B9 11599. Rechtbank ’s-Gravenhage, 22 augustus 2012, HA ZA 12-27, Prominent Import B.V. c.s. tegen [X] & Velderhof Fauteuils B.V. (eveneens met dank aan Jurian van Groenendaal, Boekx Advocaten).
Merkenrecht. Voormalige samenwerking. Faillissement. Bij uitblijven van tegenbewijs gelden de bewoordingen van de notariële akte en wordt het merk ‘Velderhof’ geachte aan eiseres te zijn overgedragen bij het failleren van de rechtsvoorganger van gedaagde. Dat het merk op de naam van gedaagde [X] stond, maakt daarbij geen verschil.
Eiseres Prominent c.s. heeft, kort samengevat, de formule ‘Velderhof’ bedacht en de Velderhof B.V. opgericht, die zich net als eiseres richt op de verkoop van meubels in het hogere segment. Na een 50/50 samenwerking met gedaagde [X], zijn alle aandelen in Velderhof bij notariële akte overgedragen aan [X] Holding. Velderhof is daarna failliet gegaan en doorgestart als (gedaagde) Velderhof Fauteuils B.V. (vertegenwoordigd door [X]). Prominent c.s. stelt nu dat [X] het merk dient over te dragen aan Prominent c.s. , omdat ‘de rechten op de naam Velderhof’ in de notariële akte zijn geleverd onder de opschortende voorwaarde dat Velderhof in de toekomst failliet mocht worden verklaard.
[X] c.s. stelt dat de notariële akte geen juiste weergave is van hetgeen de partijen bij die akte met elkaar hebben afgesproken, omdat een concept-bepaling met de strekking dat opschortende voorwaarde van faillissement van Velderhof na 18 maanden zou komen te vervallen indien de opschortende voorwaarde op dat moment nog niet in vervulling was gegaan zonder overleg met [X] door Prominent c.s. uit de akte is geschrapt. De rechtbank verwerpt de stelling van Prominent c.s. dat de akte per definitie dwingend bewijs oplevert:
“De onjuistheid van die stelling volgt reeds uit het feit dat in de wet uitdrukkelijk is bepaald dat tegen de dwingende bewijskracht van een notariële akte tegenbewijs open staat. (…) Nu [X] c.s. voldoende concreet feiten en omstandigheden heeft gesteld op grond waarvan hij de juistheid van de notariële akte betwist, en Prominent c.s. op haar beurt de door [X] c.s. gestelde feiten betwist, zal [X] (…) worden toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen de voorshands bewezen geachte stelling dat de notariële akte de afspraken die zijn gemaakt tussen Velderhof en Prominent Comfort ten aanzien van het merk juist weergeeft.” (4.7/4.8)
Indien [X] niet slaagt in het bewijs, geldt naar oordeel van de rechtbank dat het merk door het faillissement rechtsgeldig aan Prominent Comfort zou zijn overgedragen. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat het gegeven dat het merk, na de eerdere aandelenoverdracht, door deposant [Y] is overgedragen aan de persoon [X] niet betekent dat [X] rechtmatig eigenaar is geworden van het merk. [Y] verrichte het depot voor Prominent en “dat Prominent c.s. vóór het sluiten van de notariële akte geen eigenaar was van het merk, zoals [X] c.s. heeft aangevoerd, doet aan de gemaakte afspraken in die akte niet af. Dat [X] in persoon geen partij is bij die notariële akte, betekent nog niet dat hij de in die akte gemaakte afspraken naast zich neer kan leggen, temeer nu hij deze afspraken zelf via [X] Holding als aandeelhouder en bestuurder van Velderhof heeft gemaakt.” [X] heeft derhalve onrechtmatig gehandeld door het merk op zijn eigen naam te zetten.
Mits gedaagde niet slaagt in het tegenbewijs is het naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk dat Prominent Comfort schade heeft geleden nu het merk niet op het moment van faillissement aan haar is overgedragen en zij het tot dusver niet heeft kunnen exploiteren. De gevorderde overdracht van het merk aan Prominent Comfort is niet bestreden en toewijsbaar. Ook het gevorderde inbreukverbod zal bij uitblijven van het tegenbewijs worden toegewezen.
Een relatie met het programma De Stoel van (Rik) Felderhof lijkt te ontbreken.
Lees het vonnis hier.