Een juridisch inhoudelijke discussie is niet gevoerd

02-11-2012 Print this page

B9 11812. Vzr. Rechtbank Groningen, 19 oktober 2012, LJN: BY2155, [A en [B] tegen [C].

Auteursrecht, althans niet onderbouwd beroep op het auteursrecht ter ondersteuning van de gevorderde 1019h proceskosten.  Het geschil betreft een stukgelopen samenwerking m.b.t. het ontwikkelen van een kledinglijn, maar partijen bereiken ter zitting overeenstemming over de wijze waarop de beslagen goederen tussen hen zullen worden verdeeld. “Zodat enkel nog een oordeel dient te worden gegeven over de proceskosten.”

4.2.  De voorzieningenrechter overweegt allereerst onvoldoende aanknopingspunten te zien in de door B en A gevorderde daadwerkelijke proceskostenveroordeling (ex artikel 1019h Rv). C heeft aan zijn beslag primair ten grondslag gelegd dat B en A onrechtmatig hebben gehandeld doordat goederen uit zijn woning zijn gehaald. In het beslagrekest is - ter onderbouwing van de vrees voor verduistering - weliswaar door C opgeworpen dat bij hem het vermoeden bestaat dat B en A voornemens zijn om patronen en schetsen zonder zijn toestemming te gebruiken en te verkopen maar een juridisch inhoudelijke discussie omtrent (een inbreuk op al dan niet aan C toekomende) auteursrechten is niet gevoerd.

Lees het vonnis hier.