B9 11508. Vzr. Rechtbank ’s-Gravenhage, 26 juli 2012, KG ZA 12-594, Azourite Ventures Ltd. Tegen W.A. Sanders Papierfabriek ‘Coldenhove’ B.V. (met dank aan Arvid van Oorschot, Freshfields).
Octrooirecht (kort geding) Gedaagde Coldenhove, houdster van een Europees octrooi m.b.t. ‘transfer paper for ink-jet printing’, stelde eerder dat een aan eiseres Azourite gelieerde Kroatische firma inbreuk zou maken op haar octrooi. Tussen Coldenhove en de Kroatische firma is vervolgens een licentieovereenkomst tot stand gekomen, die door Coldenhove in 2011 in, omdat niet zou zijn voldaan aan de verplichting tot periodieke opgave van omzetgegevens. Coldenhove ‘informeert marktpartijen’ vervolgens dat een door Azourite op de mark gebrachte papiersoort inbreuk maakt op haar octrooi.
In het onderhavige geschil stelt eiseres Azourite dat er, kort gezegd, (ook) een licentieovereenkomst is gesloten tussen Coldenhove en Azourite en dat de mededelingen op website van Coldenhove misleidend zijn. De rechtbank oordeelt echter dat aan het tussen partijen overeengekomen ‘vereiste van ondertekening’ niet is voldaan, en dat derhalve vooralsnog moet worden aangenomen dat er geen licentieovereenkomst bestaat tussen partijen. Alleen ondertekening door Azourite volstaat daarbij niet.
Nu geen sprake is van een licentieovereenkomst stelt Coldenhove zich (voorshands) dus terecht op het standpunt dat Azourite inbreuk maakt op het octrooi. Van misleiding is dan ook geen sprake. Art. 1019h is, naar oordeel van de vzr., niet van toepassing” nu het tegendeel niet is bepleit.”
Lees het vonnis hier.