Conclusie A-G tot verwerping beroep inzake nietigheid beeldmerken met zwarte stippen

09-01-2017 Print this page
B914749

Zaak C‑421/15 P: Yoshida v EUIPO, Conclusie A-g Szpunar.

Merkenrecht. Conclusie van de A-G Szpunar bij de hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht uit 2015 (IEPT20150521, GEU, Yoshida v BHIM). De A-G behandelt de vraag of het Gerecht ten onrechte de waren waarvoor die beeldmerk tracht te beschermen – namelijk die uit klasse 8 (bestek)  en klasse 21 (keukengerei) – als geheel heeft genomen en daarmee in strijd heeft gehandeld met art. 52(3) van verordening 207/2009. De A-G overweegt allereerst dat Yoshida met haar beroep opkomt tegen de nietigheidsgrond in het algemeen, en daarmee niet verwijst naar de specifieke waren waarop de nietigheidsgrond van toepassing zou zijn. Het Gerecht heeft niet onjuist gehandeld door dit niet ambtshalve te toetsen.  Het middel is daarom niet-ontvankelijk. Mocht het middel toch ontvankelijk worden beoordeeld door het Hof, dan is de A-G nog steeds van mening dat het ongegrond is.

Daarnaast wordt geoordeeld dat in de litigieuze beslissingen een globale motivering mocht worden gegeven voor alle betrokken waren en diensten, aangezien sprake is van een voldoende homogene groep van waren, aangezien deze allemaal keukengerij zijn („messenmakerswaren, scharen, messen, vorken, lepels, wetstenen, wetsteenhouders, wetstalen, tangetjes voor het verwijderen van visgraten” en „gerei en vaatwerk voor de huishouding of de keuken (niet van edele metalen of verguld of verzilverd), wentelaars, keukenspatels, messenblokken voor het plaatsen van messen, taartscheppen, pasteischeppen”). De overige argumenten zijn niet-ontvankelijk, omdat zij zien op feitelijke vaststellingen.

 

Lees de conclusie hier.