Conclusie AG: Verwijdering van verpakking, betekent nog niet dat het reputatieschade oplevert

13-05-2026 Print this page
B916895

Deze kortgedingzaak gaat om de vraag of Digital Revolution haar verkoop van HP-cartridges zonder originele buitenverpakking moet staken. HP produceert en verkoopt wereldwijd diverse soorten printers en daarvoor bestemde inkt- en lasercartridges. Zij is houdster of licentieneemster van verschillende merken die zijn afgebeeld op de binnen- en buitenverpakking van de cartridges. Digital Revolution (DR) exploiteert de webshop 123inkt.nl en biedt daarop originele HP inkt- en lasercartridges zonder buitenverpakking aan. Aanvankelijk gebeurde dit onder de vermelding ‘milieuverpakking’ maar sinds 2023 (alleen nog) onder de vermelding ‘milieuproduct’. Deze HP-cartridges zijn ongebruikt en komen uit retouren, van recyclebedrijven of opkopers, kunnen wel 10 tot 17 jaar oud zijn en worden door DR verkocht voor de nieuwprijs.

HP vordert een verbod op de verkoop van dergelijke cartridges op grond van het merkenrecht (gegronde redenen uitzondering op de uitputtingsregel ex art. 15 lid 2 UMVo) en onrechtmatige daad, meer in het bijzonder oneerlijke en/of misleidende handelspraktijken en ongeoorloofde vergelijkende en misleidende reclame.

De voorzieningenrechter IEPT20230614 heeft merkinbreuk aannemelijk geacht en DR verboden om HP-cartridges zonder originele buitenverpakking te verkopen. De op onrechtmatige daad gegronde vorderingen zijn in eerste aanleg afgewezen.
 

Het hof kwam tot een ander oordeel IEPT20250408. Volgens het hof heeft HP geen gegronde redenen om zich te verzetten, zodat geen sprake is van merkinbreuk. Haar vordering op grond van misleidende handelspraktijken slaagt wel, omdat DR niet transparant is over de leeftijd van de cartridges die zij uit recyclebakken en van opkopers verkrijgt, maar deze wel tegen nieuwprijs aanbiedt. Het hof heeft DR dan ook verboden om HP-cartridges die zij zogenaamd retour heeft genomen aan te bieden zonder daarbij te vermelden dat deze meerdere jaren oud kunnen zijn.


HP is in cassatie gekomen tegen het merkenrechtelijke oordeel en DR heeft onvoorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld tegen het toegewezen verbod. Ik zie geen van de klachten slagen.

 

Onderdeel 1 – Herkomstfunctie van het merk

HP stelde dat door verwijdering van de verpakking belangrijke informatie ontbrak, zoals fabrikantgegevens, CE-markering en garantie-informatie. Daardoor zou de herkomstfunctie van het merk worden aangetast. De conclusie verwerpt dit: alleen ontbrekende informatie over de herkomst zelf is relevant. Het hof had al vastgesteld dat consumenten ook zonder verpakking begrijpen dat de cartridges van HP afkomstig zijn.

 

Onderdeel 2 – Imago en reputatie

HP voerde aan dat de vormgeving van de verpakking bijdroeg aan het imago van haar cartridges. Volgens de conclusie heeft het hof terecht geoordeeld dat printercartridges gewone kantoorartikelen zijn en niet vergelijkbaar met luxe parfums of cosmetica. Dat een verpakking belangrijk kan zijn voor uitstraling betekent nog niet automatisch dat verwijdering reputatieschade oplevert; dit moet steeds concreet worden aangetoond.

 

Onderdeel 3 – Wettelijk verplichte informatie

HP stelde dat schending van Europese regels over productveiligheid en consumenteninformatie automatisch een gegronde reden vormt. De conclusie wijst dit af. Het HvJEU heeft geen algemene regel gegeven dat elke schending van consumentenregels merkinbreuk oplevert. Alleen wanneer de ontbrekende informatie de herkomstfunctie van het merk raakt, kan dat voldoende zijn voor verzet tegen verdere verhandeling.

 

Onderdeel 4 – Binnenverpakking

HP klaagde dat het hof ten onrechte oordeelde dat haar vorderingen over gewijzigde binnenverpakkingen niet meer aan de orde waren. Volgens de conclusie heeft het hof dit juist gezien: de voorzieningenrechter had deze onderdelen van de vordering afgewezen. Omdat HP daartegen geen incidenteel hoger beroep had ingesteld, maakten deze punten geen deel meer uit van de rechtsstrijd in hoger beroep.

 

Onderdeel 5 – Counterfeitproducten

HP wees erop dat de originele verpakking een veiligheidslabel bevat waarmee consumenten namaakproducten kunnen herkennen. De conclusie vindt dat argument niet relevant binnen deze procedure. De zaak ging namelijk uit van authentieke HP-cartridges die met toestemming in de EER waren verkocht. Omdat geen sprake was van namaak, hoefde het hof dit argument niet verder mee te wegen.

 

Onderdeel 6 – Voortbouwende klacht

Dit onderdeel bevatte geen zelfstandige klacht maar bouwde voort op eerdere argumenten. Omdat de voorafgaande klachten volgens de conclusie falen, deelt onderdeel 6 automatisch hetzelfde lot.


ECLI:NL:PHR:2026:437