Convex is niet concaaf

17-10-2012 Print this page

B9 11752. Rechtbank ’s-Gravenhage, 17 oktober 2012, HA ZA 12-85, Visys N.V. tegen Best N.V.

Octrooirecht. Toegevoegde materie. Eiseres Visys, opgericht door ex-werknemers van gedaagde Best vordert de vernietiging van het Nederlandse deel van EP 895 van gedaagde, een octrooi dat ziet op een lasersorteermachine, toegepast om bulkgoederen, met name voedingsmiddelen, te ontdoen van onzuiverheden. Subsidiair vordert eiseres een verklaring voor recht dat haar lasersorteerinriching geen inbreuk maakt op het octrooi. In een Belgische procedure stelt Best dat Vissy inbreuk maakt op haar octrooi.

De rechtbank oordeelt dat sprake is van toegevoegde materie en vernietigt conclusie 1 en de afhankelijke conclusies 2-7 en 9 en 10 van het octrooi, voor zover conclusie 1 het meer of anders omvat dan het in het eerste hulpverzoek vermelde. Eiseres Visys is niet-ontvankelijk in haar subsidiaire vordering, nu deze, kort gezegd, onvoldoende onderbouwd is.

De geconstateerde toegevoegde materie ziet op de vorm van de valplaat van de machine. Octrooihouder Best stelt dat ook concave (holle) valplaten binnen het bereik van de uitvinding vallen, maar de rechtbank concludeert dat “een gemiddelde vakman niet duidelijk en ondubbelzinnig zal afleiden uit dePCT- Aanvrage dat ook valplaten die niet convex zijn binnen het bereik van de uitvinding vallen. Hij vindt dat kenmerk dan ook terecht terug in conclusie 1 van de aanvraag. Veronderstellenderwijs met de octrooihouder Best er van uitgaande dat een valplaat met concaaf oppervlak binnen het bereik van het octrooi zoals verleend zou vallen (door weglating van “convex” in de uiteindelijk verleende conclusie), dient de conclusie te worden getrokken dat in zoverre sprake is van toegevoegde materie.” Ook m.b.t. het opnemen van de toepassing van een rechte valplaat in het octrooi is sprake van toegevoegde materie.


Het toegelaten hulpverzoek voegt de volgende zinssnede toe: “the latter being convex over at least a certain distance, according to the direction of travel of said products, such that said surface has a curvature in the direction of fall of said products.”

M.b.t. nieuwe nawerkbaarheidsbezwaren, die pas bij pleidooi door eiseres naar voren zijn gebracht bestaat, oordeelt de rechtbank dat, “zeker in een procedure volgens versneld regime, in beginsel aanleiding deze nadere nietigheidsargumenten buiten beschouwing te laten. De rechtbank zal de nieuwe argumenten in dit geval niettemin in aanmerking nemen nu Best geen bezwaar heeft gemaakt, er blijk van heeft gegeven zich tegen de nieuwe argumenten voldoende te kunnen verweren en ook de rechtbank voldoende in staat is geweest de argumenten ter zitting te onderzoeken.” De rechtbank wijst de bezwaren vervolgens echter af, omdat deze onvoldoende zijn onderbouwd. Ook vorderingen inzake de ingeroepen prioriteit de  nieuwheid en de inventiviteit worden afgewezen. De subsidair gevorderde verklaring van niet inbreuk als overbodig (geworden)wordt aangemerkt: 

4.52. In essentie komen de argumenten van Visys er op neer dat zij moet vrezen dat Best haar sorteermachine, uitgerust met een valplaat met kanalen die de producten geleiden, zou aanvallen. Dit heeft zij evenwel niet onderbouwd gesteld en is ook overigens niet gebleken, in aanmerking genomen dat Best in deze procedure ook met zoveel woorden heeft erkend dat dergelijke sorteermachines niet onder het bereik van het Octrooi vallen.

4.53. De rechtbank is dan ook van oordeel dat Visys geen reden had een inbreukactie te vrezen voor een inrichting als bedoeld in de verklaring voor recht. Zij heeft dan ook geen belang daartoe en de subsidiaire vordering zal niet-ontvankelijk worden verklaard.

Gezien  de gedeeltelijke toewijzing van de vorderingen, acht de rechtbank het passend om de 1019h proceskosten te compenseren “des dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.”

Lees het vonnis hier.