B9 11751. Vzr. Rechtbank ’s-Gravenhage, ex parte beschikking van 15 oktober 2012, KG RK 12-2144, Hydrangea Breeders Association B.V. & Horteve Breeding tegen LJ Trading v.o.f. & Troostwijk Veilingen B.V.
Kwekersrechtelijke ex parte beschikking met algemene strekking. Inbreuk op de Gemeenschapskwekersrechten van verzoekster wordt aangenomen, maar bijzonder is dat de ex parte ook een veilinghuis treft in zijn hoedanigheid van tussenpersoon. “Doorslaggevend is daarbij de onzekerheid over wie thans eigenaar is van het te veilen of geveilde plantmateriaal.”
Verzoekster heeft, kort gezegd, geconstateerd dat door de curator van het failliete Botensia B.V. (“niet gehinderd door enig besef van het bestaan van kwekersrechten’) onder meer aan gerekwestreerde circa 1 miljoen planten heeft verkocht die zonder licentie en derhalve illegaal zijn vermeerderd door een derde onderneming met “een al behoorlijke geschiedenis van illegale teelt van Hortensia’s.” Die planten dreigen geveild te worden door gerekwestreerde sub 2, een veilinghuis. De specifieke omstandigheden worden voorshands voldoende geacht om niet alleen een ex parte voorziening te rechtvaardigen jegens gerekwestreerde sub 1, de gestelde verkoper, maar, zij het in beperktere mate, tegen het veilinghuis:
2.2. Voorshands uitgaande van de geldigheid van de in het verzoekschrift genoemde Gemeenschapskwekersrechten (art. 105 GKVo), heeft verzoekster naar voorlopig oordeel voldoende aannemelijk gemaakt dat gerekwestreerde sub 1 inbreuk maakt op de Gemeen-schapskwekersrechten van verzoekster. Dit ligt anders voor gerekwestreerde sub 2, een veilinghuis. Ofschoon wellicht dit veilinghuis inbreukmakend plantmateriaal te koop aanbiedt, gaat het hier om plantmateriaal dat volgens het verzoekschrift aan een derde (gerekwestreerde sub 1 of mogelijk de gefailleerde Botensia B.V.) toebehoort terwijl het tevens ook ten behoeve van die derde wordt aangeboden. In het licht van HvJ EU, 12 juli 2011, C-324/09, L’Oréal v eBay (zie met name r.o. 98-105), is onder die omstandigheden in het kader van deze ex parte voorziening onvoldoende zeker dat de betreffende bodemrechter zal oordelen dat het veilinghuis daadwerkelijk zelf inbreuk maakt op de aan verzoeksters toekomende kwekersrechten.
2.3. Ten aanzien van het veilinghuis is echter wel voldoende aannemelijk gemaakt dat zij diensten als tussenpersoon verricht of dreigt te verrichten in de zin van artikel 70 lid 2 ZPW. De specifieke omstandigheden als omschreven in het verzoekschrift, met name onder nr. 17, worden voorshands voldoende geacht om ook een ex parte voorziening te rechtvaardigen jegens het veilinghuis. Doorslaggevend is daarbij de onzekerheid over wie thans eigenaar is van het te veilen of geveilde plantmateriaal, waarbij door de curator van Botensia BV kennelijk andere informatie wordt gegeven dan door het veilinghuis, terwijl volgens de toelichting namens verzoeksters wel duidelijk is dat het bewuste plantmateriaal via het veilinghuis wordt of zal worden verkocht. Om evenwel een al te vergaande aansprakelijk voor dwangsommen te voorkomen, zal het verbod worden beperkt tot het verlenen van diensten als tussenpersoon bij de verhandeling van inbreukmakend plantmateriaal, voor zover het het veilinghuis duidelijk is of had moeten zijn dat dit van in het verzoekschrift bij de illegale teelt of verhandeling daarvan betrokken rechtspersonen afkomstig is. Tevens zal het ex parte verbod worden beperkt tot de in het verzoekschrift omschreven online veiling (en de afhandeling daarvan).
2.4. De onverwijlde spoed en onherstelbare schade is voldoende toegelicht in het verzoekschrift, kort gezegd daarin bestaande dat er sprake is van voortschrijdende inbreuk gedurende (onder meer) de nog lopende veiling.
Lees de beschikking hier.