Conclusie AG: Fantasiedatum in merk is geen grond voor nietigverklaring

22-12-2025 Print this page
B916847

Merken waarin een fantasiedatum/fictief jaartal wordt genoemd. Jaartal is geen oprichtingjaar. Luxe lederwaren zoals handtassen. Merken die beweerdelijk het publiek misleiden ten aanzien van het oprichtingsjaar van de houder ervan. Conclusie: Geen grond voor nietigverklaring.

 


Zaak Zaak C‑412/24 Fauré Le Page v Goyard

 

Gestelde vragen



1)      Moet artikel 3, lid 1, onder g), van richtlijn [2008/95] aldus worden uitgelegd dat de vermelding van een [fictief jaartal] in een merk waarmee onjuiste informatie wordt overgebracht met betrekking tot de anciënniteit, de degelijkheid en het vakmanschap van de producent van de waren, en bijgevolg met betrekking tot een van de immateriële kenmerken van deze waren, volstaat voor de vaststelling van werkelijke misleiding of een voldoende ernstig risico van misleiding van de consument?

 

2)      In het geval dat de eerste vraag ontkennend wordt beantwoord: moet deze bepaling aldus worden uitgelegd dat

a)      een merk als misleidend kan worden beschouwd wanneer het gevaar bestaat dat de consument van de erdoor aangeduide waren en diensten gelooft dat de houder van dit merk reeds eeuwenlang deze waren produceert, wat deze waren een prestigieus imago verleent, terwijl dit niet het geval is?

b)      om te kunnen vaststellen dat er sprake is van daadwerkelijke misleiding of een voldoende ernstig risico van misleiding van de consument – wat bepalend is voor de vaststelling dat een merk misleidend is –, het merk voldoende specifiek moet wijzen op de potentiële kenmerken van de waren en diensten waarvoor het is ingeschreven, zodat de doelconsument ertoe wordt gebracht te geloven dat de waren en diensten bepaalde kenmerken bezitten die zij in werkelijkheid niet bezitten?

 

Het onderhavige verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 3, lid 1, onder g), van richtlijn 2008/95/EG betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten(2). Deze bepaling verplicht de lidstaten om de inschrijving van merken te weigeren of merken nietig te verklaren die „tot misleiding van het publiek kunnen leiden, bijvoorbeeld ten aanzien van aard, hoedanigheid of plaats van herkomst van de waren of diensten”.

 

Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen drie Franse vennootschappen die handtassen en andere lederwaren vervaardigen en verkopen – Fauré Le Page Maroquinier SAS en Fauré Le Page Paris SAS (hierna samen: „Fauré Le Page”), enerzijds, en Goyard ST-Honoré SAS (hierna: „Goyard”), anderzijds – met betrekking tot de geldigheid van twee nationale woord‑ en beeldmerken van Fauré Le Page Paris waarin het jaartal „1717” wordt vermeld.

 

Volgens Goyard kunnen de litigieuze merken tot misleiding van het publiek leiden in de zin van artikel 3, lid 1, onder g), van richtlijn 2008/95 en moeten zij derhalve op grond van deze bepaling nietig worden verklaard. Zij voert in dit verband aan dat de vermelding van het jaartal „1717” in deze merken de indruk wekt dat de houder ervan in 1717 is opgericht en bijgevolg dat de waren waarop die merken betrekking hebben, worden vervaardigd met het vakmanschap van een onderneming die al eeuwenlang bestaat en van een bepaalde kwaliteit zijn. In werkelijkheid is dit echter niet het geval, aangezien Fauré Le Page Paris en Fauré Le Page Maroquinier respectievelijk pas in 2009 en 2011 zijn opgericht.

 

Bij mijn weten heeft het Hof tot dusver slechts in één arrest uitlegging gegeven aan een voorloopster van deze bepaling. IEPT20060330. De onderhavige zaak biedt het Hof de gelegenheid om de voorwaarden voor de toepassing ervan nader te preciseren.

 

Conclusie AG:

Artikel 3, lid 1, onder g), [Merkenrichtlijn] moet aldus worden uitgelegd dat het opnemen, in een merk, van een jaartal dat door het publiek kan worden opgevat als een aanduiding van het oprichtingsjaar van de merkhouder, terwijl dit niet het geval is, als zodanig niet tot nietigverklaring van dit merk kan leiden. Een merk kan slechts nietig worden verklaard op grond van deze bepaling wanneer het tot misleiding van het publiek kan leiden ten aanzien van een kenmerk van de waren of diensten waarop het betrekking heeft, en het dat kenmerk voldoende specifiek aanduidt. Bovendien mogen omstandigheden als het daadwerkelijke oprichtingsjaar van de huidige merkhouder, die geen verband houden met het merk zelf of met de lijst van erdoor aangeduide waren en diensten, zoals ingediend ten tijde van de inschrijvingsaanvraag, niet in aanmerking worden genomen bij de toets aan artikel 3, lid 1, onder g), van deze richtlijn.

 

ECLI:EU:C:2025:930 en zaak C-412/24