B9 11399. Gerechtshof ’s-Gravenhage, 5 juni 2012, LJN: BW9872, Van Kleef Roses B.V. tegen Geïntimeerden.
Kwekersrecht. Dwaling bij licentieovereenkomst m.b.t het telen van 66.000 rozenplanten met de merknaam RT 99-608, later aangeduid met de naam Anouschka. Het gaat in de onderhavige zaak om de vraag of geïntimeerden de licentieovereenkomst met Van Kleef Roses onder invloed van dwaling zijn aangegaan, doordat zij er op dat moment van uitgingen dat het vermeerderingsproces van de aan hen te leveren rozenstekken al in week 28 van 2002 was begonnen.
Procedure na verwijzing door de Hoge Raad bij arrest van 17 september 2010, waarin de Hoge Raad oordeelde: “Het hof is zonder genoegzame motivering voorbijgegaan aan de stellingen die geïntimeerden aan hun beroep op dwaling ten grondslag hebben gelegd, waartoe in het bijzonder behoort hun stelling dat zij ten tijde van het sluiten van de licentieovereenkomst op grond van mededelingen van Zuurbier, bestuurder van Van Kleef Roses, in de onjuiste veronderstelling verkeerden dat met het vermeerderingsproces reeds in week 28 was begonnen zodat aflevering van de 66.000 stekken in de weken 45 en 46 van 2002 haalbaar was, hetgeen voor geïntimeerden van belang was met het oog op Valentijnsdag. Dat klemt temeer nu in de aan het hof overgelegde vonnissen in de zaak tussen Van Kleef Plant en geïntimeerden is geoordeeld dat Van Kleef Plant toerekenbaar is tekortgeschoten doordat zij, wetende dat levering in de weken 45 en 46 van 2002 voor geïntimeerden van belang was, niet tijdig is begonnen met het vermeerderingsproces teneinde de stekken in die weken te kunnen leveren.”
Vervolgens is het geding ter verdere behandeling en beslissing verwezen naar het Hof Den Haag. Dat bekrachtigt in het onderhavige arrest het vonnis van de rechtbank Amsterdam. Het beroep op dwaling wordt gegrond bevonden en de vordering van Van Kleef Roses worden afgewezen.
19. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat [geïntimeerden] in het bewijs van dwaling zijn geslaagd. Niet betwist is dat Zuurbier bij de ondertekening van de overeenkomst heeft gezegd dat het vermeerderingsproces was begonnen, hetgeen onjuist is gebleken. Van Kleef Roses heeft onvoldoende betwist dat het vermeerderingsproces pas begint bij het op substraat zetten van de geknipte ogen en niet reeds bij het knippen zelf. Grief 9 faalt in zoverre. Vaststaat dat de geknipte ogen pas op maandag 22 juli 2002 (in week 30) door Perfecta, het bedrijf waaraan het vermeerderingsproces was uitbesteed, zijn opgehaald (zie bv. de verklaring van Zuurbier ter comparitie van partijen bij het hof Amsterdam). Bij gebrek aan betwisting staat eveneens vast dat Zuurbier niet tegen [geïntimeerden] heeft gezegd dat het vermeerderingsproces niet reeds in week 28 was begonnen. Van Kleef Roses moest begrijpen dat het voor [geïntimeerden] van wezenlijk belang was dat het vermeerderingsproces in week 28 was begonnen en rekening houden met de mogelijkheid dat Van der Brug c.s. ervan uitgingen dat dit ook het geval was.
Lees het arrest hier.