De grenzen van een toelaatbaar beeldcitaat

11-07-2012 Print this page

B9 11450. Gerechtshof Leeuwarden, 10 juli 2012, LJN: BX0988, Fotograaf tegen Uitgever.

Auteursrecht. Beeldcitaatrecht. Schadevergoeding. Nootwaardig  arrest over de grenzen aan het gebruik van afbeeldingen als beeldcitaat. 

Een Duitse zeefdrukfirma wint met zeefdrukken waarbij gebruik is gemaakt van foto’s van fotograaf X. tweemaal een prestigieuze Duitse zeefdrukprijs. Uitgever Y. bericht beide keren over de  prijzen in het zeefdruktijdschrift Sign en plaatst daarbij afbeeldingen van de zeefdrukken. De  afbeeldingen (waaronder de 'bonte dame'uit 2007) worden ook op de cover van beide tijdschriften geplaatst en beide tijdschriften worden ook digitaal beschikbaar gesteld. Daarnaast wordt later op de website sign.nl nog een banner geplaatst die bestaat uit de ogen van het gezicht uit een van de zeefdrukken. De fotograaf maakt op grond van zijn auteursrecht echter bezwaar tegen het gebruik van zijn foto’s  en ziet zijn vorderingen toegewezen worden.

Aangezien de werken van de fotograaf  met zijn toestemming op de Duitse zeefdrukbeurs voor het publiek toegankelijk zijn gemaakt, kan hij, naar oordeel van het hof, in beginsel niet beletten dat hieruit wordt geciteerd (“waaronder te begrijpen de reproductie van de werken door middel van een daarvan genomen foto”), mits wordt voldaan aan de overige vereisten van artikel 15a lid 1 Aw. Dat is i.c. echter niet het geval, nu de opneming de grenzen van een toelaatbaar citaat te buiten gaat en het  citaat de functie van versiering verkrijgt:

16.  (…) De verhouding tussen de woorden die in de verslaglegging aan de winnende zeeftechniek van FM Siebdruck worden besteed en de grootte en plaatsing van de foto´s, speelt bij de beoordeling van de vraag of de grenzen van een toelaatbaar citaat zijn overschreden evenwel een beslissende rol. Het hof is van oordeel dat aan dit vereiste van proportionaliteit niet is voldaan. Doordat in de verslaglegging geen, althans nauwelijks, aandacht wordt besteed aan de winnende techniek van FM Siebdruk, terwijl daarvan wel een paginavullend beeldcitaat op de omslag van het tijdschrift is opgenomen, moet geconcludeerd worden dat op dit beeldcitaat door de omvang en de plaatsing daarvan in vergelijking met de tekst een zodanige nadruk komt te liggen dat het de functie van versiering verkrijgt en dus ontoelaatbaar is. Nu niet is voldaan aan het proportionaliteitsvereiste, heeft [geïntimeerde] geen belang meer bij de afzonderlijke behandeling van haar verweer dat er geen wezenlijke afbreuk wordt gedaan aan de exploitatiebelangen van [appellant] omdat hij reeds toestemming had verleend aan FM Siebdruck om zijn foto's te gebruiken voor reclamedoeleinden, wat daarvan overigens ook verder zij. Aan dit verweer wordt immers slechts toegekomen indien aan het vereiste van proportionaliteit is voldaan.

De verweren dat het een overname ‘uit de pers door de pers’ (art. 15) of  een actuele reportage (art.16a) betreft worden beide afgewezen. Waar het de overname uit gedrukte media betreft, is de overname beperkt tot het geschreven woord en omvat derhalve geen foto's.  Artikel 16a Aw stelt daarnaast, kort gezegd, aan de toelaatbare mate van opname, weergave en mededeling van auteursrechtelijk beschermde werken de voorwaarden dat zij kort moeten zijn en gerechtvaardigd moeten zijn voor het behoorlijk weergeven van een actuele gebeurtenis die het onderwerp van de reportage is. Het hof is met appellant van oordeel dat de paginavullende foto op de voorpagina van het tijdschrift Sign niet aan deze criteria voldoet omdat de (integrale)weergave van de foto van de winnende zeefdruk op de omslag van het tijdschrift niet proportioneel en dus ook niet gerechtvaardigd is, terwijl in de reportage geen bijzondere aandacht wordt besteed aan deze winnende zeefdruk.

Het inbreukverbod wordt toegewezen en de schade wordt begroot aan de hand van de licentievergoeding die deze specifieke fotograaf in rekening zou hebben gebracht. Die wordt vastgesteld op €5.500,- . Bij publicatie in twee tijdschriften en twee digitale versies van de tijdschriften (een nieuwe vorm van gebruik), wordt de schade vastgesteld op 4x €5.500,-. Voor het gebruik van een gedeelte van een foto (de ‘aangetaste foto’) in een banner komt daar nog eens €5.500,0 bij. Eventuele immateriële (reputatie)schade is onvoldoende onderbouwd. Totale schadevergoeding: €27.500,- .

Het hof vernietigt het vonnis waarvan beroep en compenseert de proceskosten van de eerste aanleg en het hoger beroep aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Lees het arrest hier.