Conclusie AG: Exploitant bejaardenhuis verricht geen mededeling aan publiek voor satelliet-naar-kabelnetdoorgifte aan bewoners
05-09-2025 Print this page
GEMA stelt dat bewoners van een bejaarden- en verpleegcentrum een licentie moet hebben voor het doorgeven van radio en televisie aan bewoners. AG concludeert dat [InfoSoc-richtlijn] moet worden uitgelegd dat de exploitant van een bejaardenhuis geen mededeling aan het publiek verricht wanneer hij met zijn kabelnet omroepprogramma’s die hij via een satellietontvangstsysteem heeft ontvangen, gelijktijdig, onveranderd en volledig doorgeeft aan de aanwezige radio‑ en televisieaansluitingen in de kamers van de bewoners.
Zaak C‑127/24 GEMA v VHC 2 Seniorenresidenz
Uit MinBuza samenvatting (pdf):
Verzoekende partij is GEMA, een vereniging in het beheer van gebruikersrechten van componisten, tekstdichters en muziekuitgevers. Verwerende partij is een exploitant van een bejaarden- en verpleegcentrum. In dit tehuis worden radio en televisie ontvangen via een eigen satellietontvangstsysteem, waar de bewoners gebruik van maken. GEMA stelt dat verwerende partij een licentie moet hebben voor het doorgeven van radio en televisie aan de bewoners, en vordert een onthouding van het uitzenden van muziekwerken zonder de toestemming van GEMA.
Artikel 3 van richtlijn 2001/29 regelt het recht van mededeling van werken aan het publiek. Het gaat in casu om een mededeling van werken, maar het is de vraag of deze mededeling aan een ‘nieuw publiek’ wordt getoond in de zin van de richtlijn. Het publiek in kwestie is de kring van bewoners van het tehuis, die daar langdurig verblijven. Daarbij vraagt de verwijzende rechter of het verschil maakt als het tehuis met een commercieel oogmerk geëxploiteerd wordt. Tevens wil de verwijzende rechter weten of het voor de beoordeling verschil maakt dat de doorgifte van radio en televisie via het open internet gebeurt.
Gestelde vragen:
1. Vormen de bewoners van een commercieel geëxploiteerd bejaardenhuis die in hun kamers over een radio- en televisieaansluiting beschikken waaraan de exploitant van het bejaardenhuis via zijn kabelnet gelijktijdig, onveranderd en volledig omroepprogramma’s doorgeeft die hij via een eigen satellietontvangstsysteem heeft ontvangen, een „onbepaald aantal potentiële ontvangers” in de zin van de definitie van „mededeling aan het publiek” als bedoeld in artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29/EG?
2. Is de tot dusver door het Hof gehanteerde definitie, volgens welke voor de kwalificatie als „mededeling aan het publiek” in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29/EG vereist is dat „de mededeling van een beschermd werk [plaatsvindt] volgens een specifieke technische werkwijze die verschilt van de werkwijzen die tot dan toe werden gebruikt, of, bij gebreke daarvan, gericht [is] tot een ‚nieuw publiek’, dat wil zeggen een publiek dat door de houder van het auteursrecht nog niet in aanmerking werd genomen toen hij toestemming verleende voor de oorspronkelijke mededeling van zijn werk aan het publiek”, nog steeds algemeen geldig, of is de gebruikte technische werkwijze alleen nog van belang bij wederdoorgifte op het open internet van inhoud die voorheen via de ether, satelliet of kabel is ontvangen?
3. Is er sprake van een „nieuw publiek” in de zin van de definitie van „mededeling aan het publiek” als bedoeld in artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29/EG, wanneer een persoon die een bejaardenhuis met winstoogmerk exploiteert, via zijn kabelnet omroepprogramma’s die hij via een eigen satellietontvangstsysteem heeft ontvangen, gelijktijdig, onveranderd en volledig doorgeeft aan de aanwezige radio- en televisieaansluitingen in de kamers van de bewoners? Is het voor deze beoordeling van belang of de bewoners de radio- en televisieprogramma’s ook zonder kabeldoorgifte via de ether in hun kamers kunnen ontvangen? Is het voor deze beoordeling verder van belang of de rechthebbenden reeds een vergoeding ontvangen voor de toestemming die is gegeven voor de oorspronkelijke uitzending?
Conclusie AG HvJEU:
Artikel 3, lid 1, [InfoSoc-richtlijn] moet aldus worden uitgelegd dat de exploitant van een bejaardenhuis geen mededeling aan het publiek verricht wanneer hij met zijn kabelnet omroepprogramma’s die hij via een satellietontvangstsysteem heeft ontvangen, gelijktijdig, onveranderd en volledig doorgeeft aan de aanwezige radio‑ en televisieaansluitingen in de kamers van de bewoners.
IEPT-versie volgt later
ECLI:EU:C:2025:654 en zaak C-127/24