B9 11726. Rechtbank Almelo, 26 september 2012, LJN: BX9667, PMEC Joined Brands Ltd. & Just Brands B.V. tegen Gedaagde.
Merkenrecht. Bij tussenvonnis was aan eiseres Just Brands te bewijzen opgedragen dat gedaagde (rechtstreeks) is betrokken (geweest) bij de bedoelde illegale handel in merkkleding als in het rapport van [X] omschreven. Just Brands slaagt in het vervullen van de bewijsopdracht door een verklaring van de maker van het genoemde rapport:
“Just Brands heeft ter voldoening aan die bewijsopdracht doen horen [A], de maker van het in de bewijsopdracht genoemde rapport van [X]. Deze getuige bevestigt in zijn verklaring niet alleen de inhoud van dat rapport, waaronder begrepen zijn bevindingen, maar ook de daarin opgenomen foto’s, maar bovendien herkende getuige [A] tijdens zijn verhoor de eveneens aanwezige gedaagde partij [gedaagde] als degene ten aanzien van wie hij dat rapport had opgemaakt en met wie hij ter zake van vervalste merkkleding contact had gehad als in dat rapport nader omschreven. De rechtbank acht daarmede Just Brands geslaagd in het vervullen van de aan haar gegeven bewijsopdracht.”
De vorderingen van Just Brands worden toegewezen, met uitzondering van het gevorderde voorschot, “nu [gedaagde] heeft aangevoerd dat de schade voor Just Brands wegens verkochte vervalste merkkleding geringer is dan de gemiste bruto-winst ad 45% vermeerderd met 10% reputatieschade; de rechtbank ziet aanleiding dat gedeelte van de vordering van Just Brands niet thans te beslissen, maar dat eveneens aan de schadestaatprocedure over te laten.”
1019h proceskosten: € 10.676,38.
Lees het vonnis hier.