De vrijheid van meningsuiting van de Reclame Code Commissie

08-08-2012 Print this page

B9 11537. Vzr. Rechtbank Amsterdam, 13 juni 2012, LJN: BX3886, Eiser tegen Stichting Reclame Code.

Reclamerecht. Een uitspraak van de Reclame Code Commissie is geen rechtspraak, maar de vrijheid van meningsuiting van de RCC staat eraan in de weg dat het openbaarmaken van een uitspraak wordt verboden.

Rechtspraak.nl: Eiser is chiropractor van beroep. Hij heeft in het Parool een advertentie geplaatst waarin reclame wordt gemaakt voor zijn praktijk. Tegen die reclame is bij de Reclame Code Commissie een klacht ingediend door een arts die betrokken is bij de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Eiser vordert dat het de Commissie wordt verboden een oordeel te geven over de reclame-uiting en dit oordeel openbaar te maken. Eiser stelt dat hij niet verplicht kan worden zich te onderwerpen aan de klachtprocedure en het oordeel van de Reclame Code Commissie.

Geoordeeld wordt dat het oordeel van de Reclame Code Commissie over een klacht geen rechtspraak in de eigenlijke zin van het woord betreft. Het oordeel van de Reclame Code Commissie naar aanleiding van een klacht is een mening over de mate waarin een reclame uiting volgens de Commissie in overeenstemming is met de Nederlandse Reclame Code. Eiser is dus niet verplicht zich aan de procedure bij de Reclame Code Commissie te onderwerpen, noch gehouden haar aanbevelingen op te volgen. Eiser kan zich er evenwel niet tegen verzetten dat de Reclame Code Commissie zich een oordeel vormt en dat oordeel openbaar maakt. Het recht op vrije meningsuiting brengt dit met zich mee.

Niet aannemelijk is gemaakt dat de Reclame Code Commissie, veronderstellenderwijs ervan uitgaande dat haar oordeel voor eiser negatief zal uitpakken, jegens eiser onrechtmatig zal handelen in de wijze waarop zij haar beslissing op de klacht openbaar zal maken. De primaire en subsidiaire vorderingen stuiten daarop af. De meer subsidiaire vordering, strekkende tot veroordeling van de Commissie een nieuwe voorzitter te benoemen, omdat de huidige voorzitter volgens eiser niet voldoet aan de in het reglement van de Commissie gestelde vereisten, wordt eveneens afgewezen, nu voldoende is gebleken dat de voorzitter over de op grond van het reglement vereiste ervaring met geschilbeslechting beschikt.

Lees het vonnis hier.