Conclusie AG: "Als ik het allemaal over kon doen, zou ik beginnen met cultuur"

28-09-2022 Print this page
B916426

Zou Jean Monnet hebben gezegd over de totstandkoming van de Europese eenwording. Cultuur wordt evenwel, althans wat de economische dimensie ervan betreft, grotendeels geregeld door het auteursrecht. Eén element staat de vooruitgang van de eenwording op dit gebied in de weg en draagt bij tot de blijvende fragmentering van de interne markt langs de nationale grenzen: het onwrikbare territorialiteitsbeginsel (in de zin van het nationale grondgebied) van het auteursrecht, alsmede de praktijken van de marktactoren, met inbegrip van die van de organisaties voor collectief beheer die op basis van dat beginsel zijn opgericht. Paradoxaal genoeg wordt het territorialiteitsbeginsel van het auteursrecht een groter obstakel naarmate de technologie, met name de satellietomroep – waar het in deze zaak om gaat – en, korter geleden, het internet, culturele uitwisselingen tussen staten vereenvoudigen.

 

Uiteraard heeft deze fragmentering van de markt ook een objectieve reden, namelijk de taalkundige verscheidenheid, die een fundamenteel aspect van de cultuur vormt. De onderhavige zaak toont evenwel aan dat de betrokkenen zelfs in situaties zonder taalbarrière het beginsel van de territorialiteit op basis van de nationale grenzen, ook al zijn die binnen de interne markt afgeschaft, uit alle macht verdedigen. Het Hof kan in deze zaak bijdragen tot de bevordering van de Europese eenwording via de cultuur, overeenkomstig de wens van de Uniewetgever, die al bijna 30 jaar geleden is geuit.
 

In zaak C-290/21 gestelde vragen:

1)      Moet artikel 1, lid 2, onder b), van [richtlijn 93/83] aldus worden uitgelegd dat niet alleen de omroeporganisatie maar ook een aanbieder van een satellietpakket die meewerkt aan de ondeelbare en een eenheid vormende uitzendhandeling een – hooguit aan toestemming onderworpen – gebruikshandeling verricht in enkel die staat waar de programmadragende signalen onder controle en verantwoordelijkheid van de omroeporganisatie worden ingevoerd in een ononderbroken mededelingenketen die naar de satelliet en terug naar de aarde loopt, met als gevolg dat de medewerking van de aanbieder van het satellietpakket aan de omroephandeling niet kan leiden tot een inbreuk op de auteursrechten in de ontvangststaat?

2)      Indien de eerste vraag ontkennend wordt beantwoord: Moet het begrip ‚mededeling aan het publiek’ in artikel 1, lid 2, onder a) en c), van [richtlijn 93/83] en in artikel 3, lid 1, van [richtlijn 2001/29] aldus worden uitgelegd dat de aanbieder van een satellietpakket die tijdens een mededeling aan het publiek per satelliet als andere actor optreedt, verschillende gecodeerde hogedefinitiesignalen van gratis televisieprogramma’s en betaaltelevisieprogramma’s van verschillende omroeporganisaties naar eigen inzicht bundelt tot een pakket en het aldus ontstane zelfstandige audiovisuele product tegen betaling aan zijn klanten aanbiedt, ook voor de beschermde inhoud van de in het programmapakket opgenomen gratis televisieprogramma’s afzonderlijke toestemming van de houder van de betrokken rechten nodig heeft, hoewel hij zijn klanten in dit opzicht sowieso enkel toegang verschaft tot werken die in het omroepgebied reeds gratis toegankelijk zijn voor eenieder, zij het in een lagere standaarddefinitiekwaliteit?”

66.      De omstandigheid dat het programmadragende signaal van beide uitzendingsvormen tot één bundel kan worden gecomprimeerd en gemultiplext voor de verzending naar de satelliet(37) doet aan die gevolgtrekking niet af. Vanuit juridisch oogpunt is enkel van belang dat er sprake is van een mededeling van beschermd materiaal aan een bepaald publiek, volgens een specifieke technische werkwijze, in casu per satelliet. De technische details van de verzending aan het publiek van het signaal dat dit materiaal bevat, zijn in dit verband irrelevant.

 

67.      De opname, door de aanbieder van satellietpakketten, van vrij te ontvangen programma’s in die pakketten is enkel een voor zijn klanten bestemde commerciële mededeling, die is bedoeld om het aantal binnen het pakket beschikbare programma’s groter te doen lijken. Wat de vrij te ontvangen programma’s betreft, handelt de aanbieder van de satellietpakketten evenwel op zijn hoogst als een aanbieder van technische apparatuur waarmee die programma’s kunnen worden ontvangen, dat wil zeggen een ontvanger en eventueel een satellietantenne. Andere diensten die hij aanbiedt, zijn daarentegen niet nodig voor die ontvangst.(38)

 

77.      Gelet op het voorgaande geef ik het Hof in overweging de prejudiciële vragen van het Oberste Gerichtshof te beantwoorden als volgt:

„Artikel 1, lid 2, onder b), van richtlijn 93/83/EEG van de Raad van 27 september 1993 tot coördinatie van bepaalde voorschriften betreffende het auteursrecht en naburige rechten op het gebied van de satellietomroep en de doorgifte via de kabel moet aldus worden uitgelegd dat: een aanbieder van satellietpakketten in de lidstaat waarin het meegedeelde beschermde materiaal toegankelijk is voor het publiek geen toestemming hoeft te verkrijgen van de houders van de auteursrechten en de naburige rechten in het kader van de mededeling aan het publiek per satelliet waaraan die aanbieder meewerkt.”

ECLI:EU:C:2022:711