Conclusie A-G Van Peursem tot verwerping cassatieberoep inzake weigering beroep op centraal beperkt octrooi

Print this page 29-11-2019
B915911

High Point v KPN, conclusie A-G Van Peursem, 18 oktober 2019.

 

Octrooirecht. Procesrecht. Cassatie tegen het arrest van het hof Den Haag van 5 juni 2018 (IEPT20180605). A-G Van Peursem concludeert tot verwerping van het cassatieberoep. In citaten:

 

“[…] Het cassatieberoep stelt in de kern aan de orde of:

 

(i) een beroep op een door het EOB met terugwerkende kracht centraal beperkt Europees octrooi in een nationale procedure mag worden geweigerd wegens strijd met de goede procesorde;

 

(ii) een centraal beperkt Europees octrooi is aan te merken als een nieuwe ontwikkeling in de zin van de uitzondering op de in beginsel strakke regel; en

 

(iii) de door het hof aangedragen gronden het oordeel van het hof kunnen dragen dat het beroep door High Point op het centraal beperkt octrooi in dit bijzondere geval in strijd is met de goede procesorde. […]

 

3.40 Gelet op mijn conclusie hiervoor onder 3.27 dat de nationale rechter de toelaatbaarheid van een beroep door een partij op een centraal beperkt Europees octrooi aan zijn nationale procesrecht en de daarin tot uitdrukking komende beginselen en leerstukken mag toetsen, ga ik thans in op de Nederlandse ongeschreven regel dat nieuwe feiten in beginsel in het eerste processtuk moeten worden aangevoerd en de eisen van een goede procesorde. […]

 

3.45 Uitgangspunt is derhalve dat het nieuwe feit dat voorkomt dat het geschil aan de hand van achterhaalde feiten wordt beslist, wordt toegelaten, tenzij het toelaten van het nieuwe feit in strijd komt met de eisen van een goede procesorde.71 Dat het nieuwe feit voorkomt dat het geschil aan de hand van achterhaalde feiten wordt beslist, betekent dus niet dat het nieuwe feit moet worden toegelaten. […]

 

3.48 Op de vraag of een met terugwerkende kracht werkende centrale beperking van een Europees octrooi een nieuwe ontwikkeling is in de zin van de uitzondering op de in beginsel strakke regel onder 2 (ii) ben ik reeds ingegaan in mijn conclusie voor het arrest van de Hoge Raad in het tussentijds cassatieberoep. Ik heb die vraag als volgt bevestigend beantwoord:

 

“Redengevend om de uitkomst van de centrale procedure als nieuwe ontwikkeling te zien is dat op grond van art. 68 EOV in verbinding met art. 105b lid 2 en 3 EOV een beslissing van het EOB tot beperking van een octrooi vanaf de datum waarop de beslissing is vermeld in het Europees Octrooiblad, voor alle voor het Europees octrooi aangewezen verdragsluitende landen, terugwerkende kracht heeft tot de datum waarop het octrooi oorspronkelijk is verleend en dat het beperkte octrooi dus wordt verondersteld in de plaats te komen van het oorspronkelijk verleende octrooi. De aan dit eerdere octrooi verbonden rechten van de octrooihouder die buiten de beschermingsomvang van het beperkte octrooi zijn komen te liggen worden geacht met terugwerkende kracht te zijn vervallen.

 

De eisen van de goede procesorde verzetten zich ertegen dat de rechter zijn beoordeling baseert op een versie van het octrooi die door de centrale beperking is achterhaald.”

 

3.49 Omdat toepassing van de uitzondering onder 2 (ii) overeen komt met de regels die gelden na cassatie en verwijzing, is de centrale beperking van het octrooi in deze zaak aan te merken als een nieuwe ontwikkeling die het hof in beginsel, ook na memoriewisseling, in ogenschouw moet nemen. Dit is in lijn met HR 6 maart 2009, waarin de Hoge Raad heeft geoordeeld dat in het geding na verwijzing, het hof zal moeten uitgaan van het centraal beperkt Europees octrooi en dat partijen in de gelegenheid moeten worden gesteld hun stellingen hierop aan te passen.

 

De begrenzing van de toelaatbaarheid van deze nieuwe ontwikkeling wordt, als gezegd, evenwel gevormd door de eisen van een goede procesorde. […]

 

3.50 Ik keer terug naar de subonderdelen 2.1 en 2.2, die ik hiervoor onder 3.2 en 3.3 heb weergegeven. Het hof heeft geoordeeld dat het beroep van High Point op het centraal beperkt octrooi in dit bijzondere geval in strijd is met de eisen van de goede procesorde. In het licht van het bovenstaande heeft het hof niet blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door deze maatstaf te hanteren bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van het beroep van High Point op het octrooi in beperkte vorm. De beide subonderdelen die in de kern klagen dat het hof heeft miskend dat een centrale beperking van een octrooi een nieuwe ontwikkeling is die in aanmerking moet worden genomen, ook indien zij na memoriewisseling in appel tot stand komt, kunnen dan ook niet slagen.”

 

Lees de conclusie hier.