Conclusie AG HvJEU: misleidende handelspraktijken en vereisten persoonlijke toewijding

14-06-2013 Print this page
B912365

Conclusie A-G Wahl in de zaak tussen CHS Tour Services tegen Team4 Travel:  Dient artikel 5 van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken aldus te worden uitgelegd dat in geval van misleidende handelspraktijken in de zin van artikel 5, lid 4, van die richtlijn een afzonderlijke toetsing aan de criteria van artikel 5, lid 2, sub a, van die richtlijn niet is toegestaan?

De A-G geeft het Hof in overweging het Oberste Gerichtshof (Oostenrijk) als volgt te antwoorden:

Artikel 5 van richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van de richtlijnen 84/450/EEG, 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG en van verordening (EG) nr. 2006/2004, dient aldus te worden uitgelegd dat het in geval van misleidende handelspraktijken in de zin van artikel 5, lid 4, van die richtlijn niet relevant is of ook aan de criteria van artikel 5, lid 2, sub a, en/of artikel 5, lid 2, sub b, van die richtlijn is voldaan.

Lees de conclusie hier.