Conclusie AG Szpunar: Model onderkant fietszadel moet bij normaal gebruik zichtbaar zijn

12-09-2022 Print this page
B916411

Het model is ingeschreven met één enkele afbeelding van de onderkant van een fietszadel. Het begrip ‚normaal gebruik’ ziet op alle situaties, behalve op situaties van demonteren en dat geen deel uitmaakt van het normale gebruik. Overigens kan het voorkomen dat een onderdeel van een samengesteld voortbrengsel, hoewel het in absolute zin zichtbaar is omdat het niet bedekt is, in geen enkele situatie van normaal gebruik zichtbaar is.

 

Zaak C‑472/21 Gestelde vragen:

1) Is een onderdeel waarin een model is verwerkt, ‚zichtbaar’ in de zin van artikel 3, lid 3, van [richtlijn 98/71] indien het objectief mogelijk is het model te herkennen in het onderdeel dat op zijn plaats is aangebracht, of moet de vraag of dit onderdeel zichtbaar is, worden beoordeeld onder bepaalde gebruiksomstandigheden of vanuit een bepaalde optiek van een waarnemer?

2) Indien de eerste vraag aldus moet worden beantwoord dat de zichtbaarheid onder bepaalde gebruiksomstandigheden of vanuit een bepaalde optiek van een waarnemer de bepalende factor is:
a) moet bij de beoordeling van het ‚normale gebruik’ van een samengesteld voortbrengsel door de eindgebruiker als bedoeld in artikel 3, leden 3 en 4, van [richtlijn 98/71] dan het door de fabrikant van het onderdeel of het samengestelde voortbrengsel beoogde gebruik in aanmerking worden genomen, dan wel het gangbare gebruik van het samengestelde voortbrengsel door de eindgebruiker?
b) aan de hand van welke criteria moet dan worden beoordeeld of het gebruik van een samengesteld voortbrengsel door de eindgebruiker ‚normaal’ is in de zin van artikel 3, leden 3 en 4, van [richtlijn 98/71]?

Voorgesteld antwoord door de AG:

1) Artikel 3, lid 3, van richtlijn 98/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 1998 inzake de rechtsbescherming van modellen moet aldus worden uitgelegd dat een model dat is toegepast op of verwerkt in een voortbrengsel dat een onderdeel van een samengesteld voortbrengsel vormt, slechts in aanmerking komt voor bescherming krachtens deze richtlijn indien het onderdeel in kwestie zichtbaar is in de situatie van normaal gebruik van dit samengestelde voortbrengsel.
2) Artikel 3, lid 4, van richtlijn 98/71 moet aldus worden uitgelegd dat het begrip ‚normaal gebruik’ ziet op alle situaties die zich redelijkerwijs kunnen voordoen bij het gebruik van een samengesteld voortbrengsel door de eindgebruiker.”

ECLI:EU:C:2022:656