De gebruikte vergelijkingswaarden zijn voor deze doelgroep niet misleidend
08-12-2012 Print this page
B9 11929. Vzr. Rechtbank Zwolle-Lelystad, KZ ZA 12-202, Eva Optic B.V. tegen Watervision B.V. (met dank aan Gerben Hartman en Kurt Stöpetie, Brinkhof Advocaten).
Reclamerecht. Kort geding volgend op procedure bij de RCC. Beide partijen ontwikkelen en verkopen verlichting voor onder meer zwembaden. Eiseres Eva Optic stelt dat gedaagde Watervision onrechtmatig handelt door in haar reclame-uitingen aan haar onderwaterverlichting lichtprestaties toe te kennen (met gebruikmaking van de eenheid lumen) die bij de huidige stand van de techniek niet haalbaar zouden zijn. De RCC achtte de reclame eerder in strijd met de Nederlandse Reclame Code (NRC) , maar de voorzieningenrechter wijst de vorderingen af. Van misleidende of ongeoorloofd vergelijkende reclame is geen sprake.
Het eerdere oordeel van de RCC over de strijd met de NRC, betekent allereerst niet dat de vzr. niet meer aan art 6:194 zou kunnen toetsen, er is immers sprake van verschillende toetsingsmaatstaven en aangezien de uitingen inmiddels zijn aangepast is er ook sprake van een andere situatie.
Naar oordeel van de vzr. zal het gebruik door gedaagde van de toegekende waarden in lumen (lichtsterkte/lichtstroom) de zogenaamde ‘maatman’ niet misleiden. Weliswaar beschikt de maatman (bouwers, exploitanten etc) niet over specialistische kennis van onderwater LED-verlichting, maar is deze specifiek professionele gebruiker “zich bewust van en laat hij zich niet beïnvloeden door het feit dat aan reclame een zekere overdrijving eigen is” en zal hij, kort gezegd, onderkennen dat de weergeven lichtstroom/lichtsterkte van de LED armaturen in lumen (op de grond dat lumen geen geschikte eenheid is voor onderwaterverlichting) hier als niet meer dan vergelijkingswaarden dienen bij de vergelijking met traditionele verlichting).
De stelling dat gedaagd zich ook zou bedienen van ongeoorloofde vergelijkende reclame, acht de vzr. daarnaast onvoldoende onderbouwd en van het onrechtmatig voeren door gedaagde van het door de moedermaatschappij van gedaagde geregistreerde merk NanoPower®Technologie is eveneens geen sprake.
Lees het vonnis hier.