B9 11809. Hoge Raad, 2 november 2012, LJN: BX8122, Eiseres tegen verweerder (klaagsite neurochirurg).
Persoonsdomeinnaam. Klaagsite over medisch handelen neuroloog m.b.t een experimentele hersenoperatie waarbij bij gedaagde [B] ‘teflon in haar hersenen is geplaatst’. Arrest in cassatie na Gerechtshof Amsterdam, 5 juli 2011, B9 9895) in geschil over de domeinnaam www.jan[achternaameiser].nl). Zie ook Gerechtshof Arnhem, 18 september 2012, B9 11716, in een tweede kort geding over een tweede domeinnaam.
Het hof heeft in dit kort geding geoordeeld dat eiseres onrechtmatig handelt jegens verweerder doordat eiseres op een door haar in het leven geroepen website (later toebehorend aan de door haar opgerichte en bestuurde Stichting SIN-NL) verweerder beschuldigt van zeer ernstige strafbare feiten. In cassatie gaat het om de vragen (i) of het hof de voor bestuurders van rechtspersonen geldende verzwaarde aansprakelijkheidscriteria miskend heeft, en (ii) of het hof het bevel tot verwijdering van de website www.[...].nltoereikend gemotiveerd heeft.
De Hoge Raad oordeelt dat de in het middel aangevoerde klachten niet tot cassatie leidend (geen rechtsvragen, 81 RO). A-G Verkade gaat vanzelfsprekend wel uitgebreid in op (o.a.) de eigen aansprakelijkheid van een bestuurder van een rechtspersoon:
3.9. klacht ziet over het hoofd dat - blijkens de vooropstelling in de eerste alinea van even geciteerde rov. 3.5 - de drempels voor aansprakelijkheid krachtens deze jurisprudentiële regels bedoeld en ontwikkeld zijn met het oog op bescherming van de vermogensrechtelijke positie van aandeelhouders en bestuurders in geval van schadevergoedingsaanspraken. Die hebben uiteraard als achtergrond het stelsel van nu juist door de wet bedoelde beperking van persoonlijke aansprakelijkheid van aandeelhouders en bestuurders van NV's en BV's, en ook van bestuurders van stichtingen en rechtspersoonlijkheid bezittende verenigingen. Tegen die achtergrond is de mate van (persoonlijke) verwijtbaarheid uiteraard een allesoverheersend gegeven.
3.11. In de tweede plaats geldt als algemene regel dat - anders dan voor schadevergoeding - voor een verbod of bevel geen 'schuld' (verwijtbaarheid) vereist is. Dat is begrijpelijk, omdat de gedaagde door het feit van de uitgebrachte dagvaarding en te meer nog door het veroordelend verbods- of bevelsvonnis vanzelf op de hoogte is of moet zijn van de gestelde, respectievelijk door de rechter aangenomen onrechtmatigheid van (de voortzetting van) het bestreden handelen. Zo bezien komt men bij een verbods- of bevelsactie aan de vraag van schuld (verwijtbaarheid) niet toe, en dus ook niet aan de vraag van eventueel vereiste verzwaarde verwijtbaarheid in geval van een actie, gericht tegen een bestuurder van een rechtspersoon, althans in gevallen van een bij één natuurlijke persoon geconcentreerd directeur-/grootaandeelhouderschap van een NV of BV of bestuurderschap van een stichting.
Ik ben van mening dat, althans in de zojuist genoemde gevallen, de in nrs. 3.9 en 3.10 bedoelde achtergrond van facilitering van initiatieven door beperking van persoonlijke aansprakelijkheid bij een actie met als inzet een rechterlijk verbod of bevel niet (of in zeer veel mindere mate) opgaat. De inzet van zo'n actie is om (verder) potentieel onrechtmatig handelen te voorkomen. De omstandigheid dat overtreding van een verbod of bevel kan leiden tot het verbeuren van (aanzienlijke) dwangsommen en in dat geval tot (aanzienlijk) privé-vermogensverlies van de betrokken bestuurder, kan hieraan m.i. niet afdoen. Een rechterlijk verbod of bevel, of dit nu jegens de rechtspersoon of de bestuurder of allebei gegeven is, brengt mee dat de bestuurder zeer goed op de hoogte is van risico's van overtreding van het verbod of bevel. Een goede reden voor bescherming van de privé-vermogenspositie van de bestuurder in geval van overtreding zie ik dan niet: hij/zij werd immers uitdrukkelijk gewaarschuwd. Logischerwijs kan contraminerend handelen dan voor eigen, persoonlijk risico gebracht worden.
3.18 (…) De omstandigheid (ii) dat (na de registratie door [eiseres], A-G) de Stichting SIN-NL eigenaar en houder is van de domeinnaam [...].nl en als zodanig als enige in staat en bevoegd is de administratieve handelingen te verrichten die nodig zijn om deze domeinnaam te doen wijzigen of te doen verwijderen, doet niet af aan het hiervoor (nr. 3.7) gereleveerde gegeven dat het in de macht van [eiseres] - als enig bestuurster van de Stichting - lag om zulks te (doen) effecturen, en dat [eiseres] ook niet gesteld heeft dat zij daartoe niet in staat zou zijn. Hetzelfde geldt voor de omstandigheden (iii) dat de website wordt beheerd en in stand gehouden door Stichting SIN-NL en (iv) dat Stichting SIN-NL exploitant en rechthebbende is ten aanzien van de (inhoud van de) website en als zodanig verantwoordelijk is voor de inhoud van de website.
Lees het arrest en de conclusie A-G hier.