B9 11861. Rechtbank 's-Gravenhage, 2 november 2012, HA ZA 11-2653, Julius Sämann Ltd tegen L&D S.A. (met dank aan Marjolein Driessen, Legaltree).
Merkenrecht. Papieren luchtverfrissers in dennenboomvorm. De rechtbank wijst de gevorderde nietigheid voor de Benelux van het Aire Limpio-merk (AL) van gedaagde af en oordeelt dat van inbreuk door gedaagde op de ‘Arbre Magique-merken (AM) van eiseres eveneens geen sprake is. Tussen partijen is eerder arrest gewezen door het HvJ EU (17 juli 2008, IEPT20080717).
Eiseres Sämann is marktleidster en houdster van diverse internationale - en Gemeenschapsbeeldmerken m.b.t. tot de afbeelding van de vorm van een dennenboom voor luchtverfrissers. “Deze luchtverfrissers worden door consumenten traditioneel vooral gebruikt in de auto (meestal bevestigd aan de achteruitkijkspiegel).” In het genoemde arrest oordeelde het Hof van Justitie eerder dat, kort gezegd, een van de AM-merken van eiseres voldoende onderscheidend vermogen had verkregen om verwarringsgevaar aan met een overeenstemmend merk van gedaagde aannemelijk te maken. In 2012 heeft gedaagde een nietigheidsactie ingesteld tegen het AM-merk van eiseres. Die procedure loopt nog, maar de rechtbank ziet hierin geen grond voor aanhouding. De nietigheidsactie is pas ingesteld nadat de onderhavige procedure is aangebracht en in de onderhavige procedure is geen vordering tot nietigverklaring van het Gemeenschapsmerk ingesteld.
De rechtbank oordeelt in het onderhavige vonnis dat er weliswaar visuele en begripsmatige overeenstemming is waar het de ‘gestileerde vorm van een dennenboom’ betreft, maar dat het terugbrengen van de vergelijking tot de silhouetten of contourvormen geen ‘recht doet aan de werkelijkheid’ en derhalve niet relevant is. De silhouetvorm die in de merken van eiseres inderdaad het (meest) dominante element is, komt niet als zodanig terug in de verschillende vormgeving van het AL-merk van gedaagde, zeker door de beeldbepalende lachende dennenboomfiguur in het merk gedaagde. Dat de AM-merken van eiseres bekende merken zijn en op grond daarvan aanspraak kunnen maken op een groter onderscheidend vermogen is onvoldoende onderbouwd. De enkele overlegging van de verkoop- en marketingcijfers zeggen in beginsel nog niets over het gebruik en de perceptie van het publiek en daaruit af te leiden bekendheid. Dat het HvJ EU anderszins heeft geoordeeld doet daar niet aan af: “Het Hof had immers over een ander merk te oordelen dan hier aan de orde is. Daarbij heeft het Hof rekening gehouden met omstandigheden met betrekking tot de bekendheid en onderscheidend vermogen van de desbetreffende AM-merken die geen relevantie hebben voor de onderhavige situatie.”
1019h proceskostenveroordeling eiseres (onbetwist): € 39.102,96.
Lees het vonnis hier.