Conclusie AG over aantasting persoonlijkheidsrechten na uitzending in Polen van in andere lidstaat geproduceerde serie
06-03-2026 Print this page
Artikel 5, punt 3, van Verordening (EG) nr. 44/2001 bepaalt welke rechter bevoegd is bij een inbreuk op persoonlijkheidsrechten door een tv-serie. Een rechter in een lidstaat waar de serie is uitgezonden maar niet geproduceerd, kan voor tv-uitzendingen niet over de volledige vordering voor alle landen beslissen. Voor internetpublicaties kan alleen de rechter van de lidstaat waar het centrum van de belangen van de betrokkene ligt de hele zaak behandelen, mits de persoon identificeerbaar is. Rechters in andere lidstaten waar de serie is uitgezonden mogen wel oordelen over vorderingen die alleen betrekking hebben op schade en maatregelen binnen hun eigen lidstaat, zoals excuses, verklaringen vóór uitzending en schadevergoeding voor de daar geleden immateriële schade.
Zaak C-232/25 Unsere Mütter, unsere Väter
Met hun verzoekschrift jegens verweerders U. en Z. hebben verzoekers Z.R. en Ś. vorderingen ingesteld wegens de aantasting van persoonlijkheidsrechten die voortvloeit uit aspecten van een serie waarvan verweerders de medeproducenten zijn. De litigieuze serie toont de lotgevallen van enkele personages, namelijk jonge Duitsers die een vriendengroep vormen, tegen de achtergrond van de Tweede Wereldoorlog. De lotgevallen van een van de hoofdpersonages spelen zich gedeeltelijk af in Poolse gebieden ten tijde van de Duitse bezetting. Een wezenlijk aspect van de plot is een ontmoeting tussen dit personage en een tak van de ondergronds opererende militaire formatie waarop de prejudiciële vragen betrekking hebben. In het kader van deze plotdraad wordt de houding van deze militairen ten aanzien van joden voorgesteld.
Verzoeker Z.R. - geboren in 1924 - was een gevangene in het kamp Auschwitz-Birkenau, was actief in de ondergrondse strijdkrachten en maakte onderdeel uit van de genoemde militaire formatie. Hij heeft deelgenomen aan talrijke acties om joden te redden en verborgen te houden. Na de oorlog is hij gearresteerd door de communistische autoriteiten en veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 jaar. Met antisemitisme van zijn formatie heeft hij persoonlijk nooit te maken gehad.
Verzoekster Ś. is een vereniging van voormalige leden van de militaire formatie en zet zich in om de waardigheid, de goede naam en de nagedachtenis van de formatie en haar leden te verdedigen.
In de motivering van het verzoekschrift staat te lezen dat de serie is uitgezonden op de Poolse televisie alsook op andere televisiezenders. Daarnaast kon en kan de serie in haar geheel alsook in fragmenten worden bekeken op het internet. Volgens verzoekers schildert de serie de leden van de formatie af als antisemieten, nationalisten en personen die met de Duitsers hebben gecollaboreerd in het kader van de Holocaust, wat een aantasting is van hun persoonlijkheidsrechten, zoals het recht op nationale trots, het recht op het cultiveren van een nationale identiteit, het recht op beleving van een onvervalste geschiedenis, het recht op waardigheid en goede naam en het recht op het dragen van een teken waardoor de betreffende militaire formatie wordt gesymboliseerd.
1) Moet artikel 5, punt 3, gelezen in samenhang met de overwegingen 11 en 12 van verordening (EG) nr. 44/2001 van
de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van
beslissingen in burgerlijke en handelszaken (2), aldus worden uitgelegd dat de rechterlijke instanties van een lidstaat
waar een cinematografisch werk is uitgezonden, die niet de staat is waar dat werk is geproduceerd, bevoegd zijn om
kennis te nemen van een rechtsvordering wegens aantasting van persoonlijkheidsrechten door dat werk, in een
situatie waarin aanspraak wordt gemaakt op:
a) een niet-geldelijke prestatie die ertoe strekt de effecten van die aantasting weg te nemen, waarbij tevens de
verplichting wordt opgelegd om door middel van een verklaring excuses te maken op de televisiezenders
waarop het werk is uitgezonden, ongeacht waar dat is geschied, alsook op het internet, en om elke uitzending
van het werk op om het even welke plaats te laten voorafgaan door een passende verklaring, ofb) een geldelijke prestatie (vergoeding) die ertoe strekt de volledige immateriële schade te herstellen die als gevolg
van die aantasting is geleden doordat het werk is verspreid (uitgezonden) in andere lidstaten, er rekening mee houdend dat:— verzoekers het centrum van hun belangen alsook hun woonplaats in die lidstaat gevestigd hebben,
— verzoekers de aantasting van hun persoonlijkheidsrechten in verband brengen met de wijze waarop het werk de
leden van een militaire formatie van die lidstaat [OMISSIS] voorstelt, gelet op het feit dat een van de verzoekers
lid van die formatie was en de andere een vereniging is van voormalige leden van die formatie, die als statutaire
doelstelling heeft om de nagedachtenis, de historische waarheid en de waardigheid van de formatie te verdedigen;— het werk en de wijze waarop de leden van de militaire formatie daarin worden voorgesteld [OMISSIS] objectief
van wezenlijk belang zijn in de historische, culturele en maatschappelijke context van die lidstaat?
