De nieuwe voetsteunen zijn wel voldoende onderscheidend

04-12-2012 Print this page

B9 11904. Rechtbank Groningen, 21 november 2012, HA ZA 10-928, Albert Roessink Kantoormeubelen B.V. en Rodachair International B.V. tegen Score B.V. (met dank aan Camiel Beijer, Van Diepen Van der Kroef Advocaten).

Slaafse nabootsing. Bij arrest van 2 maart 2010 heeft het Hof Arnhem bevestigd dat de voetsteunen ‘VS80’ en’ VS81’ van Roessink c.s. zijn aan te merken als  slaafse nabootsing van de door Score B.V. ontworpen voetensteun ‘Basic 952’ (IEPT20100302). Eiseres in conventie Roessink c.s. heeft vervolgens na dit arrest nieuw vormgegeven voetsteunen ontwikkeld.

De rechtbank bevestigt het eerdere oordeel van het Hof Arnhem t.a.v. de ‘oude voetsteunen’: verwarringsgevaar is sterk aanwezig, omdat zowel de bovenplaat als het onderstel identiek zijn aan die onderdelen van de voetsteunen van gedaagde Score. Ook heeft Roessink c.s. onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de ‘Basic 952’ van Score geen eigen plaats op de markt zou hebben, nu in het eerdere arrest al door haar is erkend dat Score in Nederland met een marktaandeel van meer dan 50% marktleider is m.b.t. verstelbare voetsteunen. Voorts is de rechtbank van oordeel dat Roessink c.s. bij het ontwerp van de ‘oude voetsteunen’ niet alles heeft gedaan wat redelijkerwijs, zonder afbreuk te doen aan de deugdelijkheid of bruikbaarheid, mogelijk en nodig is om verwarring te voorkomen. De vormgeving van de voetensteun is namelijk niet enkel technisch en functioneel bepaald, omdat persoonlijke keuzes van de ontwerper mogelijk zijn, bijvoorbeeld bij de vormgeving van de voetenplaat. Gewezen wordt op de ‘nieuwe voetsteunen’ die door Roessink c.s. zijn ontworpen, waarbij de voetenplank geheel anders is vormgegeven.

De ‘nieuwe voetsteunen’ van eiseres Roessink c.s. zijn echter zodanig anders vormgegeven dat er voldoende onderscheidende kenmerken (afwijkende bovenplaat) zijn om verwarring met het model van Score te voorkomen, zodat geen sprake is van slaafse nabootsing.

In reconventie oordeelt de rechtbank dat Score voldoende heeft onderbouwd dat Roessink c.s. de bewuste modellen ‘VS80’ en ‘VS81’ ook na het kortgeding-vonnis van 16 mei 2008 van rechtbank Zwolle-Lelystad heeft doen verhandelen via derde MTM. Er is voldoende gebleken dat MTM en Roessink c.s. nauw bij elkaar betrokken waren: zo zijn de verkoop brochures, de prijzen en de internetsites identiek (geweest). Tevens is vast komen te staan op grond van facturen van Roessink c.s. dat zij de bewuste modellen ook daadwerkelijk heeft verhandeld. Gelet hierop is Roessink c.s. dus in gebreke gebleven om het vonnis van 16 mei 2008 volledig na te komen.

Lees het vonnis hier.