Een mogelijk ingesleten patroon bij advocaten en rechters

30-09-2012 Print this page

B9 11689. Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 11 september 2012, LJN: BX8701, Art & Allposters International B.V. Stichting Pictoright.

“Dat laat onverlet dat het instellen van een dergelijke vordering, evenals de toewijzing daarvan, zou kunnen berusten op een ingesleten patroon bij advocaten en rechters.”

Auteursrecht, althans een executiegeschil in de geruchtmakende canvas-transferzaak ( zie Hof Den Bosch, 3 januari 2012, B9 10620). In het executiegeschil stelt Allposters dat het onmogelijk is om te voldoen aan de veroordeling tot het verstrekken van een door een registeraccountant gecontroleerde en gewaarmerkte opgave. Volgens Allposters is het een zeer omvangrijke en complexe opdracht waaraan binnen een zeer korte tijd voldaan moet worden. Zowel Deloitte als Ernst & Young hebben de opdracht van Allposters geweigerd en Allposters stelt dat zij redelijkerwijze al het mogelijke heeft gedaan om aan de veroordeling te voldoen. Er zou sprake zijn van een (tijdelijke) onmogelijkheid in de zin van art. 611d Rv, die maakt dat er reden is voor opheffing, opschorting of vermindering van de dwangsom. Het hof oordeelt dat nader deskundigenonderzoek is vereist en verwijst de zaak naar de rol: 

6.7.4. Het is het hof ambtshalve bekend dat een vordering tot het verstrekken van een door een registeraccountant gecontroleerde en gewaarmerkte opgave in intellectuele eigendomszaken gebruikelijk is, als ook dat het gebruikelijk is dat een dergelijke vordering bij een geconstateerde inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht wordt toegewezen. Dat laat onverlet dat het instellen van een dergelijke vordering, evenals de toewijzing daarvan, zou kunnen berusten op een ingesleten patroon bij advocaten en rechters. Het hof kan niet uitsluiten dat in verband met gewijzigde regelgeving en/of gedragscodes of protocollen in de branche van registeraccountants een dergelijke vordering thans niet meer aansluit bij de huidige praktijk in deze branche. Om dit te kunnen beoordelen heeft het hof behoefte aan voorlichting door een deskundige. Het hof acht een registeraccountant daartoe de meest aangewezen persoon.

6.7.5. Het hof is daarbij voornemens aan de te benoemen deskundige(n) de volgende vragen voor te leggen:

1. Hoe moeten de woorden/begrippen ‘gecontroleerd’ en ‘gewaarmerkt’ worden opgevat in de zin van de veroordeling sub III van het arrest van 3 januari 2012 van dit hof (zaaknummer HD 200.079.664) naar de thans geldende normen in de branche van de registeraccountants?
1.1. Hoe beoordeelt u, in het licht van de voorgaande vraag, de bijgevoegde opinie van [registeraccountant A]?

2. Is het voor een registeraccountant, naar de thans geldende normen in de branche van de registeraccountants, mogelijk een opgave van gegevens als opgesomd in de veroordeling sub III van voornoemd arrest te controleren en te waarmerken? Wilt u het antwoord op deze vraag uitgebreid motiveren

3. Indien het antwoord op vraag 2 ontkennend wordt beantwoord:

3.1. Kan volgens u een ‘Rapport van Bevindingen’ zoals voorgesteld door Ernst & Young in de bijlage van de brief van 26 januari 2012 aan Allposters (productie 9 Allposters) als een adequate vervanging van een ‘gecontroleerde en gewaarmerkte’ opgave als bedoeld in de veroordeling sub III van voornoemd arrest worden beschouwd?

3.2. Welke andere wijze van controle of onderzoek door een registeraccountant doet volgens u het meest recht aan de veroordeling sub III van voornoemd arrest?

4. Heeft u naar aanleiding van uw bevindingen nog overige opmerkingen die relevant kunnen zijn voor deze zaak?

Lees het tussenarrest hier.