2) Indien de eerste vraag ontkennend wordt beantwoord: moet artikel 5, punt 3, gelezen in samenhang met overwegingen 11 en 12 van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad, aldus worden uitgelegd dat de rechterlijke instanties van een lidstaat waar een cinematografisch werk is uitgezonden, die niet de staat is waar dat werk is geproduceerd, bevoegd zijn om kennis te nemen van een rechtsvordering wegens aantasting van persoonlijkheidsrechten door dat werk, in een situatie waarin aanspraak wordt gemaakt op:
a) een niet-geldelijke prestatie die strekt tot het wegnemen van de effecten van die aantasting als gevolg van de uitzending van het werk in de lidstaat waar de rechtsvordering is ingesteld, waarbij tevens de verplichting wordt opgelegd om in die lidstaat excuses te maken en om elke uitzending van het werk in die staat te laten voorafgaan door een passende verklaring, of
b) een geldelijke prestatie (vergoeding) die ertoe strekt de immateriële schade te herstellen die als gevolg van die
aantasting is geleden doordat het werk is verspreid (uitgezonden) in de lidstaat waar de rechtsvordering is ingesteld,indien nodig rekening houdend met de omstandigheden van vraag 1, streepjes 1 tot en met 3?
Conclusie AG:
1) Artikel 5, punt 3, van verordening (EG) nr. 44/2001 (…) moet aldus worden uitgelegd dat de rechterlijke instanties van een lidstaat waar een serie op televisie en op internet is uitgezonden die inbreuk maakt op de persoonlijkheidsrechten van een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, die niet de lidstaat is waar de serie is geproduceerd, niet internationaal bevoegd zijn om – wat de uitzending op televisie betreft – kennis te nemen van de gehele rechtsvordering waarin aanspraak wordt gemaakt op, ten eerste, een niet-geldelijke prestatie die ertoe strekt de gevolgen van de inbreuk op de persoonlijkheidsrechten weg te nemen, waarbij tevens de verplichting wordt opgelegd om door middel van een verklaring excuses te maken via de televisiezenders waarop die serie in de verschillende betrokken lidstaten is uitgezonden en om iedere uitzending van die serie, ongeacht waar, te laten voorafgaan door een passende verklaring, en, ten tweede, een geldelijke prestatie die ertoe strekt de immateriële schade te vergoeden die als gevolg van die inbreuk is geleden doordat de televisieserie is verspreid in andere lidstaten. Wat de uitzending op internet betreft, zijn de rechterlijke instanties van de lidstaat waar zich het centrum van de belangen van een natuurlijke persoon of een rechtspersoon bevindt, enkel bevoegd om kennis te nemen van de vordering in haar geheel indien de omstreden content objectieve en controleerbare gegevens bevat die het mogelijk maken om die persoon direct of indirect als individu te identificeren.
2) Artikel 5, punt 3, van verordening nr. 44/2001 moet aldus worden uitgelegd dat de rechterlijke instanties van een lidstaat waar een serie op televisie is uitgezonden die inbreuk maakt op de persoonlijkheidsrechten, die niet de lidstaat is waar de serie is geproduceerd, internationaal bevoegd zijn om kennis te nemen van een rechtsvordering tegen de producent waarin aanspraak wordt gemaakt op, ten eerste, een niet-geldelijke prestatie die ertoe strekt de gevolgen van de inbreuk op de persoonlijkheidsrechten weg te nemen, waarbij tevens de verplichting wordt opgelegd om excuses te maken via de televisiezenders waarop die serie is uitgezonden en om iedere uitzending van die serie in die lidstaat te laten voorafgaan door een passende verklaring – voor zover de nationale regeling dat toestaat – en, ten tweede, een geldelijke prestatie die ertoe strekt de immateriële schade te vergoeden die het gevolg is van de uitzending van de televisieserie in die lidstaat.