Conclusie AG: Materiaal online plaatsen kan met state of the art geoblocking voorkomen dat er sprake is van mededeling/aansprakelijkheid

15-01-2026 Print this page
B916853
(Met dank aan Otto Volgenant, Boekx Advocaten)

Wie online auteursrechtelijk beschermd materiaal publiceert, hoeft niet elk land te bedienen; effectieve geoblocking kan aansprakelijkheid voorkomen, en VPN-aanbieders zijn in principe niet verantwoordelijk voor wat gebruikers doen, zolang zij dat illegale gebruik niet actief stimuleren.
 


Zaak C-788/22 Anne Frank Fonds


Over het begrip "mededeling aan het publiek" en publicatie op een website waarbij de toegang via een virtueel privénetwerk (VPN) tot inhoud die slechts in één lidstaat is beschermd. Website bestemd voor het publiek in een bepaald land. Territorialisering van het internet door geoblocking. En mogelijkheid van omzeiling van deze maatregelen door gebruikmaking van een VPN. 

 

Meer in het bijzonder vroeg de verwijzende rechter zich in wezen af wat de reikwijdte is van het begrip „mededeling aan het publiek” in de zin van artikel 3, lid 1, van de auteursrechtrichtlijn, en met name of de publicatie van inhoud op een website een dergelijke „mededeling aan het publiek” vormt in een lidstaat waar deze inhoud auteursrechtelijk beschermd is en waar die website het voorwerp uitmaakt van (state-of-the-art) geoblocking, zodat deze alleen kan worden geraadpleegd door die blokkeringsmaatregel te omzeilen met behulp van een dienst via een virtueel privénetwerk (VPN) of een soortgelijke dienst. Deze vraag vereist een afweging van twee door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: „Handvest”) beschermde belangen, namelijk het auteursrecht van verzoeker in het hoofdgeding, dat is neergelegd in artikel 17, lid 2, van het Handvest, en de vrijheid van meningsuiting en informatie van verweersters in het hoofdgeding, die door artikel 11 van het Handvest wordt gewaarborgd.
 


Uit MinBuza samenvatting:
 

Verzoekende partij is het ‘Anne Frank Fonds’, en verwerende partijen zijn de ‘Anne Frank Stichting’, de ‘Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen’ en de ‘Vereniging voor onderzoek en ontsluiting van historische teksten’. De Vereniging heeft een website waarop een nieuwe wetenschappelijke online editie van het dagboek van Anne Frank is gepubliceerd. Het is de vraag of de Stichting c.s. met de publicatie inbreuk maakt op het auteursrecht van het Fonds in Nederland. Het Fonds heeft in Nederland namelijk tot 2037 nog auteursrecht op delen van het dagboek. In andere lidstaten is het auteursrecht op het werk in 2016 al vervallen.


Het is de vraag of door het hanteren van geografische toegangsblokkering, waardoor de website niet toegankelijk is vanaf een IP-adres in Nederland, wordt voorkomen dat met die publicatie een ‘mededeling aan het publiek’ in Nederland wordt gedaan als bedoeld in artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29. Daarbij is het de vraag of deze mededeling wel geacht wordt te zijn gedaan in het geval dat de website van de Vereniging via een VPN dienst alsnog te bezoeken is vanuit Nederland. De verwijzende rechter wil uitleg over de betekenis van een mededeling aan een bepaald publiek.


Gestelde vragen:

1. Moet art. 3 lid 1 Auteursrechtrichtlijn zo worden uitgelegd dat een publicatie van een werk op internet slechts kan worden aangemerkt als een mededeling aan het publiek in een bepaald land als de publicatie tot het publiek in dat land is gericht? Zo ja, welke factoren moeten bij de beoordeling daarvan in aanmerking worden genomen?

 

2. Kan sprake zijn van een mededeling aan het publiek in een bepaald land als door middel van (state of the art) geo-blocking is bewerkstelligd dat de website waarop het werk is gepubliceerd door het publiek in dat land alleen kan worden bereikt door het omzeilen van de blokkeringsmaatregel met behulp van een VPN- of soortgelijke dienst? Is daarbij van belang in welke mate het publiek in het geblokkeerde land bereid en in staat is zich via zodanige dienst toegang tot de desbetreffende website te verschaffen? Maakt het voor de beantwoording van deze vraag verschil of naast de maatregel van geo-blocking nog andere maatregelen zijn getroffen om de toegang tot de website voor het publiek in het geblokkeerde land te belemmeren of te ontmoedigen?

 

3. Indien de mogelijkheid tot omzeiling van de blokkerende maatregel meebrengt dat het op internet gepubliceerde werk aan het publiek in het geblokkeerde land wordt medegedeeld in de zin van art. 3 lid 1 Auteursrechtrichtlijn, wordt die mededeling dan gedaan door degene die het werk op internet heeft gepubliceerd, hoewel voor het kennisnemen van die mededeling de tussenkomst van de aanbieder van de betrokken VPN- of soortgelijke dienst vereist is?

 

Conclusie AG:

Artikel 3, lid 1, [InfoSocRichtlijn] moet aldus worden uitgelegd dat:

 

1) deze bepaling niet vereist dat de publicatie van een werk op een website gericht is tot het publiek van het betrokken land om in dat land als een mededeling aan het publiek te worden aangemerkt;


2) de publicatie van inhoud op een website geen „mededeling aan het publiek” in de zin van deze bepaling vormt in een land waar deze inhoud auteursrechtelijk beschermd is en waar deze website het voorwerp uitmaakt van doeltreffende geoblocking en eventuele andere niet-technische maatregelen die ter aanvulling van die blokkeringsmaatregel de toegang moeten beperken of ontmoedigen en die in het geblokkeerde land een afschrikkend effect hebben, rekening houdend met de omstandigheden van het geval, en met name met het vermogen van gebruikers in dat land om dergelijke maatregelen te omzeilen met behulp van een dienst via een virtueel privénetwerk (VPN) of een soortgelijke dienst, en het feit dat aan aanbieders in publiekdomeinlanden geen onredelijke eisen mogen worden gesteld;


3) indien gelet op de mogelijkheid om geoblocking te omzeilen de publicatie van inhoud op een website wordt beschouwd als een mededeling van het werk aan het publiek in het betrokken land, deze bepaling zich ertegen verzet dat een aanbieder van VPN-diensten of soortgelijke diensten aansprakelijk wordt gesteld voor handelingen van een gebruiker in een land waar de toegang tot dit werk is geblokkeerd, wanneer deze gebruiker die diensten aanwendt om de geoblocking te omzeilen, tenzij de aanbieder actief aanmoedigt tot een dergelijk onrechtmatig gebruik om in dat land toegang te krijgen tot het beschermde werk.
    

ECLI:EU:C:2026:12 en zaak C-788/24