Conclusie AG HvJEU over beperkingen op reproductierecht en recht van mededeling
14-11-2013 Print this page
Conclusie van A-G Sharpston in de zaak tussen OSA tegen Léčebné lázně Mariánské Lázně over beperkingen en restricties op het reproductierecht en het recht van mededeling.
Auteursrecht. Radio‑ en televisietoestellen in de kamers van een kuurinrichting in Tsjechië geven toegang tot uitgezonden werken. Een collectieve beheersorganisatie voor auteursrechten die over het exclusieve recht beschikt om in de Tsjechische Republiek licentieovereenkomsten te sluiten en vergoedingen te innen namens auteurs van muziekwerken, vordert een vergoeding voor deze mededeling aan het publiek door de betrokken kuurinrichting. De kuurinrichting brengt daartegen in dat de betrokken dienst geen „mededeling aan het publiek” is en dat het territoriale monopolie van de Tsjechische collectieve beheersorganisatie inbreuk maakt op recht van de kuurinrichting – dat zij ontleent aan de bepalingen van Unierecht inzake het vrij verrichten van diensten – om licentieovereenkomsten te sluiten met een collectieve beheersorganisatie in een andere lidstaat, een probleem dat volgens haar nog ernstiger wordt doordat de Tsjechische organisatie misbruik maakt van haar nationale machtspositie door te hoge vergoedingen te heffen.
De Krajský soud v Plzni (regionaal gerecht te Pilsen, Tsjechische Republiek) wenst te vernemen of de betrokken dienst een „mededeling aan het publiek” in de zin van de Auteursrechtrichtlijn is, of de relevante bepalingen van die richtlijn voldoende nauwkeurig en onvoorwaardelijk zijn om in een geschil tussen particulieren te kunnen worden ingeroepen, en of het Unierecht eraan in de weg staat dat een lidstaat één collectieve beheersorganisatie exclusieve rechten verleent binnen zijn grondgebied. De A-G geeft het Hof in overweging de vragen van de Krajský soud v Plzni als volgt te beantwoorden:
1. Een beperking die auteurs een vergoeding ontzegt voor de mededeling van hun werk via radio‑ of televisie-uitzending door middel van radio‑ of televisieontvangstapparatuur aan patiënten in de kamers van een kuurinrichting die geldt als onderneming, is in strijd met de bepalingen van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij.
2. Indien een lidstaat richtlijn 2001/29 niet correct in nationaal recht heeft omgezet moet de nationale rechter het nationale recht zoveel mogelijk uitleggen in het licht van de bewoordingen en het doel van die richtlijn, teneinde het daarmee beoogde resultaat te bereiken. In omstandigheden als die van het hoofdgeding is het irrelevant of de bepalingen van de richtlijn voldoende nauwkeurig en onvoorwaardelijk zijn om door particulieren voor de nationale rechter te kunnen worden ingeroepen jegens de staat of een met de staat te vereenzelvigen entiteit.
3. Artikel 102 VWEU of artikel 16 van richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt, staat niet in de weg aan de toepassing van bepalingen van nationaal recht die het collectieve beheer van auteursrechten op het grondgebied van de staat voorbehouden aan één collectieve beheersorganisatie voor auteursrechten (monopolist) en daardoor afnemers van de dienst niet de vrijheid hebben om te kiezen voor een collectieve beheersorganisatie van een andere lidstaat van de Europese Unie. Dergelijke bepalingen zijn krachtens de artikelen 56 e.v. VWEU slechts ongeoorloofd wanneer komt vast te staan dat zij geen met het Verdrag verenigbaar legitiem doel nastreven, geen rechtvaardiging vinden in dwingende redenen van algemeen belang, niet geschikt zijn om het ermee beoogde doel te verwezenlijken en verder gaan dan nodig is om dat doel te bereiken.
Lees de conclusie hier.