-2015 Print this page
B913993

(Met dank aan Vivien Rörsch, Tobias Cohen Jehoram (De Brauw Blackstone Westbroek) en Rutger van Rompaey (Van Benthem & Keulen)

Conclusie A-G van Peursem, 11 september 2015, Artiestenverloning v Artiestenverloningen 

Handelsnaamrecht. Conclusie A-G van Peursem inzake de beoordeling van verwarringsgevaar bij domeingebruik in het handelsnaamrecht. Cassatie tegen het arrest van het Hof Den Haag van 6 mei 2014 (IEPT20150506). In citaten:

"Is bij botsing van domeinnamen als criterium voor onrechtmatigheid louter verwarring(sgevaar) voldoende, of zijn bijkomende omstandigheden vereist? Literatuur en lagere rechtspraak zijn verdeeld. [...] Rechtbank Dordrecht oordeelde dat louter verwarringsgevaar volstaat om de door Prae gehanteerde domeinnaam onrechtmatig te achten tegenover Artiestenverloningen. Het Haagse Hof wees dat onrechtmatigheidsoordeel af, omdat daarvoor enkel verwarring(sgevaar) niet
volstaat, maar bijkomende omstandigheden zijn vereist. Ik denk dat dat laatste inderdaad klopt - het moet gaan om nodeloze verwarring, zodat het cassatieberoep, dat hierom draait, zou moeten falen."

"Onderdeel 1 klaagt dat het hof een onjuiste, te terughoudende maatstaf heeft gehanteerd bij de beoordeling van de onrechtmatigheid van het gebruik van de domeinnaam <artiestenverloning.nl> jegens Artiestenverloningen. Daarbij is het hof er ten onrechte van uitgegaan dat de enkele omstandigheid dat Prae's domeinnaam beschrijvend is meebrengt dat
het gebruik ervan in beginsel niet onrechtmatig is. Verwarringsgevaar is doorslaggevend, gelet op alle relevante omstandigheden van het geval en dat ·had het hof moeten onderzoeken. Dat een handelsnaam en/of domeinnaam een beperktere beschermingsomvang heeft en minder verwarringsgevaar doet ontstaan naarmate deze meer beschrijvend is, neemt niet weg dat als eenmaal vaststaat dat er sprake is van verwarringsgevaar, onrechtmatig handelen aan de orde is of kan zijn."

"Onderdeel 2 klaagt dat het hof ten onrechte geen of onvoldoende gewicht heeft toegekend aan de omstandigheid dat Artiestenverloningen "een zekere bekendheid" geniet, omdat dit het louter beschrijvende karakter van Prae's domeinnaam kan opheffen, althans dat onvoldoende is gemotiveerd waarom dit niet zo zou zijn."

"Ook onderdeel 3 bouwt voort op de bepleite toetsingsmaatstaf en klaagt dat in rov. 9 onvoldoende is gemotiveerd dat het gebruik van Prae's domeinnaam <artiestenverloning.nl> niet onrechtmatig is in het licht van vijf volgens de klacht als hypothetische feitelijke grondslag te beschouwen stellingen van Artiestenverloningen uit de feitelijke instanties"

"Onderdeel 4 behelst een veegklacht als een voorgaande klacht slaagt, is het oordeel in rov. 9 dat grief ll opgaat onjuist en moeten ook rov. 14-15 en het dictum sneuvelen."

Alle onderdelen worden afgewezen. Over onderdeel 1 stelt de A-G het volgende: "Ik acht niet juist dat het hof de onrechtmatigheid niet zou hebben beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval (die zijn minstgenomen impliciet meegewogen) en evenmin dat het hof vanwege het beschrijvende karakter de rechtmatigheid van de gehanteerde
domeinnaam tot uitgangspunt heeft genomen. [...] In zoverre missen de klachten van onderdeel 1 feitelijke grondslag." Onderdeel 2 kan volgens de A-G al niet tot cassatie leiden omdat het voortbouwt op onderdeel 1, dat uitgaat van een onjuiste maatstaf. Onderdeel 3 wijst volgens de A-G op vijf omstandigheden die het oordeel in rov. 9 dat er geen sprake is van onrechtmatige verwarring onbegrijpelijk zouden maken. De omstandigheden staan in de sleutel van de onjuiste loutere verwarringstoets. Ook onderdeel 4 kan als veegklacht geen doel treffen. 

Conclusie A-G, Artiestenverloning v Artiestenverloningen