B9 11879. Vzr. Rechtbank ’s-Gravenhage, 23 november 2012, KG ZA 12-1083, Aebi Schmidt Nederland B.V. tegen Schuitemaker Industrial B.V.
Octrooirecht (kort geding). Aebi Schmidt is houdster van het Nederlandse deel van Europees octrooi EP 0 995 838 voor ‘Vrachtwagen met een daarop afneembaar opgebouwd opzetwerktuig’. Onder het octrooi valt een bevestigingswijze van een draaimomentsteun, afgesteund op een opzetstrooier. Dit draaimoment dient om te voorkomen dat het aandrijfaggregaat in zijn geheel met het wiel meedraait.
Schuitemaker verhandelt opzetstrooiers in Nederland. Aebi Schmidt voert aan dat Schuitemaker inbreuk maakt op haar octrooi door het aanbieden en verhandelen van (onderdelen voor) een strooiopzetter voor vrachtwagens, ook nadat de licentieovereenkomst tussen Aebi Schmidt en de leverancier van Schuitemaker is geëindigd. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van Aebi Schmidt, allen gebaseerd op EP 838, af en oordeelt dat er een serieuze, niet te verwaarlozen kans bestaat dat het Nederlandse deel van dit octrooi in een bodemprocedure nietig zal worden geacht.
Uit de stand van de techniek (Duitse octrooiaanvrage DE 220) is niet zonder meer duidelijk of het ook een draaimoment openbaart die steun neemt tegen het opzetwerktuig. Wel is discussie mogelijk, zodat naar voorlopig oordeel in ieder geval niet kan worden volgehouden dat DE 220 direct en ondubbelzinnig een opzetstrooi-inrichting openbaart met het kenmerk dat een met het aandrijfaggregaat verbonden draaimomentsteun steun neemt tegen het opzetwerktuig. DE 220 is derhalve niet nieuwheidsschadelijk voor EP 838.
De gemiddelde vakman zal volgens de voorzieningenrechter uitgaande van de meest nabije stand van techniek (DE 220) en zijn algemene vakkennis echter wel tot de uitvinding van conclusie 1 van EP 838 komen:
4.16 Een inrichting volgens conclusie 1 van EP 838 verschilt van een inrichting volgens DE 220, nu wordt aangenomen dat een verbinding anders dan aan het voertuigframe niet direct en ondubbelzinnig in DE 220 is geopenbaard, hierin dat de draaimomentsteun volgens EP 838 aan het opzetwerktuig is verbonden. Een inrichting volgens EP 838 biedt het voordeel dat het monteren van het opzetwerktuig inclusief de aandrijfinrichting eenvoudiger is dan in de stand van de techniek, omdat een (extra) montagehandeling wordt voorkomen: de draaimomentsteun is immers al verbonden aan het opzetwerktuig en hoeft niet – alsnog – aan het voertuig te worden verbonden.
4.17. Het technisch objectieve probleem waarvoor de uitvinding van EP 838 een oplossing biedt kan dan ook worden geformuleerd als het verschaffen van een eenvoudiger op een vrachtwagen te plaatsen opzetwerktuig.
[...] 4.19. Uitgaande van de in DE 220 geopenbaarde mogelijkheid de draaimomentsteun steun te laten nemen tegen (het chassis of de opbouw van) het voertuig, zal de gemiddelde vakman een oplossing van het hiervoor geformuleerde probleem (eenvoudiger plaatsing) vinden in de in NL 464 en GM 372 toegepaste constructies (waar de aandrijving direct verbonden is met het opzetstrooiwerktuig), omdat hij zal inzien dat montage van de draaimomentsteun aan het voertuigframe ter afsteuning dan achterwege kan blijven (afsteuning vindt immers plaats tegen het opzetstrooiwerktuig) en aldus het opzetstrooiwerktuig eenvoudiger geplaatst kan worden: de draaimomentsteun hoeft dan alleen nog aan (de kant van) het wiel van het dragende voertuig te worden verbonden, hetgeen een montagehandeling scheelt. Voorshands wordt dan ook aangenomen dat de gemiddelde vakman zonder uitvindersinspanningen de inrichting bekend uit DE 220 zal aanpassen met de maatregel volgens conclusie 1 van EP 838 en aldus tot de oplossing komt waarbij de draaimomentsteun steun neemt tegen het opzetwerktuig.
Lees het vonnis hier.