Conclusie van A-G Wathelet in de zaak Karen Millen Fashion tegen Dunnes Stores over de uitleg van het begrip "eigen karakter" uit artikel 6 GMoV en over rechtsgeldigheid van een niet-ingeschreven gemeenschapstekening of - model in de zin van artikel 85 lid 2 GMoV.
De context van het verzoek is een rechtsvordering van Karen Millen Fashions (KMF) tegen Dunnes Stores (Dunnes), tweekledinghandelaren, ertoe strekkende Dunnes te verbieden gebruik te maken van tekeningen of modellen waarop KMF stelt rechthebbende te zijn. De verwijzende Ierse Supreme Court vraagt ten eerste uitleg van het begrip “eigen karakter” uit artikel 6 van de GMoV. De tweede vraag houdt in of een niet-ingeschreven gemeenschapstekening of –model geldig is in de zin van artikel 85 lid 2 GMoV, wanneer slechts wordt aangegeven in welk opzicht het model een eigen karakter heeft. De A-G geeft het Hof in overweging de vragen als volgt te beantwoorden:
53. Gezien deze overwegingen ben ik van mening dat artikel 6 van verordening nr. 6/2002 in die zin moet worden uitgelegd dat een tekening of model kan worden geacht een eigen karakter te bezitten indien de algemene indruk die de tekening of het model bij een geïnformeerde gebruiker wekt, afwijkt van de algemene indruk die bij die gebruiker wordt gewekt door een of meer oudere tekeningen of modellen, elk afzonderlijk in hun geheel beschouwd, en niet door een vermenging van verschillende kenmerken van oudere tekeningen of modellen.
83. Zodoende ben ik van mening dat een rechtbank voor het gemeenschapsmodel een niet-ingeschreven gemeenschapstekening of ‑model noodzakelijkerwijs als rechtsgeldig moet beschouwen in het kader van artikel 85, lid 2, van verordening nr. 6/2002, indien de houder enerzijds bewijst wanneer zijn tekening of model aan het publiek beschikbaar is gesteld en anderzijds de kenmerken aangeeft die zijn tekening of model een eigen karakter geven.
Lees de conclusie hier.