B9 11818. Rechtbank ’s-Gravenhage, 7 november 2012, HA ZA 12-725, Björn Borg Brands AB tegen K. (met dank aan Gie van den Broek, Deterink).
Niet bestreden is de stelling dat een duopak moet worden aangemerkt als twee inbreukmakende producten, zodat gedaagde wegens het aanbieden van een doos met 170 duopakken boxers een boete verschuldigd is ter hoogte van €170.000,-.
Merkenrecht. Auteursrecht. Marktplaats-zaak. Eiseres, de houdster van diverse ‘Björn Borg’-kledingmerken heeft gedaagde n.a.v. van de verhandeling door gedaagde van inbreukmakende Björn Borg boxers, via markplaats en op de vrijmarkt in Tilburg, een onthoudingsverklaring gesloten. Gedaagde heeft echter laten weten dat hij zich niet gehouden acht om het in de verklaring genoemde bedrag van €3000,- te betalen en heeft daarnaast onder verschillende namen wederom inbreukmakende boxers aangeboden via marktplaats. Over een schikking hebben partijen geen overeenstemming bereikt.
In het onderhavige vonnis wijst de rechtbank de inbreukvordering van Björn Borg toe. Gedaagde erkent dat hij onder diverse namen Björn Borg boxers heeft aangeboden die niet van Björn Borg afkomstig zijn. “Daarmee staat vast dat hij inbreuk heeft gemaakt op de merkrechten van Björn Borg.” Het verweer dat ‘iedereen weet dat het namaak is’, door de lage prijs en de afwijkende prints, wordt als niet relevant gepasseerd, nu het identieke merken en tekens betreft en verwarringsgevaar derhalve geen vereiste is.
De rechtbank acht gedaagde eveneens gebonden aan de onthoudingsverklaring. Gedaagde dient de €3000,- te betalen en een boete van €500,- voor ieder na de verklaring aangeboden inbreukmakend product. Niet bestreden is de stelling dat een duopak moet worden aangemerkt als twee inbreukmakende producten, zodat gedaagde wegens het aanbieden van een doos met 170 duopakken boxers een boete verschuldigd is ter hoogte van €170.000,-. Er is geen beroep gedaan op matiging. 1019h proceskoten: €10.872,46.
Lees het vonnis hier